Belgische luchtvaart. Dat hij zo vlug weer op de voorgrond treedt na het faillissement van ,,zijn'' chartermaatschappij City Bird in oktober, lijkt een verrassing, maar zijn aanwezigheid in de groep investeerders in DAT past perfect in zijn curriculum als gedreven zakenman die graag de strijd aanbindt tegen grotere concurrenten, vooroordelen en moeilijke opdrachten. Voor Hasson is het bovendien een zoet gevoel op te treden als een van de redders van de Sabena-opvolger, de maatschappij die hij jaren hard heeft bestreden.

Victor Hasson, geboren in 1957, volgde een weinig conventioneel zakenpad. Hij studeerde af als arts met grootste onderscheiding in 1982, maar besliste geen medische carrière te beginnen. Hij trad in 1983 in in familieholding City Hotels als gedelegeerd bestuurder. In 1988 werd hij er voorzitter.

Hij bouwde de beursgenoteerde hotelholding uit -- onder meer met luchtvaartactiviteiten. In 2000 werd de participatie in City Bird van de hand gedaan. Onlangs trok City Hotels zich ook terug als uitbater van zijn tien hotels om zich volledig toe te leggen op vastgoed.

City Bird was Hassons tweede maatschappij sinds hij in 1991 de luchtvaart ontdekte. Als hoofd van City Hotels startte hij vanuit de restanten van de failliete chartermaatschappij TEA short haul -specialist EBA op. Georges Gutelman, die aan de basis lag van het faillissement van TEA, werd zijn partner.

In 1994, op een moment dat de liberalisering van de luchtvaart nog in de kinderschoenen stond, begon hij met lijnvluchten naar populaire Europese bestemmingen zoals Rome, Barcelona en Wenen.

De service aan boord was miniem, maar de tarieven zeer laag. De formule sloeg aan, EBA verviervoudigde zijn omzet van 1,3 naar 5 miljard frank in drie jaar.

Hasson ging op zoek naar een investeerder om de groei te ondersteunen. ,,Niet één Belgische investeerder toonde zich geïnteresseerd'', klaagde hij in 1996. Hij verkocht EBA toen voor 2 miljard frank aan de de Britse zakenman Richard Branson, die er Virgin Express van maakte.

Hasson gebruikte het geld om zich op de intercontinentale markt te wagen, met de maatschappij City Bird. Nog hetzelfde jaar, in 1997, besloot hij City Bird naar de beurs te brengen. Dat werd geen succes. De timing van de beursgang was bijzonder moeilijk en toen de banken van de deal wilden afzien, haalde de advocaat van Hasson, Xavier Dieux, zware dreigementen boven. De banken bezweken voor de druk.

City Bird wou, in tegenstelling tot de Europese bestemmingen van EBA (Virgin Express), hetzelfde doen op de lange afstand. City Bird vloog onder meer op Los Angeles en Miami. Sabena had oorspronkelijk een vriendschappelijke band met de kleine concurrent, en nam zelfs een minderheidsbelang (elf procent). In samenspraak met Sabena stopte City Bird de vlucht naar Newark, in ruil voor Sabena-passagiers op Hassons toestellen. Hij verhuurde ook twee vliegtuigen aan Sabena, dat die al vlug liever kwijt dan rijk was.

De relaties vertroebelden in 1999 toen City Bird tussen Kinshasa en Brussel ging vliegen in onderaanneming. Vrij vlug stapte City Bird namelijk over van lijnvluchten naar charters. Van in het begin werke Hasson daarvoor samen met de topman van Thomas Cook, Wim Desmet. De bittere strijd bij het faillissement van City Bird maakte een einde aan de goede verstandhouding.

City Bird ging failliet nadat toerismegroep Thomas Cook, na de instorting van de markt na de aanslagen van 11 september, uiteindelijk had afgehaakt voor een overname.

Maar City Bird was natuurlijk al voordien in moeilijkheden gekomen. ,,Alle problemen begonnen bij Sabena'', liet Hasson zich begin juli ontvallen op een persconferentie toen de chartermaatschappij een voorlopig gerechtelijk akkoord moest aanvragen.

City Bird kampte met structurele problemen. Door zich te specialiseren in vluchten in onderaanneming was de maatschappij kwetsbaar toen de conjunctuur keerde. Als kleine maatschappij kon City Bird wel snel inspelen op gewijzigde omstandigheden, maar de beperkte kritische massa maakte haar tegelijk erg kwetsbaar.

Bovendien bleef het een strijd van David tegen Goliath, bleef Hasson opmerken. Hoe kon City Bird de concurrentie doorstaan met chartermaatschappijen als Sobelair -- een dochter van Sabena -- die ondersteund werd met overheidskapitaal?

Nu is Hasson terug, als mede-redder van de Sabena-dochter. ,,Omdat ik geen economische vorming heb, durf ik meer risico's te nemen'', durft Hasson wel eens te zeggen. Hij noemt het een meer instinctieve manier van ondernemen.

Vast staat dat iedereen in de Belgische luchtvaart Hasson kent en dat Hasson de luchtvaart kent. Wie weet wordt Hasson de grote bindfiguur tussen zijn oude product Virgin Express en Sabena-opvolger DAT? Of zijn zijn ambities nog groter?