Philippe Bodson
©blg
BRUSSEL -- Hij wordt zowel gerespecteerd door financiers als door bedrijfsleiders en is één van de weinige Belgische topmanagers met internationele weerklank. Hij heeft een stevige staat van dienst en laat zich niet de les lezen. L&H redden is wellicht de meest risicovolle -- en volgens hem ook de laatste -- onderneming die deze 56-jarige Luikse ingenieur op zich neemt.

Philippe Bodson, een Luikse ingenieur, verdiende zijn strepen bij de glasgroep Glaverbel waar hij begin de jaren tachtig een belangrijke herstructurering doorvoerde. Bodson bewees te kunnen saneren zonder grote sociale schokken. Bij Tractebel toonde hij hoe men van een slapende holding een toonaangevende internationale groep kan maken die in het buitenland afgunst opwekte.

Onder Bodson werd Tractebel één van de belangrijkste parels aan de kroon van de Generale Maatschappij en Suez. Voor de buitenwacht werd steeds duidelijker dat Suez (nog voor de fusie met Lyonnaise des Eaux) als holding weinig toegevoegde waarde bood voor Tractebel.

Bodson verdedigde bij Tractebel de belangen van de onderneming -- de essentie van het Nederlands ondernemingsmodel -- en niet die van de referentie-aandeelhouder, het kenmerk van het Belgisch-Italiaans model. In een land waar belangenconflicten slecht geregeld zijn en er weinig respect is voor de kleine aandeelhouder, moest dit vroeg of laat tot een kortsluiting leiden.

Sinds de lente van 1999 zat de flamboyante Luikenaar zonder echte uitdaging. Zijn zitje als senator voor de PRL of het voorzitterschap van Barconet waren onvoldoende om deze ,,formule 1 racewagen'' warm te houden. Bodson heeft weinig te verliezen, maar als hij het geplaagd taaltechnologiebedrijf opnieuw op het goede spoor krijgt, zal ook de voorzitter van Sail Trust, Jean-Luc Dehaene, moeten toegeven dat hij deze volbloedmanager te weinig gesteund heeft in zijn strijd tegen Gerard Mestrallet van Suez-Lyonnaise.