BRUSSEL -- Maandag krijgen de schuldeisers inzage in het herstelplan van het geplaagde Lernout & Hauspie. Zelfs als de belangrijkste schuldeisers, de banken, een belangrijke inspanning doen, blijft de vraag wie de toekomstige verliezen van het bedrijf wil financieren. Kan Philippe Bodson het onvermijdelijke voorkomen?

Lernout & Hauspie redden wordt elke dag iets moeilijker. De waarde van belangrijke participaties zoals Mendez neemt elke dag iets af. De kassa wordt elke dag een beetje leger. Terzelfder tijd moet het bedrijf torenhoge facturen betalen aan adviseurs en advocaten om allerlei juridische pesterijen en claims het hoofd te bieden.

Luc Despin bijvoorbeeld, de Amerikaanse Milbank-advocaat van L&H en vriend van Bodsons voorganger John Duerden, tarifeert aan 30.000 frank per uur. De man kwam overgevlogen voor de aandeelhoudersvergadering van 29 april. Hij sliep tijdens de vlucht tegen 15.000 frank per uur en luisterde een hele dag tegen 30.000 frank per uur. Zonder de aanzienlijke herstructureringskosten -- bijna 180 miljoen frank per maand -- verliest L&H maandelijks toch nog 150 miljoen frank zonder het betalen van rente op de oude schulden.

Philippe Bodson beseft dat de tijd zich tegen L&H keert en probeert de kosten te drukken en de inkomsten te optimaliseren. De klok tikt: in het huidige tempo is deze zomer de kassa leeg. Van de 60 miljoen dollar (dure) noodfinanciering is al 40 miljoen dollar opgenomen.

L&H moet dus activa verkopen, maar precies dat wil maar niet lukken. Het mislukken van de verkoop van Mendez heeft de hoeksteen van het reddingsplan onderuitgehaald. Van een oorspronkelijke waarde van 180 miljoen dollar blijft niets meer over. L&H zal bijzonder tevreden mogen zijn als iemand 60 miljoen dollar cash op tafel wil leggen: het bedrag van de noodfinanciering.

,,De waarde van L&H zakt elke dag. Met iedere onderzoeker die de groep verlaat, is de technologie minder waard en er is geen enkel zicht op beterschap. Wat is dan de zin van deze strategie?'' vraagt Christian van Buggenhout, advocaat bij Stibbe, zich af. Het doemscenario is dat aan het eind van de rit vastgesteld moet worden dat heel wat kosten zijn gemaakt en het onmogelijk blijkt de activa van het bedrijf te valoriseren.

Het probleem is dat er geen alternatief lijkt te bestaan voor de huidige strategie. L&H wordt door de omstandigheden gedwongen te kiezen voor een ontmanteling. De enige hoop is dat de grootste schuldeisers bereid worden gevonden om activa te nemen in plaats van cash. Op die manier kunnen afdelingen in stand worden gehouden.

Het herstelplan dat maandag voorligt, moet vooral de schuldeisers lijmen, met als doel het voorlopig gerechtelijk akkoord (dat eind juni afloopt) om te zetten in een definitief concordaat (dat twee jaar loopt). Aan de economische realiteit wijzigt het plan niet onmiddellijk iets. Het plan moet de helft (plus één) van het aantal schuldeisers dat aan de stemming deelneemt, voor zich winnen en de helft van de waarde (plus één euro) van de schuld.

De schuldeisers lijmen is een haalbare kaart omdat het overwegend om kleine schuldeisers gaat. Als L&H bijvoorbeeld voorstelt om de kleintjes twee derde van hun factuur te betalen, is de groep niet veel geld kwijt.

70 procent van de schuld zit bij de banken. Die banken stellen zich sympathiek op. Ze vragen niet eens rente op hun leningen (volgens het Belgische concordaat moet L&H rente betalen, chapter 11 verbiedt dat).

De banken zijn ,,chanteerbaar'' omdat hun cliënteel nu al een aardige kater aan de zaak overhoudt. Het is evident dat L&H dat gaat uitmelken. Maar daarmee is de zaak niet gered. L&H heeft geen afgewerkte producten maar enkel grondstof.

Het zal nog vele miljarden kosten vooraleer de groep volwaardige applicaties met hoge toegevoegde waarde op de markt kan brengen. Wie gaat deze kloof financieren? Doordat de verkoopbare activa zoals Mendez het laten afweten, wordt men haast verplicht zich bijkomend in de schulden te steken.

Als die strategie mislukt, eindigt men alsnog met een naakte liquidatie tegen een marginale waarde. ,,We moeten doorgaan, er is geen alternatief'', luidde het gisteren.