Tweehonderd werknemers van de Belgische baggeraars Dredging International zijn neergestreken in Le Havre. Het baggerbedrijf speelt een belangrijke rol bij de realisatie van Port 2000, het grootste expansieplan in de geschiedenis van deze Franse haven. In de voorhaven op de oevers van de Seine wordt een containerkaai gebouwd met een lengte van 4,2 kilometer. Dredging is de natte aannemer.

Over twee jaar moeten de eerste containerschepen kunnen aanmeren aan de nieuwe terminals in de voorhaven. De uitbreiding van Le Havre vergt in totaal 565 miljoen euro. De eerste vier aanlegplaatsen moeten tegen 2004 klaar zijn. Tegen 2006 komen daar nog eens twee aanlegplaatsen bij.

,,Het is het grootste Europese havenuitbreidingsproject in jaren'', verklaart ingenieur Jan Vandenbroeck. Hij is een van de tweehonderd Belgen van Dredging in Le Havre. Het havenuitbreidingsplan heeft een Belgische baggervolksverhuizing op gang gebracht. Voor de duur van het project is Vandenbroeck zelfs met zijn vrouw en drie kinderen verhuisd. Het gezin woont nu op een dertigtal kilometer van Le Havre maar vormt wel een van de uitzonderingen. De meeste Dredging-werknemers pendelen om de paar weken tussen Le Havre en hun Belgische woonplaats.

Dredging is sedert begin dit jaar aan de slag in de Franse havenstad. In augustus 2001 sleepte de tijdelijke vereniging gevormd door Dredging International en de Franse bouwgroep GTM -- twee verwante bedrijven -- een van de twee bouwcontracten voor de containerhaven in de wacht. Het contract is 244 miljoen euro waard. Daarvan gaat 65 procent of 157,09 miljoen euro naar Dredging International. Het tweede contract ging naar de Franse bouwgroep Soletanche/Bachy en omvat de bouw van kaaimuren op een al opgespoten stuk haventerrein.

In het samenwerkingsverband GTM-Dredging neemt de Franse bouwgroep GTM -- een onderdeel van de groep Vinci -- de bouw van de strekdammen en havendijken voor haar rekening terwijl Dredging alle natte aannemerswerk doet. Dat gaat van het uitdiepen en verbreden van een toegangskanaal naar de containerhaven, over de aanleg van 10 kilometer onderfunderingen voor de strekdammen en havendijken tot zandopspuitingen om land te winnen op het water. GTM en Dredging stellen samen 350 mensen tewerk in Le Havre. Dat aantal zal nog gevoelig stijgen.

De twee hebben 34 maanden de tijd om de klus te klaren. Projectleider en directeur van de werken Eric Bosschem en zijn rechterhand co-directeur Jan Vandenbroeck erkennen dat het tijdschema heel strak is. ,,En wij hebben sedert de eerste werkdag op 24 januari al 50 dagen niet kunnen werken door ongunstige weersomstandigheden'', voegt Bosschem er nog aan toe.

De grote spelbreker is het weer. Het bezoek van anderhalve dag aan de werf illustreert meteen de grilligheid van de weersomstandigheden aan de Franse Noordzee-kust. Prachtig zomers weer op de eerste dag, regen en wind de dag nadien.

In de monding van de Seine is het bovendien opletten. Het tijverschil kan oplopen tot acht meter en er staat een sterke stroming. Ter hoogte van de containerhavensite is het water bovendien zeer ondiep. Een kapitein van Dredging heeft zich daar alvast op miskeken. Bij het lozen van een lading baggerspecie liep zijn schip vast. Het kostte drie dagen om de splijtbak opnieuw vlot te trekken.

De tweede grote onbekende is het oorlogsverleden van Le Havre. De Franse havenstad werd tijdens de Tweede Wereldoorlog, en vooral bij de landing van de geallieerden in juni 1944, platgebombardeerd. Gedurende een ontmijningscampagne werden honderden metalen voorwerpen gelokaliseerd. Voor de aanvang van de werken werden 200 springtuigen onschadelijk gemaakt.

