BRUSSEL -- Als de overheid haar ambitieuze begrotingsdoelstellingen wil halen, dan beschikt ze de komende jaren nauwelijks nog over ruimte om de belastingen verder te verlagen of de uitgaven meer te verhogen dan nu reeds gepland.

Dat schrijft het Federaal Planbureau in zijn Economische Vooruitzichten 2001-2006. Met de geplande belastingverlagingen en de verhoging van lonen en uitkeringen voor sommige categorieën overheidspersoneel en steuntrekkers zitten de gezamenlijke overheden in ons land aan de hun opgelegde limiet.

De Belgische overheid nam eind vorig jaar een nieuw stabiliteitsprogramma aan, waarin ze belooft tegen 2005 een overschot op de begroting te hebben van 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Daarbij ging ze uit van een gemiddelde jaarlijkse groei van 2,5 procent. Bij een hogere groei, en zeker vanaf 2,7 procent, zouden de meerinkomsten als gevolg van die extra groei bovendien worden aangewend voor schuldafbouw, en dus niet voor bijkomende uitgaven.

Met die groei zit het snor, die zou gemiddeld de komende jaren rond de 2,7 procent schommelen. Maar alle meerinkomsten boven de 2,5 procent aanwenden voor schuldafbouw, kan al niet meer als de overheid de beloofde belastingverlagingen en uitgavenverhogingen wil doorvoeren. Alleen de minder strenge versie -- slechts vanaf 2,7 procent groei de meerinkomsten opzij leggen -- is nog haalbaar. Dan zou er de komende vijf jaar zo'n 0,3 procent van het bbp, of om en bij de 40 miljard frank, budgettaire marge zijn.


Schuldenlast
Het Planbureau merkt verder op dat de sanering van de overheidsfinanciën de komende jaren vooral het gevolg is van de dalende rentelast. Het overschot zonder rentelasten, het zogeheten primair saldo, daalt lichtjes, al blijft het nog wel boven de aan Europa beloofde 6 procent van het bbp.

Dankzij de dalende rentelasten en de overschotten op de begroting gaat het gewicht van de schuldenlast wel vrij snel dalen, van 113 procent van het bbp vorig jaar naar iets meer dan 80 procent in 2006. De komende jaren gaat ook de absolute omvang van de staatsschuld, bijna 11.000 miljard frank, dalen.