Nú kopen, láter pas betalen. Dat is het principe van de kredietkaart. Het is een instrument om de budgetbeperking, die automatisch een rem zet op de uitgaven, minder dwingend te maken. Bedenkingen als ,,ik heb niet voldoende geld op zak'' of ,,mijn bankrekening staat al in het rood'' zijn voor een bezitter van een kredietkaart niet relevant. Dankzij zo'n simpele kaart kun je geld uitgeven dat je niet hebt. De rekening wordt je pas achteraf gepresenteerd. Dat zijn dus zorgen voor later.

Kredietkaarten, dat hoeft geen betoog, moedigen de consumptie aan. Ze zijn een turbo voor de economie. Waarom ligt de economische groei in de Verenigde Staten structureel hoger dan in Europa? Omdat in de Verenigde Staten de kredietkaart het meest gebruikelijke betaalmiddel is. Een gemiddelde Amerikaan heeft ten minste drie kredietkaarten op zak. Ter vergelijking: drie gemiddelde Belgen hebben er maar één. Niet toevallig staan de Verenigde Staten symbool voor de consumptiemaatschappij. En zitten de gezinnen er zwaar in de schulden. Het kleine stukje plastic maakt een wereld van verschil.

In ons land zijn banken vrij terughoudend om hun klanten kredietkaarten te geven. De Belgen moeten het doen met een Bancontact-debetkaart -- nú kopen, nú betalen -- of met een elektronische Proton-portemonnee -- nú betalen, láter pas kopen.

Toch vindt de kredietkaart ook hier stilaan ingang. Ik heb er al enkele jaren één, maar maak er slechts spaarzaam gebruik van. Bijvoorbeeld in het buitenland. Dan is het wel handig. Hoef je om je hotelrekening te betalen niet altijd massa's vreemde bankbiljetten mee te hebben. Biljetten die je bovendien angstvallig ergens op je lichaam moet verbergen.

Met een kredietkaart is overigens wel meer aan te vangen. Met zo'n ding is het bijvoorbeeld perfect mogelijk nú te kopen, en láter een ánder te laten betalen. Bedrijfskredietkaarten werken volgens dat principe: de werknemer koopt, de werkgever betaalt. Het vereenvoudigt de administratie van kostennota's: uitgaven die een werknemer doet voor rekening van zijn werkgever en die hij dus mag terugvorderen. Het maakt heel het gedoe met restaurantbonnetjes, parkeertickets en diverse aankoopbewijsjes overbodig. Er kan ook minder worden geknoeid. Want de kredietkaartmaatschappij zorgt voor een gedetailleerde rekening.

Er is een verschil: bij een papieren kostennota gebeurt de controle van de door de werknemer gedeclareerde kosten vooraf, bij een kredietkaart achteraf. En het is, geef toe, gemakkelijker betwiste onkosten niet te vergoeden dan een gedane betaling terug te vorderen. Daarom verdient het aanbeveling dat een bedrijf enige selectiviteit aan de dag legt bij de toekenning van kredietkaarten. Het kostenbewustzijn van een kredietkaartgebruiker is immers lager dan van wie een bepaalde uitgave persoonlijk moet voorfinancieren. Want de eerste draagt zelf geen financieel risico, de tweede wel.

In verkeerde handen kan een kredietkaart een instrument des duivels zijn. Het gebruik ervan vergt enige beheersing. Discipline. De kredietkaarthouder moet verlokkingen kunnen weerstaan. Hij mag zich niet laten verleiden tot onbezonnen aankopen. Want de rekening volgt, hoe dan ook. En die kan bijzonder ontnuchterend zijn.

Een kredietkaart geven aan wie van nature kooplustig is -- vrouwen bijvoorbeeld -- of spilzuchtig -- politici --, dat is om problemen vragen. Aan vrouwelijke politici? Het valt niet moeilijk te raden waar dat op uitdraait.

Eva beet in de verboden appel. De vrouwelijke schepenen in Antwerpen lieten zich vangen aan een Visa-kaart. En allemaal werden ze uit het Aards Paradijs verjaagd.