Stefaan Michielsen
©mh

Ik zag het meteen toen ik woensdagmiddag -- langs de achterdeur, want de hoofdingang was gesloten -- het Beursgebouw binnenstapte: het gaat niet te best met de Brusselse beurs. De imposante ruimte was verlaten. Wat een verschil met de beelden die ons regelmatig bereiken uit Wall Street, met blitse jongens en meisjes die zenuwachtig heen en weer schieten tussen standjes met flikkerende computerschermen. Ik mag deze vergelijking eigenlijk niet maken, want sedert 1996 verlopen alle verrichtingen op de Brusselse beurs elektronisch. Maar ik kon het even niet laten.

De vaststelling blijft echter overeind: het gaat niet te best met de Brusselse beurs. Sinds het begin van dit jaar moesten de aandelenkoersen in Brussel gemiddeld al zowat zeventien procent prijsgeven en daarmee is Brussel de slechtst presterende beurs ter wereld. Hoog tijd dus om de koppen bijeen te steken en een uitweg te zoeken uit de malaise. Minister van Financiën Didier Reynders verzamelde afgelopen week enkele zwaargewichten uit de beurswereld rond zijn tafel. Maar de mirakeloplossing werd niet gevonden.

Een voor de hand liggend denkspoor werd helaas niet uitgediept: een brainstorm van de Brusselse beurs met de top van de Belgische Voetbalbond. Dat zou verrassende resultaten kunnen opleveren. Want het voetbal kampt met dezelfde problemen als de beurs, als ik de stukjes van collega François Colin op de sportbladzijden mag geloven: het peil van de nationale voetbalcompetitie is bedenkelijk laag gezakt, internationaal kunnen we niet meer mee.

De malaise in het Belgische voetbal begon toen het arrest-Bosman de transfermarkt vrijmaakte; de moeilijkheden van de beurs vloeien voort uit de eenmaking van de Europese kapitaalmarkt door de invoering van de euro. Talentrijke spelers -- Marc Wilmots, Luc Nilis, Emile Mpenza, Mbo Mpenza, Branko Strupar -- blijven niet lang bij Belgische clubs, maar wijken uit naar het buitenland waar ze meer geld kunnen vangen; belangrijke Belgische beursgenoteerde ondernemingen -- BBL, Generale Bank, Petrofina, Royale Belge -- zijn opgekocht door buitenlandse groepen.

In het Europese kampioenschap, de Champions League, schoppen de Belgische topclubs zoals Anderlecht of Club Brugge het de jongste jaren niet ver meer; in de Euro Stoxx-index van de vijftig belangrijkste Europese aandelen spelen maar twee Belgen mee, Fortis en Electrabel, en zij bengelen achteraan.

Voetbal en beurs hebben nog meer gemeen: beide rekenen op internationale allianties om de neerwaartse trend om te buigen.

De topclubs smeden plannen voor een Benelux-competitie of zelfs een competitie op Europees niveau; de Brusselse beurs is voorstander van een alliantie met de beurzen van Amsterdam en Luxemburg en probeert tegelijk tot een verregaand samenwerkingsverband te komen met zeven andere Europese aandelenmarkten, waaronder Frankfort, Londen en Parijs. Maar in het een noch het andere geval staan de buitenlanders te springen om met de Belgen scheep te gaan.

De symptomen zijn bekend, de oorzaken ook: de markt in België is te klein, er zijn te weinig kampioenen, er is geen langetermijnvisie. Maar we hoeven niet te wanhopen. Kijk naar Standard. De Rouches zijn kwakkelend aan het seizoen begonnen, maar stomen sinds de herstructurering rond de jaarwisseling op naar de top van de rangschikking in eerste klasse. Elke speeldag is een doelpuntenkermis. De Luikse supporters hebben massaal de weg naar Sclessin teruggevonden, en volgend jaar speelt Standard in Europa ongetwijfeld de pannen van het dak.

Welk bedrijf uit de Bel-20 gaat als eerste het wonderrecept van trainer Jean Thissen toepassen?

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig