BRUSSEL -- Rechters doen de jongste tijd almaar meer wat politici niet durven of kunnen: ze trekken krijtlijnen rond het stakingsrecht. Ze doen dit telkens op vraag van de werkgevers. Vaak op eenzijdig verzoekschrift, dit wil zeggen zonder de stakers of hun vakbonden zelfs maar te aanhoren.

De grootste krachttoer kwam van de NMBS. Die stuurde begin december in alle dertien gerechtelijke arrondissementen op het zelfde ogenblik advocaten met het zelfde eenzijdig verzoekschrift naar de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg. De spoorwegmaatschappij vroeg de staking van de kleine OVS-vakbond voor 4 december te verbieden. Dat was de dag van het huwelijk van prins Filip met Mathilde. Voor die dag had de NMBS 400.000 speciale tickets afgeleverd.

Spoorbaas Schouppe vroeg het stakingsverbod in alle arrondissementen afzonderlijk omdat de OVS had laten uitschijnen dat zijn leden op elke werkplek afzonderlijk zouden beslissen of ze zouden staken of niet. Een rechtbank kan in principe alleen beslissingen nemen die gelden in haar ressort.

Het was de eerste keer in de geschiedenis dat zo'n grootse gerechtelijke operatie werd opgezet om een staking te breken.

In alle Vlaamse arrondissementen, in Brussel en een deel van de Waalse arrondissementen kreeg Schouppe gelijk van de rechters. De Waalse rechters die het verzoekschrift afwezen, werden bovendien overstemd door hun Luikse collega die, bewust of onbewust, zijn uitspraak niet beperkte tot zijn arrondissement. Hij gaf de NMBS het recht over heel het land deurwaarders uit te sturen om werknemers te bedreigen met dwangsommen van 100.000 frank als ze staakten of het treinverkeer hinderden.

Het bestaan van die rechterlijke beschikkingen raakte evenwel niet bekend. Dat gebeurde pas in januari. De OVS staakte ook niet op 4 december. Schouppe hoefde de beschikkingen niet boven te halen.

Over die uitspraken zijn veel bedenkingen te formuleren. Ze doen een beroep op ,,algemene rechtsbeginselen'', want in de wetgeving is nergens sprake van een beperking van het stakingsrecht.

Het zijn beschikkingen op grond van een eenzijdig verzoekschrift. De indiener roept superdringendheid in, de rechter schrijft zijn beschikking bij wijze van spreken op het nachtkastje of op de keukentafel en hoort niet eens de tegenpartij en haar argumenten.

Specifiek over de NMBS-uitspraken merken gespecialiseerde juristen nog op dat de rechters dwangsommen hanteren om werknemers tot de uitvoering van een arbeidsovereenkomst te dwingen. Dat zou onwettelijk zijn.

Los van die beschouwingen is zo'n massale gelijktijdige en gelijkluidende uitspraak van rechters hoe dan ook een ,,politiek feit''. Vanaf nu lijkt vast te staan dat de rechterlijke wereld inzake stakingen een regel erkent die nergens in onze wetgeving geschreven staat. In alle beschikkingen wordt impliciet of expliciet erkend dat de OVS-staking de ,,regel van de evenredigheid'' schond.

In veel landen gaat de rechtsleer -- de wetgeving of de rechtspraak -- in die richting: het stakingsrecht geldt maar voor zover het wordt toegepast ,,in evenredigheid met de belangen die in het geding zijn'': in zover het andere rechten niet al te zeer in het gedrang brengt. In landen als Nederland, Duitsland en Frankrijk bestaan er uitdrukkelijke regels die bepalen dat stakingen geen effecten mogen hebben die onevenredig zijn met de inzet van het conflict. In België omvat de wetgeving zo'n regel niet. De rechters vinden zo'n regel wel redelijk en voeren die zelf in, op vraag van werkgevers en hun klanten.

