De beleggers vrezen dat de goede tijden op de wereldwijde financiële markten op hun laatste benen lopen. De politieke problemen in het Midden-Oosten hebben die vrees vaste vorm gegeven, zegt Andrew Hill.

Vorige week drong de ontnuchterende waarheid door tot de beleggers: de fenomenale rendementen van 1999 zijn verdwenen en ze zullen niet snel terugkomen.

Wekenlang hangt er boven de Amerikaanse markten een wolk van stijgende olieprijzen, een verzwakkende Europese munt, politieke onzekerheid en een vertraagde winstgroei. Maar het duurde tot donderdag, toen het geweld in het Midden-Oosten losbrak, vooraleer de beleggers beseften dat het nog enige tijd kon duren voor die gevaarlijke mengeling van omstandigheden kon verdwijnen.

In dit nieuwe klimaat krijgt geen enkel bedrijf het voordeel van de twijfel als ze de winstverwachtingen van de analisten niet halen. Het potentieel van de technologiebedrijven dat in 1999 en begin 2000 de aandelenmarkten over de hele wereld heeft aangewakkerd, wordt nu plots in twijfel getrokken.

Er worden vergelijkingen gemaakt met 1990, de laatste keer dat spanningen in het Midden-Oosten de olieprijzen deden stijgen, en met de herfst van 1998, toen beleggers veiliger oorden opzochten na de Russische financiële crisis en het bijna-faillissement van het beleggingsfonds Long-Term Capital Management.

Het lijkt misschien vreemd dat de Amerikaanse markt dergelijke zorgen heeft. Azië is veel meer dan de VS afhankelijk van energie, de Aziatische munten stonden dit jaar constant onder druk en de regio heeft weinig structurele hervormingen doorgevoerd die ze kunnen beschermen tegen een cyclische terugval.

De VS zijn daarentegen nog altijd een aantrekkelijke omgeving voor beleggers, de economische groei blijft sterk en de algemene bedrijfswinst stijgt sterk naar historische normen.

Maar de Amerikaanse markten worden al zo lang geprezen dat enkele vlekken op dat imago wel moeten opvallen. ,,Bij het begin van het jaar was de Amerikaanse economie aan het groeien, de inflatie was laag, het Internet bood heel wat opwindende mogelijkheden en nieuwe bedrijven groeiden heel snel. En vandaag zitten we in de problemen'', zegt Alan Skrainka, marktstrateeg bij de Amerikaanse makelaar Edward Jones uit Saint-Louis.

De Nasdaq Composite Index sloot donderdag in de VS af op een dieptepunt voor dit jaar, 39 procent lager dan de piek in maart. De jongste vijf weken daalde de index, die heel wat van de technologieaandelen bevat die in 1999 zo sterk stegen, met 27 procent.

,,De stemming is omgeslagen van een heel groot enthousiasme voor technologie en alles wat met het Internet te maken heeft, naar een sfeer van angst en bezorgdheid'', zegt Alan Skrainka.

Ondertussen hebben beleggers hun geld naar veiliger financiële instrumenten gebracht, vooral staatsobligaties. De prijs van kortlopende staatsobligaties is gestegen en het rendement is gedaald. Het rendement op staatspapieren op twee jaar bedroeg meer dan 6 procent in de eerste helft van september. Donderdag was die al gedaald naar 5,83 procent.

,,Als de Amerikaanse economie vertraagt, dan is de natuurlijke tendens bij beleggers om hoger te gaan op de kredietladder'', zegt fondsenadviseur Hunt Taylor.

Pessimistische commentatoren denken dat de verbazingwekkende toename van de papieren rijkdom van Amerikaanse beleggers tijdens de jongste 18 maanden hen blind heeft gemaakt voor de onderliggende risico's.

,,Beleggers zijn verliefd op hun portefeuille en kijken terug op de winsten die ze hebben gemaakt. Ze zijn zelfs niet bereid om voor zichzelf toe te geven dat het risico op verlies bestaat'', zegt economist en analist Henry Kaufman.

Maar de problemen die aan hun winsten knagen, zijn nochtans al een tijdje aanwezig.

