BRUSSEL (reuters, anp) -- De werkloosheid in Nederland valt voor het eerst in twintig jaar onder de 200.000. Dat is amper 2,7 procent van de beroepsbevolking. Groot-Brittannië doet het niet veel slechter met slechts 4 procent werklozen. Ook dat is geleden van 1980. Economen vrezen forse loonstijgingen.

Het aantal geregistreerde werklozen in Nederland kwam in het laatste kwartaal van vorig jaar uit op 189.000, 71.000 minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Dat heeft het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek woensdag bekendgemaakt. De werkloosheid is de afgelopen twaalf maanden met gemiddeld 6.000 personen per maand afgenomen.

Het aantal mensen met een uitkering is wel hoger dan in 1980. Toen kregen ruim een miljoen mensen een arbeidsongeschiktheids-, werkloosheids- of bijstandsuitkering. Nu geldt dat voor anderhalf miljoen mensen. Ook is de beroepsbevolking flink toegenomen, van 5,1 miljoen mensen twintig jaar geleden, tot 7,1 miljoen nu.

Economen zijn verrast door de sterke daling tot onder de ,,werkloosheidsbodem'' van 3 procent. De vraag is nu of de overblijvende werklozen dan wel externe werknemers de gaten zullen vullen.

Nederland komt in ieder geval onder sterke loondruk. Bij schaarste stijgt de prijs. De overkoepelende vakbond zal zijn oorspronkelijke eis tot een loonsverhoging van 4 procent heel hard kunnen maken. Dat zal dan weer het aandeel van de arbeidskosten in het nationale inkomen omhoog jagen en de bedrijfswinsten afromen, vrezen economen. In sectoren die vatbaar zijn voor internationale concurrentie merk je dat nu al.

Bovendien zullen Nederlandse bedrijven beginnen kampen met moeilijkheden om de productie vol te houden door het tekort aan geschikte arbeidskrachten.

In tegenstelling tot de tevreden overheid -- die loonmatiging meent te kunnen volhouden door belastinghervormingen -- vrezen sommige waarnemers zelfs sterk stijgende inflatie, wat een harde landing voor de nu gezonde economie kan betekenen.

Het Britse bureau voor de nationale statistiek meldde net op dezelfde dag als Nederland dat de werkloosheid (op een van de indexen) in december 1999 teruggevallen is met 21.900. Deze tiende opeenvolgende afname brengt het aantal jobzoekende Britten op 1,164 miljoen, het laagste cijfer sinds maart 1980. De 4 procent werklozen weerspiegelen de sterke opleving van de Britse economie na een bijna-recessie vorig jaar.

Goed economisch nieuws gaat ook in Groot-Brittannië gepaard met doemscenario's. De mooie werkloosheidscijfers hebben (voorlopig) niet geleid tot een stijging van de gemiddelde inkomens. Een cijfer dat de Bank of England nauw in de gaten houdt voor de maandelijkse aanpassing van de intrestvoeten.

Toch menen economen dat de historisch lage werkloosheid over het Kanaal kan leiden tot inflatie en dus verhoogde intrestvoeten. Zeker nu her en der berichten over loonsverhogingen opduiken, onder andere in de geplaagde verzorgingssector.

Omdat de meeste vacatures ingevuld worden door nieuwkomers op de arbeidsmarkt, wordt de opwaartse druk op lonen voorlopig afgeremd. Groot-Brittannië staat waarschijnlijk voor een periode met een mix van relatief lage inflatie, relatief hoge werkgelegenheid en relatief sterke groei.

De discussie over ,,nieuwe economie'' en klassieke inflatie is in ieder geval geopend.