In Argentinië groeiden er gouden bergen, maar nu is het geld op. Dat was het aan het eind van het tijdperk-Peron al zo. Tot op het kerkhof van Buenos Aires zijn de decadente grandeur en de politieke ruzies te zien. ,,Hier in Argentinië kan nog steeds niemand rekenen.''

IK zal een einde maken aan dit economisch model, riep de oude peronist Eduardo Duhalde, toen hij onverwacht de blauw-witte sjerp van het Argentijnse presidentschap kreeg omgehangen. ,,Landgenoten, laten we het volkslied zingen.''

Van neoliberalisme naar een neonationalisme. Dat is de nieuwe dageraad die deze gedrongen zestiger zijn landgenoten voorhoudt. Importbarrières opwerpen, en dan het overvoeren van de wereld met goedkope -- want inmiddels in gedevalueerde peso's geprijsde -- Argentijnse producten. Dan krijgen de arbeiders als vanzelf weer banen, de armen te eten, en ook de gedupeerde middenklasse klautert weer uit het slop.

,,Er ís een toekomst'', hield Duhalde de Argentijnen voor. ,,Twijfel daar niet aan. Ik geef jullie mijn erewoord.'' Twee jaar geleden verloor hij de verkiezingen nog. Maar omdat er niemand anders in de aanbieding was, kreeg Duhalde nu toch de baan. De populistische ex-gouverneur van de provincie Buenos Aires kreeg zelfs speciale bevoegdheden om zijn plannen zonder overleg uit te voeren. ,,De meesten van jullie zijn failliet en gebroken. Maar het zijn de Argentijnse politieke leiders die jullie in deze situatie hebben gestort'', zei hij troostend tot de wanhopige en depressieve bevolking. ,,Ik maak een einde aan het infame bondgenootschap van mijn voorgangers met de financiële elite. Vanaf nu is het de industrie die telt.''

Aan retoriek heeft het in de Argentijnse politiek nooit ontbroken. Aan samenhangend beleid des te meer. ,,Een kunstmatige, uit de grond gestampte samenleving in de kont van de wereld'', zo noemt Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul het land in zijn boek De terugkeer van Eva Peron. ,,Een roofzuchtige macho-maatschappij van Spaanse en Italiaanse emigranten die onderling geen enkele band hebben.''

Niet voor niets, zegt Naipaul, bestaat ook de politiek uit een platte strijd om de heerschappij van de ene economische machtsgroep over de andere. ,,Een land van roofbouw. Een hoger doel bestaat niet. Er is geen contract tussen de mensen onderling. Alleen het individuele contract met de schijnbaar onuitputtelijke rijkdom van dat vlakke pampa-land dat niemand iets zegt.''

Landen op het vliegveld Ezeiza even buiten Buenos Aires. Het vliegtuig zwenkt over de plas troebel water die de brede monding van de Rio de la Plata is. Daarachter tot in het oneindige de bruingele vlakte. Dan, bijna onverwachts, duiken de witte en grijze gebouwen van Buenos Aires op. Een stad op het uiterste randje van een vrijwel leeg werelddeel. Een stad die op ruitjespapier lijkt ontworpen. Vierkant, enorm, opgetrokken in negentiende-eeuwse neo-Franse en neo-Engelse stijl.

De mensen in deze stad praten over ,,blokken'', cuadras. Elk blok is precies vijfhonderd meter lang. ,,Vindt u niet dat het precies Parijs lijkt'', vraagt de mevrouw van de leerwinkel trots. Haar zaak ligt in de chique winkelstraat Florida, vier blokken van de beroemde Plaza de Mayo vandaan. ,,Er zijn hier ook bijna alleen maar blanken'', voegt haar zakenpartner toe. ,,Geen negritos, (zwartjes)'', beaamt de winkelmevrouw, verwijzend naar de laatste pampa-indianen die zeventig jaar geleden zijn uitgeroeid. ,,Argentinië is Zuid-Amerika niet'', beklemtoont de winkelmevrouw. ,,Nóg niet'', zegt haar partner met opgetrokken neus. ,,En laten we hopen dat het niet gebeurt.''