  • Olieprijzen. De stijging van de olieprijzen begon in december al effect te hebben op de Amerikaanse bedrijven. Toen begonnen vrachtvervoerders en luchtvaartmaatschappijen hun klanten een toeslag aan te rekenen. Maar het duurde nog tot begin september eer bedrijven als de chemiegroep DuPont en Procter&Gamble, de fabrikant van consumptiegoederen, iets ondernamen om de stijgende kostprijs van grondstoffen te compenseren.
  • Inflatie en rentevoeten. De stijgende prijs van benzine en huisbrandolie en de hogere prijs voor consumptiegoederen en transport zullen waarschijnlijk de inflatie aanwakkeren. In de VS bestaat de vrees dat werknemers hogere lonen zullen eisen om de prijsstijging van de producten te compenseren.
  • Zwakte van de Europese munt. Sinds zijn geboorte is de euro blijven dalen tegenover de dollar, gedeeltelijk omdat de sterke groei van de Amerikaanse economie de Amerikaanse activa relatief aantrekkelijker maakt voor Europese kopers.
  • Bedrijfswinsten. De aanhoudende zwakte van de euro en hoge olieprijzen bezorgen Amerikaanse bedrijven heel wat kopzorgen. Maar de verwachting was dat de groei van de winst in de VS minder spectaculair ging zijn in het derde kwartaal van dit jaar dan in de vorige kwartalen omdat het derde kwartaal van vorig jaar zo sterk was.
  • Kredietrisico's. Bij het begin van de zomer begon er twijfel te rijzen over hoe de internationale telecombedrijven hun biedingen gingen betalen voor de licenties voor de volgende generatie mobilofonie. Sinds september is die twijfel overgewaaid naar de financiële sector, die voor het krediet had gezorgd. Winstwaarschuwingen van Intel (computerchips), van Lucent (telecomuitrusting), van Dell (pc's) en van Motorola (gsm's) hebben het vertrouwen in de technologiesector ondermijnd.
  • De groeiende crisis in het Midden-Oosten lijkt die vrees vaste vorm te hebben gegeven op de markten overal ter wereld. Sinds begin september zijn de Europese markten in het zog van Wall Street met meer dan 10 procent gedaald. En de kans dat de olieprijzen hoog blijven, komt op een moeilijk moment.

    De Europese Centrale Bank doet pogingen om de euro op te krikken en om een reputatie te krijgen als bestrijder van de inflatie zoals de Amerikaanse Federal Reserve. De stijgende olieprijs heeft de inflatie boven de twee procent gebracht en de ECB heeft de rentevoeten verhoogd terwijl de Fed en de Bank of England hun rentevoeten niet hebben gewijzigd. Dat heeft de vrees aangewakkerd voor een vertraging van de Europese groei.

    Ondanks al die factoren verklaarden analisten vrijdag op Wall Street nog altijd dat de baisse van de markt overdreven is. Edward Kerschner van PaineWebber zei dat ,,de markt de meest aantrekkelijke koopkansen bood sinds 1998''. En Abby Joseph Cohen van Goldman Sachs, die altijd tot de meest pessimistische Amerikaanse strategen behoort, vond dat de Standard&Poor's 500 Index op het niveau van donderdag 15 procent ondergewaardeerd was. Maar ze gaf wel toe dat de ontwikkelingen in het Midden-Oosten ,,een belangrijke risicofactor'' waren.

    Henry Kaufman maakt zich meer zorgen over de situatie. Aangezien de bedrijfswinsten blijven dalen en de kwaliteit van het krediet achteruit gaat, denkt hij dat ,,bepaalde zwakheden in de onderbuik van het financiële systeem'' naar boven kunnen komen. Maar zelfs Kaufman wuift directe vergelijkingen met 1990 en 1998 weg. De crisis bij het begin van de Golfoorlog in 1990 is maar ,,gedeeltelijk vergelijkbaar''. De problemen op de kredietmarkten en in de banksector zijn niet zo ernstig als tien jaar geleden en bovenal was de Amerikaanse economie toen helemaal niet zo stevig als nu.

    Wat de vergelijking betreft met 1998, wijst niets er momenteel op dat we in dezelfde mate een vlucht kennen naar veiliger oorden zoals twee jaar geleden. Toen ontstond er bijna een wereldwijde liquiditeitscrisis. John Lonski, hoofdeconomist bij het ratingbureau Moody's, wijst erop dat in oktober 1998 het gemiddeld maandelijks rendement op een staatsobligatie op 10 jaar een dieptepunt bereikte van 4,5 procent, meer dan een procentpunt lager dan het huidige rendement.

    Vrijdagmorgen stegen de aandelenkoersen op Wall Street weer na de daling van donderdag. Dat kan erop wijzen dat sommige beleggers geloof beginnen te hechten aan de optimisten. ,,Een ding waarvan wij als langetermijnbeleggers zeker zijn is dat, wanneer er een stemming heerst van vrees en wanneer mensen woorden gebruiken als ,,internationale spanning'', er dan een bijzondere kans bestaat om aandelen aan onze portefeuille toe te voegen'', zegt Alan Skrainka.

    Maar het pessimisme dat de wereldmarkten de afgelopen vier á vijf weken heeft overschaduwd, zal waarschijnlijk niet snel weggaan. Zolang die stemming er is, zullen beleggers verschillend blijven reageren op het ongewone gevoel van dalende markten, dalende winsten en dalende economische groei. Zoals John Lonski van Moody's het stelt: ,,Je voelt dat je snel naar beneden gaat, maar je bent niet volledig zeker waar of wanneer de remmen gaan werken.''

    Bijkomende verslaggeving van Joshua Chaffin, Philip Coggan en Richard Waters.

    © The Financial Times