DE PINTE -- Lommel vecht voor zijn voortbestaan. RWDM heeft de strijd al verloren. KV Mechelen is na het faillissement een schim van zichzelf. Harelbeke en Eendracht Aalst zijn ook al gesneuveld. Volgens sporteconoom Trudo Dejonghe is de verklaring eenvoudig: simpele marktprincipes worden in de sportwereld met voeten getreden.

Dejonghe weet waar hij over spreekt. Hij doctoreerde aan de Gentse universiteit met een onderzoek over de noodzaak om marktprincipes te introduceren in het Belgisch voetbal. Nu doceert hij aan de Lessius Hogeschool Antwerpen. Aan de Vlekho Business School is hij gastdocent sporteconomie. Sinds zijn studie in 1999 gepubliceerd werd, heeft hij diverse malen gepleit voor een meer marktgerichte benadering van het Belgische profvoetbal. Voetbal is een dienst als een andere, die aangeboden moet worden met inachtneming van bedrijfseconomische wetmatigheden, vindt hij.

-- Hoe komt het dat het nu faillissementen regent in het Belgische profvoetbal?

Voor een verklaring moeten we teruggaan naar 1995. Toen werd het arrest-Bosman uitgesproken, waardoor de bestaande transferregeling wegviel. Clubs zagen hun inkomsten uit de transfers wegvallen, en zijn tegelijk de lonen gaan optrekken om spelers aan zich te binden. Door die factoren hebben de clubs jarenlang boven hun stand geleefd en zitten ze nu met enorme schulden. Clubs rekenden erop dat hun problemen met de RSZ en de belastingen via officieuze kanalen opgelost zouden kunnen worden. Nu de clubs al enkele jaren aan strengere voorwaarden moeten voldoen om aan een licentie te geraken, komen er heel wat in de problemen. Ik heb er jaren geleden al voor gewaarschuwd dat veel clubs een te smalle basis hebben om te overleven, maar ik werd altijd weggelachen. Nu blijkt dat ik gelijk krijg.

-- Wat zou er volgens u moeten gebeuren om het profvoetbal weer financieel gezond te maken?

Voetbal is een economische dienst, die consument-georiënteerd moet zijn. Dat betekent: ervoor zorgen dat je in je markt zo weinig mogelijk concurrentie hebt. Een simpel principe, dat ook wordt toegepast door Carrefour of McDonald's. Net zoals er in een regio maar ruimte is voor een beperkt aantal hypermarkten of hamburgerrestaurants, geldt dat ook voor voetbalclubs. Per zone moet je er eentje vestigen. Kijk naar het Amerikaanse systeem. De basketbalfederatie NBA heeft bepaald dat de Amerikaanse markt momenteel ruimte biedt aan 29 teams. Door economische principes te hanteren zoals het aantal inwoners, het kijkcijferpotentieel, het gemiddelde inkomen en het aantal bedrijven, bepaalt ze in welke steden die clubs zich kunnen vestigen. Wie geïnteresseerd is in een club, kan een franchise aanvragen. Soms moeten clubs zich ook verplaatsen. Zo worden de Charlotte Hornets nu omgedoopt tot de New Orleans Hornets.

-- Dat is Amerika. Hier in België zijn clubs toch sterk verbonden met hun eigen stad.

Klopt, maar dat betekent niet dat je bepaalde elementen niet kunt toepassen. Uit mijn onderzoek is gebleken dat je voor het uitbaten van een professionele voetbalclub een markt van minstens driehonderdduizend mensen nodig hebt. Maar er zijn heel wat profclubs die dat niet halen. Lommel, Geel en Westerlo bijvoorbeeld zijn actief op dezelfde markt. Die ploegen zijn niet levensvatbaar.Je moet ook rekening houden met de psychologische hiërarchie van steden. Een ploeg moet gevestigd zijn in of bij de grootste stad van een regio. Iemand uit Kortrijk gaat niet in Harelbeke of Moeskroen naar het voetbal kijken. Die ploegen kan je dan beter fuseren tot bijvoorbeeld een FC Zuidwest. Clubs die niet levensvatbaar zijn, moeten kiezen: verdwijnen, samengaan met een andere ploeg of een satellietploeg worden.

-- Voor hoeveel ploegen is er plaats op de Belgische markt?

Maximaal veertien. Persoonlijk ben ik voor een gesloten systeem, zoals in de Verenigde Staten: er kan pas een ploeg bijkomen als een andere verdwijnt. Ik besef wel dat dat moeilijk toepasbaar is in België, waar een traditie bestaat van degradatie en promotie. Het probleem is dat ploegen die willen promoveren, vaak niet in een voldoende grote markt opereren. Kijk maar naar Eupen. Daar krijgen ze nog geen bus vol voor hun wedstrijden op verplaatsing. Aan de andere kant zijn er in België markten die nog onvoldoende bediend worden, zoals Leuven en Namen. Daar is eventueel nog ruimte voor een profclub.Maar er zijn ook markten, zoals de Kempen, waar de ploegen het beschikbare potentieel al optimaal benutten en toch niet leefbaar worden. Ploegen als Geel, Westerlo of Lommel opereren elk in een markt van minder dan honderdduizend mensen. En dan zijn Turnhout en Herentals al verdwenen. Er is daar maar één oplossing: fuseren.

-- Is sport niet een fenomeen dat zich eigenlijk aan de vrije markt moet kunnen onttrekken, net zoals cultuur?

Dat kan, maar dan moet je geen profclub willen worden. Zolang de spelers amateurs zijn, is er geen enkel probleem. De ploegen hebben de wereld van het grote geld zelf gezocht. Sport gaat om geld verdienen. De ploegen wilden zelfs naar de beurs. Dan kun je niet tegelijk zeggen dat je je wilt onttrekken aan de vrije markt.