NEW YORK (reuters, eigen berichtgeving) -- Asbest maakt steeds meer slachtoffers. Niet alleen onder arbeiders die ermee gewerkt hebben, maar ook onder de bedrijven die het goedje ooit geproduceerd, gebruikt of verkocht hebben. Het web van getroffen ondernemingen wordt steeds ruimer en begint ook minder vanzelfsprekende bedrijven te bevatten. In de Verenigde Staten vragen die steeds meer preventief bescherming aan tegen hun schuldeisers. Een voorsmaakje van wat Europa te wachten staat?

Geschillen over besmetting met asbestvezels en de schadevergoedingen die in heel wat gevallen betaald moeten worden, dwingen niet alleen de winsten van de geviseerde bedrijven omlaag, maar hebben ook al tal van topnamen het faillissement ingedreven of ten minste bescherming doen aanvragen tegen hun schuldeisers (het beruchte hoofdstuk 11 van de Amerikaanse faillissementswetgeving).

Tot voor kort werden vooral scheepswerven en bouwbedrijven getroffen. Zij gebruikten asbest tot in de jaren zeventig omdat het materiaal in staat is lang weerstand te bieden tegen brand. Een kwaliteit die in beide sectoren van essentieel belang is en die de veiligheid ongetwijfeld ten goede kwam.

Maar nu worden ook steeds meer rechtszaken ingespannen tegen bedrijven die ooit asbest verkocht hebben, materialen in asbest verwerkten of plaatsten of zelfs gewoon andere bedrijven opdracht hebben gegeven zulke materialen te installeren.

Groeiende vrees dat de schade-eisen en, vooral, de toekenning van vergoedingen steeds hoger oplopen, hoger dan ooit in het negatiefste scenario was verwacht, heeft afgelopen week heel uiteenlopende bedrijven op de Amerikaanse beurzen getroffen. Analist Scott Davis van zakenbank Morgan Stanley Dean Witter spreekt van een ,,groot zwart gat''. Ook hij stelt vast dat heel wat sectoren er nu mee worden geconfronteerd, en niet alleen de traditionele.

Negen grote Amerikaanse bedrijven, waaronder producenten van bouwmaterialen als Owens Corning en Armstrong Holdings en chemieproducent W.R. Grace & Co, hebben dit jaar bescherming aangevraagd tegen hun schuldeisers.

Amerikaanse bedrijven hebben samen al 20 miljard dollar (22,25 miljard euro of 900 miljard frank) uitgegeven aan schadevergoedingen en aanverwante (vooral advocaten en gerechtskosten). Dat blijkt uit cijfers van de Asbestos Alliance, een groepering van juridisch adviseurs voor bedrijven die met asbesteisen te maken krijgen. Volgens de organisatie wachten nog 200.000 asbestzaken op behandeling en versnelt het tempo waartegen nieuwe klachten binnenkomen voortdurend.

De ramingen voor de kosten van de hangende asbestzaken lopen volgens analisten uiteen van 20 tot 200 miljard dollar (22,25 tot 222 miljard euro). Dat is meer dan twee keer het bruto nationaal product van een land als Ierland.

Nu de belangrijkste producenten van asbest het faillissement, of ten minste bescherming tegen hun schuldeisers, hebben aangevraagd, proberen advocaten andere bronnen van schadevergoedingen aan te boren. Daardoor zijn ze bij een hele reeks ondernemingen beland waarvan je op het eerste gezicht niet zou verwachten dat ze iets met asbest te maken hebben, of gehad hebben.

Onlangs vroeg de Federal-Mogul Corp., een producent van auto-onderdelen, bescherming tegen zijn schuldeisers nadat de eisen tot schadevergoeding zich waren beginnen opstapelen. Het bedrijf kocht op het einde van de jaren negentig verscheidene kleinere bedrijven die onderuit dreigden te gaan door asbesteisen.

Halliburton, een producent van olieplatforms, dreigt op dezelfde manier in de problemen te komen. Twee ondernemingen die Halliburton enkele jaren geleden overnam, werden vorige week veroordeeld en moeten 30 miljoen dollar betalen.

Mediagigant Viacom is een ander voorbeeld. Het bedrijf fuseerde een tijd geleden met CBS. Ook het industrieel bedrijf Westinghouse belandde daardoor in de Viacom groep. En Westinghouse heeft ooit wel eens asbest gebruikt, zo blijkt nu.

Gek genoeg waren de meeste overnemende bedrijven heel goed op de hoogte van de asbestrisico's die ze daarmee in huis haalden. Maar na zorgvuldige afweging van de voordelen van de fusie en de risico's van het asbest beslisten de meesten ermee door te gaan.

Maar de schadevergoedingen blijken nu veel hoger op te lopen dan aanvankelijk was verwacht. Er werd destijds rekening gehouden met enkele duizenden dollar per slachtoffer. In de jongste gerechtszaken werden verscheidene miljoenen dollar toegezegd.

Bedrijven als Halliburton en Viacom hebben al verklaard dat hun eigen reserves en de verzekeringen volstaan om alle schade-eisen aan te kunnen. Maar volgens analist Gerald Altonji beschikt de verzekeringssector nog niet over de helft van de reserves die nodig zijn om de nu al bekende eisen te kunnen voldoen.

Daarom grijpen steeds meer bedrijven preventief naar hoofdstuk 11 van de Amerikaanse faillissementswetgeving. Een van de elementen in de bescherming tegen schuldeisers is dat de rechter een datum kan bepalen waartegen alle schade-eisen ingediend moeten zijn.

Wie nadien nog met een eis komt aandragen, is te laat. Op die manier plaats je als bedrijf een waterdicht beschot tussen de toekomst en het verleden en ontsnap je uit de ,,Far West'' van het asbest.

Ondertussen maken ook steeds meer Europese bedrijven zich zorgen. Denk maar aan ABB waarvan het aandeel maandag 11 procent omlaag dook toen Halliburton zijn asbestproces verloor.

In april erkende het grootste Europese elektro-engineeringconcern al dat het in de Verenigde Staten tegen 66.000 eisen tot schadeloosstelling aankijkt. ABB zei toen dat het geen zicht heeft op de mogelijke kosten.

ABB had eind 2000 wel in 560 miljoen dollar (630 miljoen euro) voorzien voor schadevergoedingen aan asbestoselijders, waarvan het 160 miljoen dollar (180 miljoen euro) hoopt te recupereren bij zijn verzekeraars. ABB heeft vandaag al 77 miljoen dollar uitgekeerd, maar na het wedervaren van Halliburton vrezen de beleggers dat de uiteindelijke asbestosefactuur voor ABB heel wat hoger kan liggen.

En dan is er nog de Belgische Etex-groep, vroeger Eternit. Voor veel Belgen zowat synoniem met asbest. Voorlopig lijkt het (niet-beursgenoteerde) bedrijf de dans redelijk te ontspringen. Bij elk contact legt de directie er de nadruk op dat geen asbest meer wordt verwerkt. Maar de schade-eisen slaan op besmettingen van twintig jaar geleden en langer.