BRUSSEL -- Akkoord, het zijn economisch moeilijke tijden en op korte termijn valt er weinig beterschap te verwachten. Maar dat neemt niet weg dat de financiële markten te zwaar werden afgestraft en aan een herstel toe zijn. Klaus Wellershoff, de chief economist van de Zwitserse grootbank UBS, raadt dan ook een belegging aan in risicodragende effecten. En kijk: zijn woorden waren nog niet koud of de beurskoersen maakten een historische sprong.

Wellershoff, een Duitser die in Zwitserland woont en werkt, maar die vloeiend Nederlands praat, was de voorbije dagen op ,,tournee'' in ons land, waar de Zwitserse bank al enkele maanden een kantoor heeft voor private banking (zeg maar bankieren voor euromiljonairs). De man heeft niet de neiging om de economische toestand beter voor te stellen dan hij is, maar tegelijk kijkt hij verder dan de laatste beursgrafiek lang is.

Een economische rondrit langs de drie grote economische blokken levert weinig bemoedigende vaststellingen op. In Azië is er enerzijds het uitzichtloze Japanse moeras, vanwaar de komende jaren geen impuls voor de wereldeconomie hoeft te worden verwacht. Anderzijds boekt de opkomende grootmacht China groeicijfers waar je als westerling van gaat kwijlen, maar ook daar heeft de rest van de wereld weinig aan. De extreem lage productiekosten en de dumpingprijzen die de Chinezen hanteren, vormen ,,eerder een bedreiging'' voor het Westen, wegens de deflatoire druk die ervan uitgaat, zegt Wellershoff.

De hoop voor de wereldeconomie is doorgaans gevestigd op een herstel in de Verenigde Staten. Zoals de grafiek hierbij aangeeft, wordt de economie van die grootmacht traditioneel gedreven door twee factoren: de particuliere consumptie en de bedrijfsinvesteringen. De ,,rest'' is het effect van de export en van de overheidsbestedingen.

De grafiek ontkracht alvast twee mythes die dezer dagen de ronde doen, zegt Wellershoff. ,,Dat de Verenigde Staten hun economie willen redden via een bewuste depreciatie van de dollar, is gewoon nonsens. Daarvoor is hun export te onbelangrijk. Om een reëel effect te krijgen op de economische groei, zou de dollar moeten dalen met zo'n 50 procent. Dat is niet wenselijk, al was het maar omdat de Amerikanen nog altijd sterk afhankelijk zijn van buitenlands kapitaal.'' Evenmin is het zo dat Washington ten oorlog wil trekken om zijn economie een duwtje te geven, zegt Wellershoff. Ook de overheidsuitgaven (zoals voor defensie) zijn immers verwaarloosbaar in de totale economie.

Ook van de investeringen moet voorlopig weinig worden verwacht, om de eenvoudige reden dat de Amerikaanse bedrijven nog met heel wat onbenutte productiecapaciteit zitten. Ze zijn dus niet geneigd om geld te stoppen in nieuwe uitbreidingsprojecten.

De consumptie was de voorbije jaren dé sterkhouder van de Amerikaanse economie, maar ze kan die rol niet blijven vervullen, denkt de econoom. Niet alleen zijn de effecten van de belastingverlaging stilaan uitgewerkt, ook zit het consumentenvertrouwen in vrije val. Een succesvolle oorlog in Irak kan dat vertrouwen wel tijdelijk opkrikken, maar zal daarna wellicht nog twee á drie jaar blijven hangen -- net zoals het geval was na de eerste Golfoorlog.

De hoge schuldgraad van de gezinnen ten slotte vormde totnogtoe geen probleem doordat de lage rentevoeten de totale leninglasten beperkt hielden. Een potentieel gevaar schuilt dus wel in een scherpe stijging van die rentevoeten, maar Wellershoff gelooft eerder in een langzame aanpassingsperiode: de consumptie en de groei in de Verenigde Staten zullen laag blijven, de rentevoeten daardoor ook, en het schuldenprobleem zal slechts langzaam worden weggewerkt.

En zo komen we bij Europa. Een continent met twee snelheden, merkt Wellershoff meteen op: tegenover de zwakke prestaties van Duitsland en zijn buurlanden staat de relatief robuuste groei van landen als Spanje, Portugal of Ierland. ,,Als je Duitsland niet meetelt, zit Europa eigenlijk in de beste positie van de drie wereldblokken.'' De Duitsers, die enkele jaren geleden nog Italië uit de muntunie wilden houden omdat dat zijn begroting niet in de hand kon houden, kampen vandaag zelf met een deficit van 4 procent, stelt de econoom geamuseerd vast.

Voor het ,,Duitse probleem'' ziet Wellershoff verschillende oorzaken. In de nasleep van de hereniging wordt er nog altijd veel geld gepompt in de Oost-Duitse reconversie en kent de vastgoedmarkt een zware inzinking. Het Europese rentebeleid -- dat ook rekening moet houden met het bloeiende Zuid-Europa -- noch het begrotingsbeleid biedt ruimte om de groei te stimuleren.

Maar het ,,belangrijkste probleem'' is het Duitse banksysteem, dat kreunt onder zijn inefficiëntie. De oorzaak daarvan zoekt Wellershoff in de dominantie van de staatsgeleide Sparkassen, die de concurrentie jarenlang hebben verstoord en buitenlandse banken van de markt hebben gehouden.

In die zin lijkt Duitsland op Japan, maar je mag dat niet overdrijven, vindt de econoom. De omvang van de problemen blijft een flink maatje kleiner, en bovendien tonen de politiek en het bedrijfsleven in Duitsland veel meer wilskracht en bereidheid om fundamentele hervormingen door te voeren.

Kortom, van de economie mogen de komende jaren geen wonderen worden verwacht, ook al voorspelt UBS een geleidelijke opleving tegen de tweede jaarhelft, met volgend jaar toch groeicijfers van 3,1 procent in de Verenigde Staten en 2 procent in de eurozone.

Als Wellershoff toch aanraadt om risico-effecten te kopen, zoals aandelen of hoogrentende obligaties, is dat omdat hij een correctiebeweging verwacht tegenover het irrationele pessimisme dat vandaag heerst. Het waarderingsmodel van UBS geeft aan dat de wereldbeursindex ruim 10 procent ondergewaardeerd is. Volgens het zogenaamde ,,Fed-model'', dat de opbrengst op aandelen vergelijkt met de obligatierendementen, is de beurs de voorbije vijftien jaar zelfs nooit goedkoper geweest.

Voorspellen wanneer het beursherstel precies zal plaatsvinden, kunnen ze bij UBS natuurlijk ook niet. Een beetje geduld kan dus wel nodig zijn, al laten de enorme winsten van donderdag en vrijdag het beste verhopen. In afwachting van een herstel kunt u als particuliere belegger ook een klein bedrag stoppen in call-opties of -warrants op een bekende beursindex. Dergelijke producten geven een ,,hefboomeffect'' wanneer het herstel daadwerkelijk plaatsvindt.