BRUSSEL -- De zware correctie op de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq -- intussen mogen we al van een baisse spreken -- wordt nu door veel analisten omschreven als an accident waiting to happen. Markten corrigeren zichzelf altijd, argumenteren ze, maar het tijdstip ervan voorspellen is onmogelijk. Toch waren er de voorbije weken twee belangrijke zaken die de balans in negatieve richting hebben doen overhellen. En in beide gevallen speelt de Amerikaanse overheid een eersterangsrol.

Een eerste ongeluksbrenger was de Amerikaanse president Bill Clinton zelve, die zich op 14 maart populair maakte bij een groot deel van de bevolking, maar minder populair bij de biotechnologiebeleggers. Clinton hield die dag een pleidooi voor de publieke verspreiding van alle informatie over het menselijke DNA, het fundament waarop de ontwikkeling van tientallen nieuwe biotech-geneesmiddelen berust. De uitspraak leek meteen een hypotheek te leggen op de goedbeschermde patenten van tientallen beursgenoteerde bedrijven die naar dat DNA onderzoek doen.

Hoewel er weinig juridische grond bestaat om die beschermde informatie gratis in de openbaarheid te brengen, gaf Clinton een duidelijke boodschap: de Amerikaanse regering zal niet en nooit -- ook niet in een veelbelovende sector als de biotechnologie -- toestaan dat er monopolies ontstaan ten koste van de maatschappij.

De consequenties van die uitspraak reikten verder dan de biotechnologiesector. Het is een vaak gehoorde bewering dat de beleggers op Nasdaq op zoek zijn naar ,,het winnende lot'' of ,,de volgende Microsoft''. Maar het is precies dankzij hun jarenlange, feitelijke monopoliepositie dat bedrijven als Microsoft of chipmaker Intel zo groot konden worden. Tot tevredenheid van hun aandeelhouders, maar niet van consumenten die in hun keuzevrijheid beperkt werden. Als Clinton zegt dat er geen nieuw Microsoft mag ontstaan, is dat dus slecht nieuws voor de beleggers.

Wellicht zonder het te beseffen, bracht de president een subtiele wijziging teweeg in de afweging die beleggers moeten maken tussen risico en verwacht rendement. Totnogtoe waren ze bereid fabelachtige bedragen te betalen voor -- veelal verlieslatende -- bedrijven, in de hoop dat sommige ervan zouden uitgroeien tot machtige giganten. Maar Clinton schroefde die hoge verwachtingen terug en wakkerde de risico-aversie van de beleggers aan.

Het effect werd versterkt door een tweede ,,onheilstijding'': de uitspraak van een rechtbank die Microsoft effectief schuldig bevond aan het misbruiken van zijn monopoliepositie. Een zaak die werd aangespannen door -- alweer -- de Amerikaanse overheid.

Die twee factoren verklaren niet alles, maar waren misschien de druppels die de emmer (in casu een fors overgewaardeerde Nasdaq) deden overlopen. Het gevolg is dat beleggers en analisten heel wat kritischer werden tegenover groeiaandelen. Elk signaal dat een bedrijf de in zijn koers verrekende groeicijfers misschien niet zal halen, wordt door de beurs genadeloos afgestraft. Kijk maar naar het aandeel van Motorola, dat deze week een duikvlucht maakte na de waarschuwing dat de winst in het tweede kwartaal iets onder de verwachtingen zal liggen.

De terugval van de nieuwe economie-aandelen doet niet alleen de beleggers pijn. Tal van bedrijven die van plan waren om grote overnames te financieren met dure eigen aandelen, zien zich nu genoodzaakt hun plannen terug te schroeven of op te bergen. Een bekend voorbeeld is dat van de kabelgroep UPC, die haar bod op mediabedrijf SBS (moeder van VT4) dreigt mis te lopen en zo haar groeistrategie gedeeltelijk de mist ziet ingaan. Of hoe een lage koers tot een nog lagere koers kan leiden.

De klemtoon komt daardoor opnieuw te liggen op bedrijven met een hoge ,,zichtbare winstgevendheid'', zoals dat in analistenjargon heet: beloftes alleen zijn niet genoeg, de beleggers eisen ook winstcijfers die liefst in stijgende lijn gaan. ,,Defensieve groeiers'' zoals de voedingsaandelen Unilever en Danone bijvoorbeeld passen in dat plaatje en zagen hun koers de jongste weken fors uitbreken.

Als de technologiesector zich alsnog kan herstellen, maken de grote en winstgevende namen wellicht de beste kans om als eerste terug ,,opgepikt'' te worden, in tegenstelling tot de grote hoop van kleine en speculatieve aandeeltjes. In de tabel brachten we bijvoorbeeld de tien grootste bedrijven samen uit de Nasdaq-100-index, die op dit ogenblik allemaal winst maken. We zeggen zeker niet dat deze aandelen volgens de klassieke waarderingscriteria ,,goedkoop'' zijn, maar dat kan nog komen als de huidige correctie zich doorzet.

Gezien de hevigheid van de huidige verkoopgolf, kan een herstel een hele tijd op zich laten wachten. Echte techno-traders houden zich voorlopig beter gedeisd tot er meer duidelijkheid is over de richting die de beurs uitgaat. Tijdens de slachtpartij van vorige week dinsdag hield de index stand op 3.650 punten, maar gisteren zakte hij onder die drempel. Volgens technische analisten zullen we nu moeten wachten tot er zich een nieuwe, lagere bodemkoers aandient.