De mislukking van de fusie tussen de drie bedrijven Alcan, Algroup en Pechiney is een verschrikkelijke schande voor de aandeelhouders van de drie bedrijven.

Het is een gefragmenteerde sector met te veel capaciteit. Een verlaging van de kosten is hier de boodschap. Met een jaarlijkse synergie van 624 miljoen euro was de drieledige overeenkomst heel aantrekkelijk.

Een fusie tussen Alcan en Algroup is veel minder aantrekkelijk. Maar afgaande op de reactie van de markt is Pechiney de echte verliezer. Alcan besliste dat de prijs die Brussel vroeg om Pechiney aan boord te mogen halen te hoog was. Alcan moest zijn aandeel van 50 procent in het Duitse aluminiumbedrijf Norf van de hand doen.

Wat het Canadese bedrijf ook vindt van de beslissing van de Europese Commissie, het had van bij het begin moeten voorzien dat een dergelijke eis mogelijk was.

Het bedrijf zou aan de beleggers ook moeten uitleggen waarom het niet bereid is om gewoon zijn belang in Norf te verkopen en dan een langetermijncontract te tekenen met het bedrijf.

Het ziet ernaar uit dat Pechiney er nu alleen voorstaat. Nu de Amerikaanse groepen Alcoa en Reynolds van plan zijn om hun krachten te bundelen, is een alternatieve partner voor Pechiney niet makkelijk te vinden.

Er is natuurlijk Algroup. Een fusie tussen de twee Europese ondernemingen biedt een synergie van ongeveer 250 miljoen dollar per jaar maar er is geen internationale diversificatie.

Als Alcan en Algroup zouden samengaan, betekent dat een mogelijke synergie van 150 miljoen dollar.

De mogelijkheid van een fusie tussen Algroup en Pechiney moet echter niet worden afgeschreven. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid dat de Amerikaanse overheden de overeenkomst tussen Alcoa en Reynolds verwerpen.

In de herfst leek het alsof het uitzicht van de aluminiumindustrie vastlag voor de volgende generatie. Dat is niet meer het geval.