Jean-Louis Duplat
©fdm
Als voorzitter van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen hield Jean-Louis Duplat twaalf jaar lang streng

maar rechtvaardig toezicht op de financiële markten in ons land. Hij kreeg te maken met grote verschuivingen

in de Belgische bank- en ondernemingswereld en speelde er af en toe een actieve rol in. Met pijn in het hart sloot hij gisteren dat hoofdstuk af en trok hij de laatste keer de deur van zijn kantoor in de Louizalaan 99 achter zich dicht.

Van minister van Financiën Didier Reynders kreeg Jean-Louis Duplat vorige donderdag telefonisch te horen dat zijn mandaat als voorzitter van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen (CBF) niet zou worden verlengd. Vanaf vandaag is hij werkloos. Het laat bij Duplat een wrang gevoel. ,,Ik heb tot nog toe geen brief ontvangen, geen document met een woordje uitleg over de redenen waarom mijn mandaat niet werd verlengd'', zegt hij. ,,Er is alleen dat telefoontje geweest. Geen woordje van dank, geen briefje. Ik vind dat een weinig elegante houding tegenover iemand die 37 jaar lang de staat heeft gediend.''

Jean-Louis Duplat kwam in januari 1989 aan het hoofd van de Bankcommissie, toen het land nog niet helemaal bekomen was van de schok veroorzaakt door de overname van de Generale Maatschappij, de grootste holding van België, door de Franse groep Suez. In de overnamestrijd om de Generale Maatschappij had Duplat, toen nog als voorzitter van de rechtbank van koophandel van Brussel, een opgemerkte rol gespeeld. Onder meer daaraan had hij zijn benoeming bij de Bankcommissie te danken.

Als voorzitter van de CBF was Duplat het voorbije decennium nauw betrokken bij de omwentelingen in de Belgische bedrijfs- en financiële wereld, zoals de bankenfusies, de uitverkoop van 's lands topondernemingen en de hervorming van de financiële markten. Bankiers, financiers en industriëlen, allemaal moesten ze bij hem te biechten gaan. Jean-Louis Duplat behoudt bijvoorbeeld een bijzondere herinnering aan het bezoek dat Maurice Lippens en Hans Bartelds hem in december 1990 brachten om de alliantie tussen de verzekeringsgroep AG en het Nederlandse Amev aan te kondigen.

Duplat nam zijn functie van toezichthouder ernstig en stond erop dat de regels werden nageleefd. Dat werd hem niet altijd in dank afgenomen. Het Belgisch establishment heeft hem nooit vergeven dat hij, door zijn strikte opstelling, de BBL in de handen van het Nederlandse ING speelde. ,,Een moeilijk dossier'', zegt hij. Dezelfde kringen namen het hem kwalijk dat hij in 1998 geen partij koos voor Fortis en tegen ABN Amro bij de overnamestrijd om de Generale Bank. Maar dat Duplat niet rechtlijnig was, kon hem niet worden verweten.

Terugblikkend op zijn voorzitterschap, meent Duplat dat de Bankcommissie haar opdracht om prudentiële controle uit toe oefenen op de banken, goed heeft vervuld. ,,Er is onder mijn voorzitterschap maar één ongeluk gebeurd: het faillissement van de Bank Max Fischer'', stelt hij vast. ,,En ook daar heeft de CBF gedaan wat in haar vermogen lag om dat te vermijden.'' Dat er een aantal gerechtelijke onderzoeken lopen tegen Belgische grootbanken wegens belastingfraude, ziet Duplat niet als een blamage voor de CBF. ,,De Commissie voor het Bank- en Financiewezen is geen fiscale toezichthouder'', repliceert hij. ,,In de middelen die de CBF krijgt, is geen frank voorzien voor toezicht op fiscale mechanismen. De overheid weet dat.'' De afscheidnemend CBF-voorzitter beklemtoont dat de inverdenkingstellingen die het gerecht afleverde tegen enkele Belgische topbankiers nauwelijks gemotiveerd zijn en geen concrete feiten bevatten. ,,Voor mij geldt het vermoeden van onschuld tot een rechtbank een veroordeling heeft uitgesproken'', zegt hij. ,,En zo ver zijn we nog lang niet''.

Duplat herinnert eraan dat de omgeving waarin de CBF vandaag werkt, een stuk complexer is dan twaalf jaar geleden. ,,Toen ik hier arriveerde in 1989, was de financiële wetgeving in ons land nog embryonaal. Nu zijn er ruim 7.000 bladzijden financiële wetten en besluiten, Belgische en Europese. Dat betekent dat de CBF opereert in een strikter afgebakend legaal kader.'' Duplat ziet die inflatie aan wetgeving als een reactie van de politieke overheden om de onafhankelijkheid van de toezichthouders aan banden te leggen. ,,De overheid heeft het moeilijk met een autonome toezichthouder op de financiële markten. Ze houdt graag een vinger in de pap. Ze wil haar prerogatieven niet afstaan. Je ziet dat ook op het Europese beslissingsniveau.''

