BRUSSEL -- De financiële markten toonden afgelopen week twee gezichten. De beurzen beleefden een barslechte eerste weekhelft en een uitstekende tweede. Op de obligatiemarkt was het beeld precies omgekeerd. De factor Irak bepaalde het beeld.

Naarmate de oorlog dichter komt, neemt de volatiliteit toe, zo bleek. De beurs zweeft tussen angst en hoop en dat kwam in de koersen sterk tot uiting. Er was opnieuw sprake van overdrijving. Aandelen als Fortis en Delhaize werden eerst genadeloos afgeslacht, om vervolgens bejubeld te worden.

De markten hadden weinig oog voor economische gegevens. Die economie oogt nog altijd slecht. In de Verenigde Staten daalden de kleinhandelsverkopen fors en stijgt de werkloosheid. Het consumentenvertrouwen staat onder druk.

Nu de kwestie-Irak tot ontknoping gaat komen, bleven de meeste uitgevers van obligaties aan de kant staan. Het aanbod nieuw papier was beperkt en wie papier kocht, ging voor kwaliteit.

Zo liep de vrij omvangrijke uitgifte van de Europese Investeringsbank vrij goed. De bank haalde 5 miljard euro op en gaf 3,33 procent rendement bij een looptijd van vijf jaar. Dat was 2 tot 3 basispunten beter dan op de secundaire markt.

De EIB liep dan al goed, beleggers willen kwaliteitspapier. Dat betekent dat triple B debiteuren, hun papier vrijwel niet geplaatst krijgen. Zelfs een gewone A ligt al moeilijk.

Het herstel van de beurzen in de tweede helft van de week, betekende dat de obligatiekoersen daalden en de rendementen stegen. De koers van papier met een looptijd van tien jaar verloor op enkele dagen 20 basispunten, wat vrij fors is.

Specialisten spreken over een correctie en verwachten niet dat de rente in een fundamenteel opwaartse beweging zit. Als beleggers straks opnieuw meer oog hebben voor de economische realiteit, zou de rente opnieuw dalen. In de ultieme aftelling richting Irak, zou de volatiliteit alleen nog maar toenemen.