Meestal zijn ze te slecht voor woorden. Maar af en toe kan een geestige boodschap, een fijne woordspeling of een leuke belediging het begin van je werkdag opfleuren.

Het zal de lezers van de Financial Times misschien interesseren dat deze krant onbeschroomd tegen het krachtige tij van alle managementstromingen in zwemt. In alle andere kantoren luidt het gebod: Gij zult plezier maken! Werknemers worden op cursus gestuurd om te leren hoe ze grappige sokken moeten dragen, fratsen kunnen uithalen en de grappenmaker van het kantoor kunnen worden.

Maar bij de Financial Times hebben alle journalisten te horen gekregen dat alle plezier, of toch tenminste de elektronische variant daarvan, verboden is. Vorige week kregen we de boodschap dat alle ,,niet werkgebonden berichten'' op het interne berichtensysteem het computersysteem vast lieten lopen. Voortaan zou iedereen die toch nog van die ,,geestige'' grollen uithaalde, afgesloten worden van het boodschappensysteem.

Zelf verzend ik niet zo vaak grappige boodschappen, meestal omdat ik niks grappigs te zeggen heb. En ik sta al evenmin te trappelen om zulke berichten te ontvangen. Want ze zijn maar zelden interessant en haast nooit echt geestig.

Toch ben ik niet opgezet met hun heengaan. Ik vind het jammer dat kantoorcomputers blijkbaar niet krachtig genoeg zijn om een dagelijkse stroom van banaliteiten te verwerken. Flauwe grappen en onbeschofte opmerkingen maken nu eenmaal deel uit van het kantoorleven.

Zulke boodschappen zijn een goede uitlaatklep voor milde uitingen van misnoegdheid. Ze zijn immers gespreksstof, een gemeenschappelijke interesse. Ze zijn een element van wat management-theoretici het ,,sociale kapitaal'' van een bedrijf noemen. Dat kapitaal, zo wordt ons verteld, is steeds minder ruim voorradig.

Door downsizing, outsourcing, telecomputing en hotdesking is het sociale kapitaal steeds verder afgekalfd. En het loont de moeite om de restjes die nog overblijven -- hoe stom en onbeduidend ook -- te koesteren. De zieligste bedrijven ter wereld zijn de bedrijven die denken dat ze je kunnen leren plezier maken. De op een na zieligste categorie zijn de bedrijven die denken dat je reële, spontane uitingen van humorloze humor kunt verbieden en die dan hopen dat niemand dat erg zal vinden.

Wat voelde u toen u het nieuws hoorde van de grootste fusie ter wereld? De dag dat de overeenkomst tussen America Online en Time Warner werd aangekondigd, zei Ted Turner dat hij het moment waarop hij zijn aandeel van negen procent toezegde, even opwindend vond ,,als de avond waarop ik voor het eerst de liefde heb bedreven, zo'n 42 jaar geleden''.

Van een bekentenis gesproken. De meeste mensen proberen hun seksleven en hun zakelijke overeenkomsten een beetje uit mekaar te houden. Wie dat niet doet, klinkt in het beste geval goedkoop. En in het slechtste geval als een viezerik.

Maar nu Turner zijn wat vulgaire vergelijking heeft gemaakt, wil ik hem toch over een aspect iets vragen.

Typisch voor een eerste seksuele ervaring is immers dat je die vooral op voorhand spannend vindt. De werkelijkheid is vaak een beetje een teleurstelling. En dat was, veronderstel ik, toch niet wat hij bedoelde. Of toch?

Ik schrijf dit artikel in een onveilige, onhygiënische werkomgeving. Op de tafel achter me staan een gebruikte asbak en een stel halfvolle wijnglazen van gisteravond. De hoogte van mijn werktafel -- die een paar honderd jaar ouder moet zijn dan het computertijdperk -- is helemaal niet aangepast aan die van mijn stoel. De laptop is verouderd en er steken overal kabels uit. Het licht valt rechtstreeks op mijn scherm.

Af en toe word ik in mijn werk onderbroken door hard geroep, gegil en andere geluidseffecten. Ik schrijf dit stuk in de woonkamer thuis. De omstandigheden die ik net beschreven heb, stoorden me vroeger helemaal niet. Integendeel, ik vond ze fantastisch.

Maar nu denk ik daar anders over. Ik denk er zelfs aan naar de rechter te stappen. Volgens de American Management Association krijgen Amerikaanse bedrijven te kampen met een nieuwe wettelijke dreiging. Nu blijkt immers dat ze wettelijk aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de arbeidsvoorwaarden waarin hun werknemers thuis zitten te zwoegen.

En dat is voor de bedrijven ongetwijfeld de doos van Pandora. Zelfs in de door rechtszaken geobsedeerde VS is dat een stap te ver. Het idee dat je je werkgever voor de rechter kunt slepen omdat je kinderen te veel lawaai maken, is gewoon absurd.

Maar voor lui zoals ik is zo'n brave new world bijzonder veelbelovend. Ik wil een nieuwe studeerkamer, een nieuwe computer en een nieuwe werkster. Nu meteen.

© The Financial Times

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig