BRUSSEL -- De internationale obligatiemarkten stonden (andermaal) in het teken van de rente. De beslissing van de Amerikaanse centrale bank om haar tarieven nogmaals met een half procent te verlagen kwam niet onverwacht. Hoewel, dat de Fed meteen aankondigt dat er nog verlagingen in de pijpleiding zitten, wekt onrust.

Gaat het dan zo slecht met de Amerikaanse economie? Op het eerste gezicht niet. De werkloosheidscijfers daalden voor de tweede week op rij en de gezaghebbende Philadelphia Fed-index geeft aan dat de bedrijfsleiders in Delaware, Oostelijk Pennsylvania en Zuidelijk New Jersey de komende zes maanden met meer vertrouwen tegemoet kijken.

En zelfs als voorzitter Alan Greenspan meer weet en de donderwolken integendeel verder ziet samenpakken boven de VS-economie, heeft hij nog heel wat ruimte voor nieuwe renteverlagingen. De inflatie is op dit ogenblik een onbestaand probleem in de VS.

Niets daarvan in Europa waar de ECB de rente weliswaar met een kwartje verlaagde, maar deze week bekend raakte dat de inflatie bijna de helft hoger ligt dan de maximale doelstelling van de bank. Veel ruimte is er dus niet om de rente nog veel verder te verlagen. En dat terwijl gevreesd wordt dat de Europese economie de gevolgen van de Amerikaanse groeivertraging nog maar pas begint te voelen.

Op de emissiemarkt waren er weinig leverbare leningen. Licht opvallend was de lening van DaimlerChrysler in Noorse kroon. Voor een looptijd van twee jaar biedt de autoconstructeur 6,87 procent, meer dan Volkswagen dat minder frequent een beroep moet doen op de markt.