BRUSSEL -- Het was een week met een gebeurtenis van formaat: de halfjaarlijkse toespraak van Alan Greenspan tot het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Tot woensdag werden afwachtende posities ingenomen en nadien was er weinig reden om plots een andere strategie te volgen. Het is wachten op de volgende renteverhoging.

Veel nieuws had voorzitter Greenspan van de Amerikaanse centrale bank niet. Enkele uren voor zijn toespraak werden de inflatiecijfers voor januari bekendgemaakt en ook de evolutie van de productieprijzen. Greenspan kon enkel bevestigen dat die cijfers wijzen op een volgehouden sterke groei, voegde eraan toe dat de productiviteitsverbeteringen indrukwekkend zijn, en sloot af met de bedenking dat de bomen niet tot in de hemel groeien. Vroeg of laat zal de groei inflatie veroorzaken. Daarom moet de rente (allicht nog een aantal keren) omhoog.

Dit scenario stelde Greenspan twee jaar geleden voor het eerst in het vooruitzicht. Sindsdien blijft hij op dezelfde nagel hameren. Het effect ervan op de markten wordt er natuurlijk niet groter door.

Ook in Duitsland lopen de zaken economisch bijzonder goed. De IFO-index van het bedrijfsklimaat steeg in januari voor het eerst sinds twee jaar boven de 100 uit. In december stond hij nog op 99,6. Analisten hadden 99,9 verwacht.

De kans dat de Europese Centrale Bank in het kielzog van de Federal Reserve Board de rente verhoogt, wordt daarom erg hoog ingeschat. De illusie van een onafhankelijk Europees monetair beleid is rond het jaareinde begraven omdat de ECB er niet in geslaagd is coherent over te komen. Voorlopig is het weer aanklampen geblazen.

Ondertussen blijven de olieprijzen stijgen, en daar hebben zowel de Amerikaanse als de Europese economie veel last van. De druk op het algemeen prijsniveau wordt er sterker door en bijgevolg stijgt de druk op het rentepeil ook van die kant.

Op de emissiemarkt waren er geen opvallende leningen. Wel is het opmerkelijk dat de in euro geboden rendementen op vijf tot zes jaar nu zowat het peil bereikt hebben dat een half jaar geleden op tien jaar werd geboden. Een mooie illustratie is de lening van de provincie Québec die 5,5 procent biedt op zes jaar.

Ook op de langere termijn lopen de tarieven hoog op. De BES Finance lening bijvoorbeeld, biedt maar liefst 6,65 procent. Zij is echter niet leverbaar en dus minder interessant voor particuliere beleggers.

Tijdens de komende maanden verwachten de specialisten van de BBL dat de officiële tarieven op tien jaar kunnen oplopen tot 6 procent. Vertaald naar de obligatiemarkt zou dat rendementen geven tot 6,25 procent. Bij achtergestelde leningen kan dat oplopen tot 6,5 procent of zelfs iets meer.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig