BRUSSEL -- De spilkoers van de Griekse drachme werd zaterdag, op verzoek van Athene, met 3,5 procent gerevalueerd tegenover de euro. Daarmee hoopt Griekenland de weg te effenen voor een reeks renteverlagingen die zowat de laatste stap zijn op de weg naar toetreding tot de Europese eenheidsmunt. Verwacht wordt dat Athene in maart formeel een aanvraag zal indienen en begin volgend jaar effectief het twaalfde euroland wordt.

Na een vergadering van topambtenaren van de centrale banken die een jaar geleden al overstapten naar de euro maakte de Europese Unie zaterdagavond bekend dat de nieuwe spilkoers van de drachme tegenover de euro 340,750 zal bedragen, tegen 363,109 drachme voordien. Volgens deelnemers aan de vergadering is dat precies de koers die Athene gevraagd had. Maar officieel werd daar niets over gezegd.

De schommelingsmarge blijft 15 procent in beide richtingen, zodat een band van dertig procent bestaat waartussen de drachme moet blijven. Griekenland had geen aanpassing van die marge gevraagd. Vrijdag sloot de drachme in Europa rond 331,2 tegenover de euro. De revaluatie van de spilkoers binnen het EMU zal normaal geen onmiddellijk voelbaar effect hebben de wisselkoers.

De revaluatie -- eerder een technische aanpassing -- werd al een tijdje verwacht. Zij moet de Griekse centrale bank in staat stellen de rente te verlagen tot het peil van de eurolanden, zonder de inflatie aan te wakkeren. Het officiële Griekse rentetarief ligt nu op 10,75 procent. Dat is bijna 8 procentpunt meer dan het belangrijkste tarief van de Europese Centrale Bank (ECB) die einde vorig jaar haar rente van 2,5 naar 3 procent verhoogde.

Als de centrale bank de rente verlaagt, verzwakt de drachme omdat beleggers de munt minder aantrekkelijk vinden dan voorheen. Daardoor worden Griekse producten in het buitenland duurder -- een vakantie in Griekenland kost meer -- en buitenlandse producten die op de Griekse markt komen, worden goedkoper. Dat is slecht voor de economische groei want concurreren in het buitenland wordt duurder, mogelijk kiezen meer mensen voor een alternatieve vakantiebestemming en de buitenlandse concurrenten krijgen het gemakkelijker op de Griekse markt.

Maar dat is precies de bedoeling. De goedkopere buitenlandse producten maken het voor de lokale producenten moeilijker om hun prijzen te verhogen. Maar anderzijds worden kredieten voor bedrijven en particulieren goedkoper en dat geeft makkelijk inflatie. De rente, zo hoopt Athene, moet echter een flink stuk zakken voor zij het effect van de revaluatie ongedaan maakt en de economische groei meer stimuleert dan de revaluatie hem bemoeilijkt.

Griekenland hoopt uiteraard dat dat punt bereikt wordt als de rentekloof met de eurolanden volledig gedicht is. Want ook op het vlak van de inflatie is Griekenland -- ondanks de lange weg die werd afgelegd -- nog niet helemaal waar het moet zijn.

Eind november lag het gemiddelde prijzenpeil in Griekenland 2,4 procent hoger dan een jaar eerder. Om toegelaten te worden tot de Europese Monetaire Unie (Emu) en de euro als munt te mogen invoeren, moet Griekenland iets onder de 2 procent uitkomen. Dat is het gemiddelde peil in de drie eurolanden die op dit vlak het best presteren.

Athene hoop volgende maand onder de 2 procent te zakken en kan zich dan in maart officieel kandidaat stellen voor de euroclub. Volgens waarnemers wordt die toetreding waarschijnlijk een formaliteit omdat de Griekse inflatie inderdaad stevig omlaag is gebracht. Verwacht wordt dat de nieuwe spilkoers van de drachme tegenover de euro meteen ook de toetredingskoers zal worden.

Daarmee is meteen de tweede reden aangegeven waarom een revaluatie van de spilkoers noodzakelijk was. Athene kon de drachme moeilijk laten afglijden van de 331 tegen de euro die nu betaald wordt, tot ruim 363 drachme -- de vroegere spilkoers -- zonder de inflatie aan te wakkeren. Een evolutie van 331 tot bijna 341 drachme betekent een daling met bijna 3 procent. Zakken naar de oude spilkoers hield een devaluatie met net geen 10 procent in.

Als Griekenland volgend jaar effectief het twaalfde euroland wordt blijven enkel Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden aan de kant staan. Die drie landen kozen er bij de start van de Europese Monetaire Unie begin vorig jaar bewust voor niet deel te nemen. Griekenland haalde als enige de toetredingscriteria niet.

In Zweden is de stemming blijkbaar aan het omslaan in het voordeel van de euro. De sociaal-democratische regeringspartij SDP zei vrijdag dat Zweden de euro moet invoeren ,,als de economische en politieke omstandigheden daar rijp voor zijn.'' De grootste partij van het land noemde geen datum. Europees commissaris Pedro Solbes die verantwoordelijk is voor monetaire zaken reageerde tijdens het weekeinde al positief.

In Groot-Brittannië en Denemarken heerst grote verdeeldheid rond het thema van de eenheidsmunt. Geen van beide landen lijkt op een snelle toetreding af te stevenen. Brits premier Tony Blair is persoonlijk een voorstander van Emu-lidmaatschap, maar hij moet rekening houden met een grote groep ,,eurohaters'', niet alleen bij de Conservatieven, maar ook in zijn eigen partij.

In Denemarken houden de voor- en de tegenstanders van de invoering van de euro elkaar volgens de jongste peilingen in evenwicht. De euro wint echter snel aanhang, zodat een toetreding binnen een niet al te lange termijn tot de mogelijkheden kan behoren.