Japan maakt zich op om de Europese markt te overspoelen met mobilofoons van de derde generatie. De Japanners zoeken daarom samenwerkingsverbanden met Europese operatoren en producenten, maar die toenadering loopt niet altijd van een leien dakje.

De Japanse elektronicafabrikanten hebben tien jaar lang machteloos staan toekijken hoe hun Europese en Amerikaanse rivalen de wereldmarkt voor mobilofoons veroverden. Ze sneden zichzelf de pas af toen ze voor een ander digitaal protocol opteerden dan Europa en de Verenigde Staten.

Maar de Japanse mobilofoonproducenten maken zich sterk dat ze vanaf nu weer meespelen op de internationale markt. De operatoren in Europa lanceren hun 3G-netwerken pas in 2003 en de Japanse groepen reppen zich nu om de Europese markt in te palmen.

Toch zijn er maar weinig Japanse bedrijven die denken het alleen te kunnen rooien. Ze krijgen het ongetwijfeld moeilijk om aan de vraag van de Europese klanten te voldoen.

Bovendien hebben ze iemand nodig om hun sterkte in de W-CDMA technologie aan te vullen. Op die technologie is de mobilofonie van de derde generatie gebaseerd. Het hoeft dus niet te verwonderen dat de Japanse producenten van mobilofoons naarstig op zoek zijn naar Europese partners.

NEC, Mitsubishi Electric, Matsushita Communication (Panasonic), en Sanyo voeren allemaal gesprekken met buitenlandse bedrijven. Sharp heeft ook laten weten dat het zo'n alliantie overweegt en een Europese afdeling voor mobilofonie wil oprichten.

Vorige maand ging Sony al een joint venture aan met Ericsson. Beide bedrijven slaan de handen in elkaar voor de ontwikkeling, productie en marketing van nieuwe producten. Eerder had Toshiba al een gelijkaardige overeenkomst gesloten met Siemens rond de productie van 3G-mobilofoons.

Fujitsu zit in een joint venture met het Franse Alcatel. Ze werken samen aan de ontwikkeling van infrastructuuruitrusting en halen in Europa al volop bestellingen binnen. Kyocera zocht al toenadering tot Qualcomm. En NEC stelt dat zijn joint venture met Siemens de op een na grootste aanbieder van infrastructuuruitrusting in de regio vormt.

Er zitten nog meer deals in de pijplijn. De Europese mobilofoonfabrikanten hebben het immers ook niet onder de markt. Ze kunnen hun gsm's blijkbaar aan de straatstenen niet meer kwijt. De divisie mobilofoons van de Nederlandse elektronicareus Philips staat te koop. Bij de mobilofoonafdelingen van Alcatel en Sagen stapelen de verliezen zich op.

De Japanse mobilofoonfabrikanten vinden daarom dat ze in een sterke onderhandelingspositie zitten. De Japanse industrie werkt immers al enkele jaren aan de 3G-technologie voor NTT DoCoMo, dat in oktober met 3G-diensten wil uitpakken.

De Japanse producenten zullen dus ook als eerste GPRS-toestellen kunnen leveren aan de Europese telecomoperatoren. GPRS komt er wellicht al dit najaar.

,,Japanse bedrijven hebben een voorsprong op de rest van de wereld voor mobiele technologie'', zegt Ben Nakurama van NEC. Toch kampen ook zij met problemen. Eergisteren verklaarde NEC-directeur Koji Nishigaki dat de problemen met de recentste Japanse mobilofoons nog niet van de baan zullen zijn als de 3G-netwerken er dit najaar komen. ,,We kunnen er niet tijdig alle mankementjes uithalen'', zei Nishigaki tijdens een briefing. ,,Die mobilofoons zijn zo complex als een computer.''

Wat er ook van zij, de samenwerking tussen Japanse en Europese bedrijven loopt niet van een leien dakje. De meeste Japanse elektronicaproducenten zijn er zich terdege van bewust dat ze een risico nemen door in zee te gaan met buitenlandse bedrijven die zelf in de problemen zitten.

De overname van Packard Bell door NEC bleek een slag in het water te zijn. Fujitsu worstelt nog altijd met zijn overname van ICL, de Britse leverancier van softwarediensten en van Amdahl, de Amerikaanse producent van mainframes. De alliantie rond mobilofonie tussen Sharp en Alcatel viel na een jaar in duigen.

,,Het is zo al niet eenvoudig om joint ventures te laten renderen, maar in de telecommarkt is het wel erg moeilijk'', zegt Nishigaki. ,,We hebben nogal wat slechte ervaringen met dat soort samenwerkingen, vandaar dat we zo voorzichtig zijn.''

Ook regelrechte acquisities kunnen problemen opleveren. ,,De Japanse elektronicabedrijven hebben gewoon niet genoeg geld om Europese bedrijven te kopen'', zegt een Japanse analist. ,,De deal tussen Sony en Ericsson was een speciaal geval.''

Omvang is ook een struikelblok. De Japanners willen vermijden dat hun Europese rivalen hen opslokken, maar er zijn weinig buitenlandse bedrijven die over dezelfde technologische middelen beschikken.

Er wordt dus heel wat voorbehoud gemaakt. Volgens veel analisten is de kans daarom groot dat het blijft bij losse samenwerkingsverbanden met Europese bedrijven rond ontwikkeling en distributie, of bij deals met Japanse concurrenten.

,,Als je trouwt, moet je rekening houden met wat er gebeurt als je moet scheiden'', besluit Nakamura.