,,Het blijft niettemin goed opletten'', verklaart projectleider Eric Bosschem. Het lijkt wel telepathie want enkele uren later verneemt hij dat een vliegtuigbom werd opgebaggerd. Het loopt goed af, de bom wordt pas opgemerkt als een splijtbak zijn lading specie op de voorziene zone verderop in zee aan het lossen is.

De vloot van Dredging neemt ook een deel van de bergingsactiviteiten voor haar rekening. Ze moet dertien scheepswrakken bovenhalen en aan land zetten. Omzichtigheid is geboden want archeologen kunnen daarna de scheepsrestanten bestuderen.

Maar de grootste klus blijft de aan- en afvoer van baggerspecie. Ruim 50 miljoen kubieke meter zand en grind moet worden verplaatst. Daarmee is Port 2000 het grootste havenuitbreidingsproject ooit in Le Havre. De kennis en ervaring van Dredging International op dit vlak was een van de grote troeven om het contract binnen te halen, verklaart projectleider Eric Bosschem. De grootste uitdaging was een goedkopere en vooral continu werkende oplossing te vinden voor de tijdrovende en geldverslindende inzet van baggerschepen die heen en weer varen met baggerspecie. Als Eric Bosschem voet zet op de Bayard II, zegt hij meteen: ,,Speciaal ontworpen voor deze klus in Le Havre. Met dit vaartuig hebben we het verschil gemaakt met de andere aanbieders.''

De Bayard II ziet eruit als een ponton waarop wooncontainers staan en met langs een kant een constructie die eruit ziet als een reusachtige douchesproeier. De 24-jarige Hans Stragier maakt duidelijk dat de Bayard een sterk staaltje is van technisch en technologisch vernuft. Stragier -- van opleiding industrieel ingenieur -- is een van de drie bemanningsleden. Hij ziet toe op de goede werking van de informaticasystemen en de meet- en besturingsapparatuur. De Bayard II is volgestouwd met computergestuurde meettoestellen en informaticasystemen om zo precies mogelijk en volautomatisch de tien kilometer onderfunderingen voor de toekomstige containerhaven aan te leggen.

Enkele honderden meters verderop snijdt het baggerschip Vlaanderen XIX stukken zeebodem los die vervolgens worden opgezogen en via een 1.700 meter lange leiding naar de Bayard II worden gestuwd. De sproeierkop verdeelt daarna de baggerspecie -- een mengeling van zand, grind en water -- op het vooraf uitstippelde traject. Via beeldschermen kan op de voet worden gevolgd hoe de onderfunderingen vorm krijgen.

Stragier zelf staat symbool voor een nieuwe generatie werknemers van de baggerbedrijven. Vroeger was de rekrutering van de Belgische baggerbedrijven meestal een vader-op-zoon gebeuren. Maar die familiale banden met de baggersector zijn aan het verzwakken. De jonge industrieel ingenieur Hans Stragier komt uit het Kortrijkse en heeft familiaal geen enkele band met de baggerwereld. ,,Als je afstudeert, weet je nog niets van baggeren. Maar ik wou bij een bouwbedrijf aan de slag dat mogelijkheden bood om naar het buitenland te trekken'', verklaart Hans Stragier. Twee jaar is hij nu aan de slag bij Dredging en in die korte tijd is hij al aan het werk gegaan in Noorwegen, Nigeria, Egypte en Frankrijk.

Werfleider Eric Bosschem wijst erop dat jongeren zoals Stragier vooralsnog witte raven blijven. ,,De zeemansstiel -- en vooral de baggerstiel -- is onvoldoende gekend en dus onbemind'', erkent Hubert Fiers, directeur interne en externe relaties van Dredging. Maar hij geeft tegelijk toe dat baggerbedrijven belangrijke inspanningen moeten leveren om jongeren opnieuw warm te maken voor een loopbaan op zee.