Toch lijkt hun glimmende Florida nu al meer op Latijns-Amerika dan de dames lief is. Een bedelende oude man speelt op zijn viool. Een operazangeres geeft een heuse aria weg, met een bedelhoed tussen haar voeten. Er zijn zelfs een paar straatverkopers, en tegen de pui van de ABN Amro-bank zit een stoffig Boliviaans meisje. Ze speelt op een trekharmonica, en doet of het een tango is. Maar onder de noten klinkt de droevige indiaanse melodie van haar land.

,,Opheffingsuitverkoop.'' ,,Gesloten.'' ,,Bedrijfsruimte te huur.'' Bijna de helft van de winkels in de Florida is dicht. Failliet, weg, over de kop. Ook de mevrouw van de leerwinkel redt het niet meer, zegt ze. Als er geen verandering komt, gaat ze volgende maand dicht. ,,En dan?'' Met een bedreven gebaar gooit ze haar geblondeerde haren achterover. ,,Weet u, mijn man heeft goed verdiend in de jaren negentig.'' Hij kocht en verkocht stukken land tijdens de grote golf van speculatieve stadsuitbreiding onder president Carlos Menem. ,,Gelukkig heeft hij het geld op tijd in het buitenland belegd'', verzucht ze. Misschien gaan ze nu wel in Miami wonen. ,,Hier is toch niets meer te halen.''

,,In Argentinië bestaat geen idee van verleden, van gezamenlijke idealen of een gemeenschap voor alle Argentijnen'', schrijft Naipaul. ,,De mensen zijn niet geworteld in dit onmetelijke land. Hun geschiedenis bestaat slechts uit lijsten generaals, bewindslieden en kronieken van gebeurtenissen.''

Zes blokken naar het oosten en ongeveer twintig blokken naar het noorden ligt het monumentale kerkhof Recoleta. Een complete stad van decadente grandeur, opgestapeld in opzichtige graftombes. ,,Het is goedkoper om je hele leven extravagant te leven dan begraven te zijn in Recoleta'', zeggen de Argentijnen over deze plek. De meeste graftombes zijn dan ook groter dan een gewoon middenklassehuis. Een wandeling over de vervallen paden biedt een kijkje op een geschiedenis van de defecten die Argentinië vandaag opnieuw op de knieën dwingt: chronische overbesteding, eeuwig politieke ruzies en het al even eeuwige autoritaire optreden van de machthebbers van dienst.

Hier ligt de indianenjagende generaal Vegas, bedolven onder een paar ton marmeren engelen. Op zijn steen wordt hij geëerd door ,,de vrienden van de jockeyclub''. Een laantje verder staat president Sarmiento. De generaal die na de onafhankelijkheid de bloedige strijd leidde van de centralistische handelsbourgeoisie van Buenos Aires tegen de provinciale elite van grootgrondbezitters.

,,Ze sloegen elkaar allemaal dood'', zegt Anibal Gianetti terwijl hij met zijn schep tegen het verroeste hekwerk slaat van gouverneur José Maria Ramos 1930 -- ,,geëerd door zijn bewonderaars van de school van zwakke kinderen''. Gianetti werkt al bijna twintig jaar op het kerkhof. Nog steeds staat hij verbijsterd over de kapitalen die families besteden aan de verering van hun eigen dood. ,,Op aarde leefden sommigen als honden, van onbetaalde leningen, diefstal en afperserij'', grinnikt hij. ,,Maar hier liggen ze allemaal heilig te wezen.''

,,Hij eerde zijn huis en diende zijn vaderland.'' Of: ,,Zijn werken hebben de vruchten gezaaid voor de bloei van het land.'' Zo wordt hier de postume geschiedschrijving in marmer gepleegd. Daar is het overmaatse beeld van generaal Pedro Aramburu. De dictator die in 1955 een bloedige coup pleegde tegen de populaire generaal Peron. Naast hem draait nu een betonmolentje voor de restauratie. Maar in zijn hand houdt hij trots een groot boek met het opschrift: ,,de Wet''.

