De tabaksproducenten reageren verdeeld op de anti-tabakscampagne van de WHO. Hun uiteindelijke streefdoel is echter hetzelfde: de campagne stokken in de wielen steken.

Philip Morris en British American Tobacco, de twee grootste tabaksfabrikanten ter wereld, raken het niet eens over een gezamenlijke tactiek om het anti-tabaksverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) af te zwakken.

De WHO wil rond tabakscontrole een kaderovereenkomst bereiken en organiseert daarom openbare hoorzittingen. Tijdens de eerste twee dagen van die zittingen gaven beide bedrijven onomwonden toe dat roken verslavend werkt en gevaarlijk is. Vorige week gingen de 191 lidstaten van de WHO in Genève van start met de onderhandelingen die tot een verdrag moeten leiden.

Philip Morris beweerde achter een ,,sterke'' internationale overeenkomst te staan om het tabaksgebruik wereldwijd terug te dringen, vooral bij jongeren. ,,Iedereen is gebaat bij een zinvolle tabaksreglementering'', zei David Davies, vice-directeur voor bedrijfszaken bij Philip Morris, tijdens een persconferentie. Hij voegde eraan toe dat zijn bedrijf ,,constructief wou samenwerken met de WHO''.

BAT zegt ook voorstander te zijn van zinvolle reglementering, zoals maatregelen om het roken bij jongeren tegen te gaan, maar blijft bij zijn stelling dat tabakscontrole een zaak is voor de nationale overheden. Chris Proctor, die bij BAT de afdeling Wetenschap en Reglementering leidt, beschuldigde de WHO van een ,,imperialistische aanpak'' door de nationale overheden maatregelen op te leggen.

De verklaringen van beide fabrikanten werden door de WHO en de anti-tabakslobby op de nodige scepsis onthaald. De WHO publiceerde in augustus nog een gedetailleerd rapport over de pogingen van de tabaksindustrie om de werkzaamheden van de WHO te saboteren. ,,De feiten spreken de verklaring van Philip Morris tegen'', zegt Matthew Myers van de Amerikaanse actiegroep Campaign for Tobacco-Free Kids . Hij verwees

daarbij naar de rechtszaken die de tabaksproducent onlangs inspande tegen beleidsbeslissingen die het tabaksgebruik in de Verenigde Staten moeten tegengaan.

Derek Yach leidt de anti-tabakscampagne van de WHO. Hij zegt dat de tabaksbedrijven zich voorzichtig uitspreken voor zwakke maatregelen zoals opvoedingsprojecten voor kinderen. Maar ze zijn gekant tegen maatregelen die echt het verschil maken in de strijd tegen tabaksgebruik bij jongeren, zoals hogere tabaksaccijnzen.

Volgens Yach gelooft Philip Morris helemaal niet in een sterke overeenkomst. Anders zouden ze niet proberen de regeringen te overtuigen van de pertinente economische leugen dat hogere accijnzen minder inkomsten genereren. ,,Met een sterke overeenkomst bedoelt Philip Morris misschien een overeenkomst die op metaal is geschreven in plaats van op papier'', zegt hij. De kaderovereenkomst, die in 2003 rond moet zijn, stelt ambitieuze doelstellingen om het tabaksgebruik in te perken. De WHO voegt er wettelijk bindende protocollen aan toe over accijnzen, reclame en sponsoring, waarschuwingen over gezondheidsrisico's en verminderde subsidies voor tabakstelers.

© The Financial Times