Rechtspraak is een legitieme bron van recht. Groot-Brittannië doet bewust in verregaande mate een beroep op rechtspraak als bron van regelgeving. In ons land met zijn Latijnse rechtstraditie wijst het invoeren van zulke regels via rechtspraak op het onververmogen van de politieke overheid om zelf orde te scheppen in de samenleving. De vorige regering van christen-democraten en socialisten beloofde in haar regeerverklaring een oplossing te zoeken voor de problemen rond het stakingsrecht, maar slaagde er niet in. De paars-groene regering gewaagt in haar regeerverklaring zelfs niet van een regeling. De PS wilde daar niet van weten en de liberalen lieten hun ambities op dat vlak vallen om een regering te kunnen vormen.

De NMBS-uitspraken staan niet alleen. Andere recente rechtbankuitspraken gaan in de zelfde richting. Over het conflict bij het luchthavenbedrijf Aviapartners handelden niet minder dan zes rechtszaken. De uitspraken versterken de indruk dat het gaat om een definitieve wending in de rechtspraak.

De rechtszaak die werd aangespannen door het bedrijf zelf, werd stopgezet: de vakbonden hadden ongevraagd hun standpunt gestuurd aan de voorzitter van de rechtbank die het eenzijdig verzoekschrift van de werkgever ontving. De andere verzoekschriften leidden wel tot uitspraken. Ze gingen uit van klanten van Aviapartners. De uitspraken waren van wisselende kwaliteit. Een rechter bestond het een dwangsom op te leggen van 50 miljoen frank aan elke staker die het vrijgeven van goederen van El Al zou hinderen. Daarmee raakt hij wellicht in het Guinness book of records. Doorgaans worden in zulke zaken dwangsommen van enkele tienduizenden gehanteerd.

Alle rechters erkenden evenwel in zekere mate het recht van de klanten van Aviapartners om hun goederen af te halen of om materiaal van Aviapartners te gebruiken voor het lossen of het onderhoud van hun vliegtuigen. De rechters miskenden meteen het recht van stakers om andere bedrijven (zware) schade te berokkenen.

De recentste uitspraak, die van donderdag in het conflict bij pralinenfabrikant Leonidas, gaat een eind verder. Daar verbood de rechter elke vorm van hindering van de vrije toegang tot alle Leonidas-vestigingen in het Brusselse. Het ging niet om het hinderen van ,,derden'', van externe klanten, want Leonidas levert alleen aan eigen winkels. Hij verbood ook elke vorm van hindering van de vrije toegang aan werknemers. Het Hof van Cassatie oordeelt nochtans dat stakersposten legitiem zijn, zolang ze alleen maar druk uitoefenen en geen geweld gebruiken.

Merkwaardig aan het rechterlijk ingrijpen bij Leonidas is ook dat de rechter de werkgever steunt, ofschoon het conflict begon na de flagrante miskenning, door de werkgever, van de rechten van beschermde werknemers.

Al deze uitspraken gaven gevolg aan eenzijdige verzoekschriften van werkgevers. Die procedure zou uitzonderlijk moeten zijn, maar wordt gemeengoed bij stakingen.

De uitspraken lijken ook inhoudelijk eenzijdig. Ze gaan alleen in op de verzoeken en de argumentaties van de werkgevers; de stakers worden niet eens gehoord.

De werkgevers kunnen gebruik maken van de rechterlijke beschikking of kunnen die in de lade laten liggen zoals een grote brouwerij enkele jaren geleden deed.

De rechters worden in hun uitspraken en in de te volgen procedure volledig gestuurd door de werkgevers en de advocatenbureaus die zij inhuren.

Dit is een ontwikkeling die manifest in het voordeel van de werkgevers speelt. Dat kan wellicht niet rechtgetrokken worden zonder dat de wetgever tussenbeide komt. Maar die kijkt de andere kant op.

Toch gaan de rechters maar in beperkte mate in op de eisen van de werkgevers. Heel wat werkgeverseisen worden afgewezen. Een nauwkeurige analyse van wat ze afwijzen, zou duidelijk kunnen maken waar ze de grenzen van het stakingsrecht precies trekken. Maar onmiskenbaar is dat ze het evenredigheidsbeginsel in het stakingsrecht invoeren. Zonder dat de wetgever is opgetreden.