BRUSSEL -- De investeringsmaatschappij Gevaert heeft het Holzmann-hoofdstuk afgesloten en vorig jaar daardoor haar winst opgetrokken tot 135,3 miljoen euro, omgerekend 5,5 miljard frank.

Gevaert had in 1999 een bittere pil moeten slikken omdat de Duitse bouwgroep Holzmann, waarin Gevaert een participatie had genomen van 30 procent, op de rand van het faillissement balanceerde. De omvangrijke waardevermindering die Gevaert moest boeken op dat belang, nam een flinke hap uit de winst.

Dat probleem had Gevaert in 2000 niet, zodat de nettowinst over het afgelopen boekjaar uiteraard een stuk hoger uitviel: 135,3 miljoen euro tegenover 35,8 miljoen in 1999. De nettowinst per aandeel ging omhoog van 1,39 euro naar 5,25 euro.

Er was een negatief uitzonderlijk resultaat van 24,2 miljoen euro, tegenover 135,2 miljoen in 1999. Dat heeft nog te maken met het Holzmann-dossier: Gevaert boekte een verdere waardevermindering van 18,1 miljoen euro op zijn resterend Holzmann-belang en legde een voorziening aan van 6,2 miljoen euro voor de proceskosten. Gevaert beticht Deutsche Bank ervan misleidende informatie te hebben verstrekt bij de aankoop van het Holzmann-belang.

Het lopende resultaat van de Gevaert-groep daalde van 30,5 miljoen naar 24,1 miljoen euro. Het belang in Agfa-Gevaert en andere vennootschappen waarin Gevaert een beduidend minderheidsbelang bezit, bracht de investeringsmaatschappij 46,1 miljoen euro op, tegenover 1,7 miljoen euro in het voorgaande jaar. Gevaert boekte ook voor 120 miljoen euro meerwaarden op de verkoop van participaties in Bayer, Dexia en Aegon.

De raad van bestuur stelt voor het nettodividend met 8 procent op te trekken tot 0,94 euro per aandeel. Volgens de investeringsmaatschappij bedroeg de netto-actiefwaarde per aandeel eind vorig jaar 62,34 euro. De beurskoers stond toen op 42,89 euro. (sm)