Nomen est omen, zegt het Latijnse spreekwoord. De naam is een voorteken. Neem nu Delta Air Transport, de regionale Belgische luchtvaartmaatschappij die uit het failliete Sabena te voorschijn is gekomen. Delta Air Transport, met de gestyleerde ,,S'' van tranSport als logo, wordt afgekort tot DAT. En dat betekent: hij (of zij) geeft. Van het Latijnse werkwoord dare . Althans Fortis geeft. En UCB. Ook Solvay. Net als Electrabel, en de familiale aandeelhouders van Interbrew.

Het starten met een nieuwe luchtvaartmaatschappij is, zeker in de huidige omstandigheden, een risicovolle onderneming. Het kan lukken of mislukken. Vandaar dat de aangezochte geldschieters alleen in het kapitaal van DAT willen stappen op voorwaarde dat ook de anderen hun duit in het zakje doen. Do ut des . Ik geef opdat jij geeft. En het logische vervolg is dan: ook hij of zij geeft, dat .

Maar daar is het misgelopen. De Vlaamse regering komt terug op haar engagement om 25 miljoen euro, ofte 1 miljard frank, in de nieuwe Belgische luchtvaartmaatschappij te investeren. Daardoor wankelt de hele financieringsconstructie. Iedereen boos uiteraard op minister-president Patrick Dewael en zijn bewindsploeg, premier Guy Verhofstadt, burggraaf Etienne Davignon en PS-voorzitter Elio Di Rupo op kop. ,,Je kan niet eerst ja zeggen en dan achteraf terugkrabbelen'', luidt het.

Natuurlijk kan dat wel. De wet op de handelspraktijken voorziet in een bedenktermijn voor de koper, als de verkoop buiten de onderneming van de verkoper heeft plaatsgevonden. En dat was hier het geval, want als we ons niet vergissen is de DAT-constructie opgezet op het kabinet van de eerste minister. De bedenktermijn bedraagt in principe zeven dagen, maar aangezien het hier over een behoorlijke smak geld ging kan het Dewael moeilijk kwalijk genomen worden dat hij wat meer tijd vroeg.

Zonder de Vlaamse centen dreigt DAT te crashen voor het goed en wel van start is gegaan. En die verantwoordelijkheid krijgt de Vlaamse regering niet graag in de schoenen geschoven. Om te bewijzen dat ze niet onwillig is, stelde ze voor het miljard frank dan maar aan luchthavenexploitant Biac te geven, die het op zijn beurt in DAT zou kunnen investeren. Een doorzichtig manoeuvre om de eigen inbreng veilig te stellen voor als het met DAT zou mislopen. Uiteraard stuitte dat op een njet van de andere partners.

Het geld dan maar investeren in de infrastructuur -- autowegen en spoorwegen -- om de toegang tot de luchthaven in Zaventem te verbeteren?, opperde de Vlaamse regering. Ik zie het al aankomen: het zal er mee eindigen dat de Vlaamse overheid langs de uitvalswegen van de luchthaven voor een miljard frank grote borden laat plaatsen met het opschrift: Vlaanderen heet u welkom. Wilkommen, bienvenue, welcome.

Het is goed dat Vlaanderen nog eens van zich laat horen, zevenhonderd jaar na de Guldensporenslag. Maar daar is DAT weinig mee gebaat. Zonder voldoende vers kapitaal kan de maatschappij niet overleven en wacht het faillissement.

Dat hoeft echter niet het definitieve einde te betekenen. Al gauw zal blijken dat er binnen DAT een kern aanwezig is voor een rendabele luchtvaartmaatschappij die vluchten verzorgt tussen België, Nederland en Luxemburg. Loopt dat faliekant af, dan kan er nog altijd worden gedacht aan een louter binnenlandse maatschappij, die vliegt tussen Oostende, Deurne, Bierset, Charleroi en Zaventem. Zo'n maatschappij moet leefbaar zijn, als je 't mij vraagt, want dat is een heuse marktniche, zonder concurrentie.

Stilaan komt nu aan het licht dat Sabena geen doodgewone luchtvaartmaatschappij was, maar dat binnen de onderneming een hele reeks steeds kleinere maatschappijtjes verborgen zat. Een matroeskja . Dát had ik eerlijk gezegd nooit in Sabena gezien.