De dictator torent nog net iets hoger dan de met stierenkoppen bewerkte tombe van Carlos Pelegrini, de oprichter van de Nationale Bank. ,,Weet u wat het is'', zegt Gianetti. ,,Hier in Argentinië kan nog steeds niemand rekenen.'' Langzaam gaat hij door naar het graf van Eva Peron. De enige ,,proletarische'' die hier volgens Gianetti begraven ligt. De geblondeerde actrice en geadoreerde ,,moeder van de arbeiders'' heeft inderdaad een klein grafje. Haar lijk heeft dan ook eerst twintig jaar over de wereld gezworven voor het hier, zwaar verzegeld, onder de grond tot rust mocht komen. Dat kwam allemaal door Aramburu, de dictator met zijn wetboek van een paar laantjes verderop. Na zijn staatsgreep verbood hij het woord ,,Peron'', en liet het gebalsemde lijk van Evita verdwijnen. Met de diplomatieke post stuurde hij het naar Italië, waar het een tijdlang onder een valse naam begraven werd. In 1970 moest er de ontvoering en moord op Aramburu zelf aan te pas komen, om Evita's lijk terug te krijgen. De guerrillagroep Monteneros die Aramburu ,,terechtstelde'', hield ook zijn lijk achter, net zolang tot dat van Eva samen met haar nog levende man in ballingschap terug mocht komen.

Nadenkend gaat Gianetti met zijn vingers over het opschrift op Eva's graf: ,,Ik kom terug.'' Denkt hij dat het helpt als er een nieuwe Eva komt? ,,Welnee'', zegt hij. ,,Toen groeiden er in Argentinië gouden bergen. Nu is het geld op.'' Hij geeft het toe. Ook aan het eind van Peron was het geld op. En aan het eind van de militaire dictatuur, en nu aan het eind van Menem en De la Rua is het dus weer op. Maar een nieuwe Peron? Nee. ,,Dan zitten we weer met een dictator opgescheept, en we hebben gezien waar dat toe leidt'', zegt hij.

Wat Argentinië dan nodig heeft? ,,Mensen die kunnen rekenen.'' Maar wat hem betreft, is het eigenlijk al te laat. Hij heeft besloten om terug te gaan naar Italië, waar zijn ouders vandaan kwamen. Samen met duizenden anderen staat hij nu bij de ambassade in de rij voor een stempel ,,terug naar huis''. Voor hem en zijn kinderen is hier geen toekomst meer. ,,Voor mij is de oplossing het vliegveld, en dan weg.''

,,Misschien is heel weinig van wat er in Argentinië gebeurt werkelijk nieuws, omdat het nooit een stap voorwaarts is'', schreef Naipaul in 1980, tijdens de militaire dictatuur van Videla. Hij vertelt hoe ook toen miljarden het land uit werden gesmokkeld, en de mensen weggingen. ,,Bedenk wel dat mensen die geld hebben, geen Argentijn zijn'', verklaarde de chique Argentijnse dame die hij ontmoette. ,,Alleen de mensen die niet weg kunnen, omdat ze geen geld hebben, zijn Argentijn.''

Zo is ook Antonio Cando Argentijn. Ooit woonde ook hij met zijn gezin in een van de ,,blokken'' van Buenos Aires. Nu woont hij hier, in een sloppenwijk aan de rand, waar geen blokken meer zijn. Een provisorisch getimmerd huisje aan een zandpad, daar is hij na zijn flat met centrale verwarming en dienstlift beland. Dankzij een ongetrouwde tante had hij kunnen studeren en opklimmen. Eerst gewoon verpleger, toen chirurgisch assistent, en uiteindelijk gespecialiseerd in openhartoperaties. Hij werkte in de geprivatiseerde gezondheidszorg. Antonio beschrijft de cirkel waarin Argentinië terechtkwam. Vier jaar geleden begon het. De overheid leende en leende maar, de peso was duur, waardoor de industrie inzakte en een hoop mensen hun ziektekostenverzekering niet meer konden betalen. ,,Eerst werd ons salaris gehalveerd, toen kwamen de ontslagen.'' In zijn ziekenhuis werkten eerst 360 mensen. Nu nog twintig.

Antonio vertelt over het werklozenproject waar hij het afgelopen jaar aan meedeed: de bouw van volkswoningen in de buurt. ,,De helft van het geld ging naar de zakken van de politici, de andere helft naar het project. Zo wordt in Argentinië gerekend.'' Toen het geld op was, is het project gestopt. ,,Mensen die kunnen rekenen'', dat lijkt ook hem de enige oplossing. ,,In Rusland stuurde het volk de tsaar weg, en in Frankrijk de koning. Wij sturen hier in Argentinië al een eeuw lang generaals en presidenten weg. En we krijgen steeds hetzelfde terug.''