De toekomst is aan de jeugd. Dat is altijd al zo geweest. Hoe zou het anders kunnen? Niemand leeft in het verleden. En dat de jeugd gemiddeld meer jaren voor zich heeft dan iemand van middelbare leeftijd, spreekt voor zich. Toch biedt jong zijn niet uitsluitend voordelen. Jong is altijd al synoniem geweest met extremer gedrag. De jeugd wil en moet ontdekken, haar plaats veroveren. Maar van veroveren is niet veel sprake meer als vader en moeder er alles aan doen om de ,,vriend'' of ,,vriendin'' van hun kinderen te zijn. Na het speelgoed volgt dus al gauw de hifi-installatie, een gsm, de eigen pc, en op achttien jaar ,,uiteraard'' de auto. Nog even, en ze zijn oud voor ze volwassen zijn. Maar eens achter het stuur kan het kind weer de kop opsteken, dat blijkt overduidelijk uit de statistieken. De gevolgen zijn voor de verzekeraars, en die zijn dat meer dan beu.

Een tijdje geleden is een oom van ons overleden. De laatste maanden van zijn leven verliepen jammer genoeg nogal chaotisch. Hij moest verscheidene keren in ijltempo naar het ziekenhuis worden gebracht, en uiteindelijk is hij ook daar gestorven. Toch had het allemaal ook iets rustiger kunnen verlopen, als zijn vrouw niet alleen over een rijbewijs had beschikt, maar ook effectief met een auto had kunnen rijden.

In onze maatschappij is niet met de auto kunnen rijden eigenlijk niet meer verantwoord. Wie niet met stuurwiel, pedalen, en het liefst ook met het verkeersreglement overweg kan, is eigenlijk sociaal gehandicapt. Een rijbewijs halen is daarom ook een essentieel onderdeel geworden van de opvoeding. Veel belangrijker dan het bezit van een auto, waar velen beter wat later zouden aan beginnen.

Versta ons niet verkeerd. We pleiten er hier niet voor dat alle jongeren op hun achttiende als verjaardagsgeschenk een pakket theoretische en praktische rijlessen toegestopt krijgen. We zouden dat veel liever pas enkele jaren later zien gebeuren, als de wildste haren misschien al wat platter gaan liggen zijn en ze het hectische en, vooral, agressiever wordend verkeer ook mentaal beter aankunnen.

En reik dat rijbewijs wat ons betreft gerust maar voor een beperkte periode uit. Gekoppeld bovendien aan een puntensysteem voor zware overtredingen. Ten minste om de vijf jaar je rijbewijs opnieuw moeten halen, je leven lang, dat zou onze dagelijkse veiligheid op de weg allicht aardig wat ten goede komen.

Niet alleen sommige oudere bestuurders die het moderne verkeer eigenlijk niet meer aankunnen en minder ervaren automobilisten die de meest elementaire verkeersregels niet meer beheersen, zouden dan van de weg worden gehaald, ook kaderleden die hun bedrijfswagen als een jachtvliegtuig door het verkeer jagen, en jongeren die de openbare weg verwarren met een racecircuit worden op die manier allicht aangezet tot een iets verantwoorder rijgedrag.

Per saldo redden we op die manier misschien niet alleen het vege lijf, maar sparen we ook een flink pak centen uit. Want solidariteit is mooi, maar er zijn grenzen. Een verzekering is eigenlijk niet meer dan een grote spaarpot waarin alle leden jaarlijks hun bijdrage storten. In ruil daarvoor wordt eventuele schade die je veroorzaakt, vergoed vanuit de pot.

Zolang iedereen redelijk blijft, is zo'n solidariteit een schitterend iets. Als we ons rijbewijs pas op zak hebben zijn we nog wat onzeker. Een ongelukje is gauw gebeurd, daarom rijden we heel voorzichtig, dubbel geconcentreerd. Naarmate de jaren vorderen, neemt de ervaring toe en slagen we er haast jaar na jaar in ongevalvrij te blijven. Met onze premie kan voor een stuk de pech worden opgevangen van jongere en oudere automobilisten.

Want ja, ook wij worden ooit ouder. Onze reflexen nemen af, we zijn wat sneller vermoeid, en zo lopen we op het einde van onze bestuurderscarrière opnieuw een wat groter risico. Als we dan op onze beurt pech hebben, is de vergoeding die we ontvangen niet meer dan de return op de premies die we jaar na jaar betaald hebben zonder schade te veroorzaken.

Zo zou het moeten. En zo is het lange tijd ook geweest. Maar het jongste decennium moet het aantal achttienjarige bestuurders sterk toegenomen zijn. Waar we ook om ons heen kijken, zien we kort na het behalen van het rijbewijs ook een extra auto in het gezin opduiken. ,,De studies'', weet u wel? Of het actieve sociale leven. Je zou je warempel gaan afvragen hoe de vorige generatie -- met openbaar vervoer, de fiets of hooguit een brommertje -- ooit onder de kerktoren vandaan is geraakt.

Maar goed. Die piepjonge bestuurders hebben gemiddeld onvermijdelijk heel wat minder maturiteit dan hun collega's van 25, 26 jaar en ouder. ,,De cruciale periode'', zegt woordvoerder François De Clippele van de beroepsvereniging van verzekeraars, ,,ligt tussen 18 en 23 jaar. Wie zich na zijn 23ste opnieuw aanbiedt bij een verzekeringsmaatschappij, zal veel minder moeten betalen.''

In afwachting dient het gaspedaal om ingestampt te worden. Banden moeten gieren in de bochten. Een andere auto op de baan is er om ingehaald te worden. En wie bij regen of mist de rechtervoet wat inhoudt, is een ,,mietje''.

De gevolgen blijken uit de statistieken. Van honderd achttienjarige bestuurders raken er meer dan dertig betrokken bij een ongeval, tegen zeven bij de iets oudere. Solidariteit ja, maar.

Is het wel redelijk dat de overheid niet ingrijpt en bestuurders hun gang laat gaan die ten overvloede bewezen hebben dat ze nog niet of niet meer geschikt zijn om achter het stuur te kruipen, of die de spelregels aan hun laars lappen die bij zo'n collectief en gevaarlijk spelletje als autorijden komen kijken? Speelt ze daarmee de zwartepiet niet gewoon door naar de verzekeraars die dan maar moeten zien hoe ze het puin geruimd krijgen?

Want zelfs als de verzekeraars morgen een mirakelformule vinden, zijn niet alle problemen opgelost. Zelfs als ze er haarfijn in slagen om alle automobilisten die een echt onredelijk risico vormen uit hun klantenbestand te halen. Zelfs als ze daardoor niet ook de jongeren van de weg halen die hun autootje in een normaal tempo door het verkeer loodsen, en evenmin de ouderen treffen die hun snelheid en de tijdstippen waarop ze zich nog in het verkeer wagen, aangepast hebben aan hun afgenomen mogelijkheden -- dan nog rijden een boel automobilisten gewoon zonder verzekering rond.

Asocialer kan natuurlijk moeilijk. Je begeeft je in het verkeer, loopt het risico anderen forse schade toe te brengen, mogelijk zelfs de dood in te jagen, en als het zover komt, blijk je het aangedane leed zelfs niet financieel te kunnen verzachten.

  • Dit is het eerste artikel in een reeks van twee. Volgende zaterdag hebben we het over het verdwijnen van het bonus-malussysteem.