Tegelijk met die ontwikkeling is er de tendens dat ondernemingen en particulieren de beslissingen en aanbevelingen van de CBF gemakkelijker dan vroeger aanvechten bij de rechtbank. Een partij die een eis van de CBF naast zich neerlegt, zoals de Franse bank BNP-Paribas vorig jaar deed in de zaak-Cobepa, dat zou tien jaar geleden ondenkbaar zijn geweest. ,,Het morele gezag van de CBF is niet meer zo groot als vroeger'', erkent Duplat. ,,De mensen zijn kritischer geworden. Dat maakt het werk van de CBF niet gemakkelijker, want het betekent dat de CBF al haar beslissingen juridisch bijzonder goed moet motiveren.'' Hij vindt het echter normaal dat de mensen hun belangen wensen te verdedigen. Daarom is het goed dat er een discussie op gang komt over de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen beslissingen van de CBF.

Als toezichthouder op de financiële markten moet de CBF onder meer waken over de belangen van de aandeelhouders, onder meer door de goedkeuring van prospectussen bij beursintroducties en andere operaties. Heel wat ondernemingen trokken de voorbije jaren naar de beurs, maar sommige ontgoochelden. De vraag rijst of bepaalde ondernemingen in hun prospectus de beleggers geen rad voor de ogen hebben gedraaid. Duplat beklemtoont dat de CBF er bijzonder op toeziet dat een prospectus volledig en correct is. ,,Het is misschien niet bekend, maar de afgelopen jaren heeft de CBF zeker twaalf geplande beursintroducties tegengehouden, omdat ze meende dat de rekeningen niet correct waren of het risico voor de beleggers te hoog was'', zegt Duplat. ,,Als een beursgenoteerd bedrijf achteraf toch in de problemen komt, zoals gebeurde met FLV Fund en CS2, onderzoekt de CBF achteraf of het prospectus wel correct was. Stelt ze onregelmatigheden vast, dan wordt het dossier overgemaakt aan het parket.''

De CBF kijkt ook toe op de gelijke behandeling van alle aandeelhouders. Daarin is de CBF de voorbije jaren een eind opgeschoven, in de richting van de kleine aandeelhouders. In een eerste fase huldigde de CBF een strikt juridische interpretatie van de overnamewetgeving van 1989. Tot het Brusselse hof van beroep in 1992 in de zaak Wagons-Lits de CBF niet volgde en de wetgeving strenger interpreteerde. Sinds dat ogenblik eiste de CBF ook vlugger dat een verplicht openbaar bod moest worden uitgebracht wanneer een pakket aandelen boven de beurskoers werd verhandeld. ,,Dat moet echter nog altijd geval per geval worden beoordeeld'', zegt Duplat. ,,De CBF pleit er al sinds 1992 voor dat er een drempel, bijvoorbeeld 30 procent van het kapitaal, wordt ingevoerd vanaf dewelke een openbaar bod verplicht is. Maar de wetgever is daar nooit op willen ingaan''.

Duplat vindt overigens dat de politieke wereld altijd bijzonder weinig belangstelling heeft getoond voor de zaken waarmee de CBF zich bezig houdt. ,,De CBF stuurt haar jaarverslag naar de politici, de ministers, de parlementsleden, in de hoop een discussie uit te lokken en een dialoog op gang te brengen. Daar is, op één uitzondering na -- een hoorzitting in 1998 -- nooit enige reactie op gekomen'', stelt hij vast. ,,Er is nooit een brief gekomen met opmerkingen of suggesties''.

Minister van Financiën Reynders werkt aan een hervorming van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen. Hij wil de CBF onderbrengen bij de Nationale Bank. Duplat is voorstander van een samenbrengen van de controle op de banken, verzekeringsmaatschappijen en financiële markten, maar vindt dat die controle niet thuishoort bij de Nationale Bank.

Maar of zijn stem nog gehoord wordt? ,,Ik betreur dat ik moet opstappen nu het debat daarover begint. Het lijkt of de regering bewust een belangrijke deelnemer aan dat debat uitschakelt omdat hij er een afwijkende mening op na houdt''.

Na het vertrek van Jean-Louis Duplat wordt François T'Kint als lid van de zeskoppige Commissie met de meeste anciënniteit waarnemend voorzitter, tot de regering een opvolger heeft benoemd. ,,De voorzitter van de CBF moet in de eerste plaats een goed manager zijn'', meent Duplat, ,,want hij moet een ploeg van medewerkers kunnen motiveren. Daarnaast moet hij interesse hebben voor juridische kwesties en voeling hebben met het economisch en financieel gebeuren. Hij moet pro-actief kunnen denken, oog hebben voor de Europese dimensie, en het oor hebben van de politieke wereld maar tegelijk toch onafhankelijk zijn''.

Jean-Louis Duplat, die 63 is, heeft nog geen idee wat hij zal aanvangen. Hij is niet van plan al met pensioen te gaan. Hij kan de eerste drie jaar wel niet aan de slag gaan bij een bank of een beursgenoteerde onderneming, aangezien de wet dat verbiedt. Hij denkt onder meer aan een functie als onafhankelijke bestuurder bij een niet-beursgenoteerde onderneming, in België of het buitenland, of overweegt met zijn kennis en ervaring aan te kloppen bij een advocatenkantoor. Als de overheid voorstellen heeft voor advies- of expertopdrachten, wil hij dat overwegen. ,,Maar ik ga in geen geval mijn opvolger in de wielen rijden'', stelt hij resoluut.