BRUSSEL -- Tien van 's werelds armste landen, de meeste uit Franstalig Afrika, sloten gisteren 22 bilaterale investeringsverdragen met ontwikkelde landen en met andere ontwikkelingslanden. Ze effenden daarmee de weg voor grotere investeringsstromen en voor meer economische samenwerking.

De verdragen werden op ministerieel niveau ondertekend op de conferentie van de minst ontwikkelde landen, in Brussel. Het voorbereidend werk was geleverd tijdens een intense onderhandelingsronde voor de francofone ontwikkelingslanden die Unctad eerder dit jaar had georganiseerd.


Muziekopnames
Door dergelijke bilaterale investeringsverdragen te ondertekenen, zenden de betrokken landen naar het internationale bedrijfsleven en naar hun eigen investeerders een krachtig signaal dat ze zich verbinden tot een voorspelbaar en stabiel juridisch kader. Eind 1999 waren er 1.855 bilaterale investeringsverdragen gesloten, waarbij 174 landen betrokken waren.

Unctad werkt tevens aan een project om de armste landen meer kansen te bieden op de markt van de muziekopnames, die wereldwijd 50 miljard dollar per jaar vertegenwoordigt -- veel meer dan de 27 miljard dollar voor bananen, 20 miljard dollar voor katoen en 17 miljard dollar voor koffie.

Diverse ontwikkelingslanden hebben op dat vlak sterke ,,merknamen'', zoals Cesaria Evora, Youssou N'Dour, Salif Keita, Angélique Kidjo en Wycliff Jean. Er zijn bemoedigende tekenen: de Senegalese musicus Youssou N'Dour heeft zijn eigen firma opgezet die muziek van jonge musici van over heel Afrika opneemt en rechtstreeks vanuit Dakar exporteert. Salif Keita heeft zijn eigen bedrijf opgericht in Bamako, de hoofdstad van Mali.

De elektronische handel biedt nieuwe mogelijkheden om de wereldmarkt te bereiken: dit is een voorbeeld waar de ,,digitale kloof'' overbrugbaar kan zijn. (jb)