BRUSSEL -- Ze zijn met ruim 20.000 in dit land. Automobilisten met een slechte staat van dienst. Zowat 6.000 onder hen zijn echte probleemgevallen, zo blijkt uit de statistieken van de verzekeraars. Voor hen zijn het harde tijden geworden. Steeds minder verzekeraars zijn nog bereid dit soort risico's te verzekeren, zelfs als je bereid bent astronomische premies te betalen.

Parallel daarmee zijn niet-verzekerde auto's een snelgroeiend probleem geworden. Per dag, bleek zopas nog, zijn bijna 25 niet-verzekerde bestuurders betrokken bij ongevallen. Op jaarbasis gaat het om net geen 9.000 ongevallen, dat is zeven tot acht procent van het totaal aantal accidenten.

In 2001 kreeg het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds (GMWF) 8.478 aangiften met onverzekerden binnen, het jaar voordien 7.614. En die cijfers geven maar het topje weer van de ijsberg. Uit cijfers van de politieparketten blijkt dat in 2000 37.459 bestuurders werden betrapt op het rijden zonder verzekering. De meesten -- één op drie -- zaten in de leeftijdscategorie van 21 tot 30 jaar. Eén op zes was jonger dan 21 jaar. De helft is dus jonger dan dertig jaar.

De schadelast die ze veroorzaken -- en die moet worden gedragen door dat Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds -- komt nu al in de buurt van de 30 miljoen euro per jaar. De schattingen over het aantal onverzekerde auto's op de Belgische wegen lopen nogal uiteen: van meer dan 50.000 tot over de 100.000 wagens.

Maar ook daar wordt nu wat aan gedaan. Door de gegevensbestanden van de Dienst voor de Inschrijving van de Voertuigen (DIV) te vergelijken met die van de verzekeringsmaatschappijen, kunnen niet-verzekerde bestuurders worden opgespoord. De wet-Monfils over de autoverzekering maakt dat mogelijk.

Wie wel over een nummerplaat blijkt te beschikken, maar geen verzekering heeft, moet dan een brief ontvangen van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, met de vraag te bewijzen dat hij wel degelijk een autoverzekering heeft. Kan hij dat niet, dan tipt het Fonds de politie.

In theorie had einde vorig jaar al zo'n operatie moeten plaatsvinden, maar in de praktijk werd het februari van dit jaar, en bleef alles voorlopig beperkt tot een kleine steekproef van zowat duizend automobilisten die klaarblijkelijk niet verzekerd zijn. Van een echt systematische vergelijking van de DIV-gegevens met die van de verzekeraars is voorlopig nog geen sprake.

Begin vorige maand kregen ongeveer duizend bestuurders een aangetekend verzoek in de bus om het bewijs te leveren dat ze over een autoverzekering beschikken. ,,Het resultaat was niet echt overtuigend'', grinnikt de directeur Communicatie van de Beroepsvereniging van Verzekeraars, Wauthier Robyns. Twintig reacties, allemaal volledig naast de kwestie. Voor de rest is het één grote stilte. De duizend krijgen nu allemaal een nieuwe aangetekende brief. Als ze niet binnen de maand reageren, of als hun verzekering effectief niet in orde blijkt te zijn, gaan hun gegevens naar de politie.

Op rondrijden zonder verzekering staan zware sancties, gaande van de intrekking van de nummerplaat over gevangenisstraf tot de inbeslagneming van de auto.

Om iets te doen aan het probleem van de feitelijke uitsluiting van brokkenmakers, voorziet de wet-Monfils in de oprichting van een Tariferingsbureau dat bestuurders die nergens nog een verzekering kunnen krijgen, toch een polis aanbiedt. Daardoor zou het aantal onverzekerden op onze wegen drastisch moeten dalen, zo hopen de overheid en de verzekeraars.

Het bureau had voor het einde van vorig jaar operationeel moeten zijn. Maar zoals wel vaker in dit land heeft ook dit dossier vertraging opgelopen. Tegen de zomer gaat het echt van start, luidt het nu.

Wie kan aantonen dat hij bij drie of meer opeenvolgende verzekeraars geweigerd is, of enkel voorstellen krijgt voorgeschoteld die ten minste vijf keer zo duur zijn als het laagste markttarief, kan terecht bij het Tariferingsbureau.

Het bureau moet het tarief bepalen waartegen risicobestuurders zich kunnen verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij van hun eigen keuze. Het Tariferingsbureau is paritair samengesteld uit vier vertegenwoordigers van de verzekeringssector en vier van consumentenorganisaties.

Test-Aankoop bedankte voor de eer. De automobilistenorganisaties kwamen in de plaats. Afgelopen week werden de leden officieel benoemd en werd Bertrand Leton voorzitter. Leton was specialist verzekeringen op het kabinet van minister van Economische Zaken Charles Picqué.

De verzekeraars financieren het bureau en verkregen dat ze de kosten mogen verhalen op hun klanten. Bij de volgende vervaldag zullen de verzekerden merken dat hun verzocht wordt ,,enkele euro's'' meer te betalen als bijdrage voor de financiering van het Fonds. ,,We willen onze klanten duidelijk maken waarvoor ze betalen'', zegt Robyns.

Tegen welk tarief die automobilisten bij het bureau terecht zullen kunnen, weet voorlopig nog niemand. ,,Dat wordt het onderwerp van de gesprekken die nu moeten beginnen.''

Robyns vindt het vanzelfsprekend dat de verzekeraars eerst hun actuariële berekeningen op tafel zullen leggen. Daaruit moet blijken hoe hoog de premies zuiver technisch zouden moeten zijn. Dat de effectieve premies daaronder zullen liggen lijkt Robyns evident, ,,anders heeft het bureau geen reden van bestaan''.

,,De inkomsten zullen de uitgaven dus niet dekken, maar er zullen tenminste inkomsten zijn. Dat is al een hele verademing tegenover de huidige situatie waarbij tienduizenden automobilisten geen frank betalen en veel brokken maken. Dankzij het bureau en de acties van het Motorwaarborgfonds kan nu een minimum aan rendabiliteit worden hersteld.''

,,Maar het is ook belangrijk dat het Tariferingsbureau een vangnet blijft, en geen hangmat wordt. De bedoeling moet blijven om bestuurders zo snel mogelijk weer verzekerbaar te maken in het normale circuit.''

In een land als Frankrijk vangt een soortgelijk bureau enkele honderden onverzekerbare automobilisten op. Dat in dit kleine landje tienduizenden enkel op zo'n manier nog aan een verzekering kunnen raken, zegt veel over de mentaliteit die hier heerst op de weg.

Volgens de verzekeraars moeten verplichte cursussen ,,defensief rijden'' en een krachtdadiger aanpak van de verkeersveiligheid in het algemeen, leiden tot een mentaliteitsverandering en bijgevolg tot een betere beheersbaarheid van het verkeersrisico. ,,En wie dan nog niet wil luisteren, moet van de weg worden geplukt.''