Hervormingsgezinde economen van het Japanse ministerie van Handel pleiten voor verregaande hervormingen om de slabakkende economie opnieuw op de sporen te zetten en de dominante positie in Azië te handhaven. Of dat lukt, is volgens Gillian Tett nog maar de vraag.

Tien jaar geleden was het machtige Japanse ministerie van Handel de gesel van de vrijemarkteconomie. Dat ministerie bemoeide zich toen immers danig met de economische gang van zaken en probeerde de Japanse bedrijfswereld te beschermen tegen buitenlandse concurrentie door importrestricties uit te vaardigen.

Gisteren kwam daar drastisch verandering in, toen het ministerie van Handel zijn jaarlijkse witboek ter goedkeuring voorlegde aan de regering. Dat witboek is een lang pleidooi voor de vrije concurrentie, voor bedrijfshervorming, deregulering en liberalisering van de handel.

,,Er bestaat momenteel geen zinnig alternatief voor het model van de vrijemarkteconomie'', zo staat in het witboek te lezen. ,,De Japanse economie stagneert omdat we er niet meer in slagen de uitdagingen op een innovatieve manier aan te gaan. Japan moet zich op de vrije markt afstemmen en zo snel mogelijk werk maken van structurele hervormingen.''

Een medewerker op het ministerie van Economie, Handel en Industrie windt er geen doekjes om: ,,Het komt erop neer dat Japan echte hervormingen rond concurrentie en vrije markt moet doorvoeren.''

Die koerswijziging is bijzonder opmerkelijk. Er blijkt alvast uit dat de nieuwe Japanse premier, Junichiro Koizumi, binnen de Japanse bureaucratie steun vindt voor zijn hervormingsplannen. Binnen het ministerie van Handel neemt het aantal voorstanders van de vrije markt stilaan uitbreiding.

Dat was de voorbije jaren veel minder evident dan je zou denken. In de hoogste regionen van de Japanse administratie is men bijzonder conservatief, dat is bekend. Maar nu Koizumi aan de macht is, durven de hervormingsgezinden al eens de stem te verheffen. Het witboek dat gisteren verscheen, is daar het bewijs van.

Maar belangrijker is dat de ommekeer ook deels is ingegeven doordat Japan zich in de eigen regio bedreigd voelt. Tien jaar geleden vonden de Japanse economen dat de sterk gereguleerde Japanse economie een succesverhaal was dat in de rest van Azië navolging verdiende. Nu begint het ministerie van Handel in te zien dat het oude Japanse model achterhaald is. Erger nog, Japan boet voortdurend in aan concurrentiekracht. Niet alleen tegenover de VS, ook tegenover andere Aziatische landen. De beste manier om de concurrentiepositie van Japan te verbeteren, is marktgerichte hervormingen doorvoeren, zo besluit het ministerie.

De meest controversiële concurrent van Japan in Azië is in ieder geval China. In het witboek hoedt het ministerie van Handel zich er natuurlijk voor om China een bedreiging te noemen, en Koizumi beweert dat hij de banden met China wil aanhalen. Maar de snelle opmars van het onmetelijk grote buurland boezemt de Japanse leiders wel degelijk vrees in. De infrastructuur en de technische vaardigheden ontwikkelen zich veel sneller in China dan in Japan.

Niet alleen de traditionele sectoren in Japan, zoals textiel, voelen de hete adem van China in de nek. Ook nieuwe segmenten als elektronica komen onder druk te staan. Het voorbije jaar hebben verschillende bekende Japanse bedrijven in alle stilte hun productie verplaatst van Japan naar andere, goedkopere Aziatische landen. Elektronicareus Aiwa en motorenproducent Yamaha zijn maar twee voorbeelden.

Voorlopig wijken ze vooral uit naar Taiwan en Singapore, maar het Japanse ministerie van Handel vreest dat ook China binnenkort Japanse bedrijven zal aantrekken. Uit gegevens in het witboek blijkt bijvoorbeeld dat Japan voor machines wel de marktleider in Azië blijft, maar dat die voorsprong voortdurend kleiner wordt. China is in die sector bezig aan een ,,steile opmars''.

Het gevoel van dreiging wordt verder gevoed door de sterke toename in de Japanse import van goedkope consumptiegoederen uit China. De Japanse consumenten zijn daarmee bijzonder in hun nopjes. Japanse importeurs en kleinhandelaars zijn er ook best tevreden mee, maar de Liberaal-democratische partij heeft wel een tijdelijke invoerbeperking op sommige Chinese landbouwproducten uitgevaardigd.

China reageerde korzelig op die maatregel. Het woord handelsconflict was niet van de lucht. Maar het Japanse ministerie van Handel vindt alvast dat die handelsrestricties geen oplossing bieden voor de economische problemen van het land. Wel integendeel. Het ministerie meent dat Japan nu de grenzen helemaal moet opengooien. Dan zal Japan zijn economie wel moeten hervormen.

In het witboek staat verder te lezen dat Japan veel meer buitenlandse investeringen moet aantrekken. Dat is immers een van de ,,geheimen'' van de razendsnelle economische opgang van China. In China maken buitenlandse investeringen ongeveer 13 procent van de bruto kapitaalvorming uit, in Japan nauwelijks 0,3 procent.

Het ministerie van Handel pleit voor bedrijfshervormingen Amerikaanse stijl. De onderliggende gedachte daarbij is dat de revolutie in de informatietechnologie deels aan de Japanse bedrijven is voorbijgegaan omdat hun bedrijfsstrategie minder performant is dan die van Amerikaanse bedrijven. Daarom moeten Japanse bedrijven ,,de vergoedingen voor topkaderleden opdrijven en een intens concurrerende sfeer creëren''.

Een bijzonder radicaal manifest, dat witboek. Maar is het een haalbare kaart? Veel buitenlandse waarnemers blijven bijzonder cynisch, omdat de hervormingen zo tergend langzaam vorderen. De veranderingen die het ministerie van Handel vraagt, druisen soms regelrecht in tegen de belangen van machtige groeperingen.

In de jaren tachtig vreesden de Verenigde Staten dat hun zwalpende economie terrein zou verliezen aan de opkomende economische grootmacht Japan. De ironie van het lot. Die vrees leidde tot drastische hervormingen in de bedrijfswereld, en die hervormingen lagen op hun beurt aan de basis van de productiviteitshausse in de Amerikaanse economie van de jaren negentig.

Het lijkt nauwelijks te geloven dat welke Japanse leider ook tot dezelfde stunt in staat is, om nu de Aziatische of Amerikaanse concurrentie het hoofd te bieden. Maar, in de woorden van een vertegenwoordiger van het ministerie van Handel: ,,In de jaren tachtig geloofde ook niemand dat de Verenigde Staten er zo snel weer bovenop zouden komen.''

Misschien inspireert het Amerikaanse voorbeeld Japan wel tot krachtdadig optreden.