2002 was een moeilijk jaar voor de tapijtsector en de verwachtingen voor dit jaar zijn niet hooggespannen. Turkse producenten hebben een hernieuwde aanval op het karpet ingezet, terwijl enkele Nederlandse groepen een kamerbrede uitdaging vormen. Toch bieden de Belgische zwaargewichten her en der meer dan weerwerk.

Wie tapijt zegt in West-Europa, zegt nog altijd Belgische dominantie. Maar in een vrij versnipperde sector vormt die relatieve dominantie geen garantie voor rendabele prijszetting. Integendeel, in een markt voor kamerbreed tapijt die in 2002 naar schatting met 4 tot 5 procent daalde, is prijsconcurrentie nooit ver weg en wordt hard geknokt om de marktaandelen.

De afgelopen jaren zijn al verschillende tapijtproducenten bezweken onder dat geweld, meestal in Duitsland en Groot-Brittannië. De Belgen houden in het algemeen vrij goed stand dankzij hun grotere omvang en slagkracht. De sector blijft belangrijk voor de Belgische handelsbalans, wat minister van Buitenlandse Handel Annemie Neyts ertoe aanzette om zelf een kijkje te gaan nemen op de jaarlijkse tapijtbeurs Domotex in Hannover.

,,Het Vlaams tapijt lijdt onder de Nederlandse concurrentie'', zegt Dirk Dees, managing director van Beaulieu Kruishoutem. Beaulieu Kruishoutem is een onderdeel van Beaulieu International van de in Zuid-Afrika gevestigde Stefan Colle. Hij is de echtgenoot van An De Clerck, de jongste dochter van Beaulieu-grondlegger Roger De Clerck.

Beaulieu International is één van de grootste producenten van naaldvilt en haalt een groepsomzet van ongeveer 220 miljoen euro. Daarmee is het de kleinste tak van de zes Beaulieugroepen, maar één van de financieel gezondste. ,,Afgelopen jaar zijn we toch nog met twee tot drie procent vooruitgegaan'', zegt Dees.

Waar Beaulieu van oudsher de kaart trok van volumeproductie gekoppeld aan lage prijzen, erkent Dees dat dit concept ,,met succes gekopieerd werd op een zuinige Hollandse manier door enkele Nederlandse tapijtgroepen''. Het gaat om Noord-Nederlandse groepen zoals Betap en Edel Tapijt, maar het voorbeeld bij uitstek is Condor van de broers Gerrit en Jan Hoekman. Containers en vrachtwagens met meestal merkloos tapijt vormen hun handelsmerk.

De twee broers richtten in oktober 1992 samen met Teun van Beek (alle drie ex-Betap) de tapijtfabrikant Condor Carpets op met 25 mensen. In tien jaar ontwikkelde de Condor Group zich zich via een combinatie van interne en externe groei tot één van de grootste West-Europese tapijtproducenten.

Condor bewees dat het zijn eigen concept van uitgesproken lage kosten en no-nonsense met succes kon toepassen op overgenomen bedrijven zoals Vébé (naaldvilt) en Ossfloor (geprint en kuipgeverfd tapijt). Met een volume van 85 miljoen m 2 is de Condor Group in meters even groot als spelers als Balta, schat commercieel directeur Marco Pleijsier.

In omzet is dat aanzienlijk minder doordat Condor zich heeft vastgebeten in het goedkoopste tapijt. Het personeelsbestand is beperkt tot 550 personen, terwijl de fabrieken volgens een drieploegensysteem werken. Alleen op zondag wordt er niet geproduceerd, zoals het gebruik bij de Gereformeerden in Nederland het wil.

,,Afgelopen jaar gingen we er zeven procent op vooruit'', zegt Gerrit Hoekman. ,,We willen de drie bedrijven verder uitbouwen door onder meer in logistiek te investeren.'' De groep verwacht dat ze bij Ossfloor het volume nog aanzienlijk kan opdrijven. Hoekman meent dat op lange termijn maar vijf tot zes grote tapijtgroepen overblijven in Europa. ,,En daar willen we bij zijn.''

Hoekman lacht tevreden als hij hoort dat Condor over de tongen gaat bij de Belgen. ,,We onderschatten de Belgische producenten niet. Het zijn taaie concurrenten'', zegt Hoekman, die aangeeft dat Condor openstaat voor verdere overnames met het oog op maximale synergie.

,,2002 was niet eenvoudig en 2003 zal dat ook niet zijn'', zegt Filip Balcaen, gedelegeerd bestuurder van de groep Balta uit Sint-Baafs-Vijve. Afgelopen jaar gaf vooral Engeland de tapijtsector een duwtje in de rug, terwijl de markt in Duitsland naar schatting met 12 % kromp.

Engeland is de grootste afzetmarkt geworden, maar de stijging van de euro tegenover het pond en de lichte afname van het consumentenvertrouwen in het Verenigd Koninkrijk maken dat groepen zoals Balta, Associated Weavers en Lano voorzichtig zijn in hun prognoses.

,,Afgelopen jaar hadden we ook te maken met stijgende grondstoffenprijzen die we niet of onvoldoende konden doorrekenen'', zegt Balcaen. De omzet van Balta steeg afgelopen jaar nog met bijna 10 procent, maar dat is hoofdzakelijk te danken aan de nieuwe laminaat-poot, een joint venture met de groep Vanden Avenne, en de verkoop van vinyl.

In de tapijtdivisie had vooral het machinaal geweven karpet, waarvoor Balta Europees marktleider is, het moeilijk. ,,We verliezen marktaandeel buiten Europa aan niet-Europese producenten'', meent Balcaen. Turkse producenten snoepen markten als Turkije, het Midden-Oosten, Rusland, Oekraïne en het Verre Oosten af.

Ook bij Mc Three Carpets stipt Stefaan Duchi de Turkse concurrentie aan als factor. ,,Maar we hebben nog kunnen standhouden.'' Duchi reageert op twee manieren: upgrading en het uitbouwen van een activiteit geweven kamerbreed tapijt.

,,Ik vraag me af of de Turkse sterkte tijdelijk is of structureel. Ik hoop tijdelijk.'' Afgelopen jaar is er een wijziging opgetreden in het aandeelhouderschap van Mc Three Carpets. Jean-Baptist Santens verdween uit het kapitaal zodat Mc Three nu 50/50 in handen is van Lucien Vanwijnsberghe en de familie Lieven Santens. Die aandeelhouders controleren in de VS de karpetgroep Orian terwijl Mc Three in België nog een tuftpoot omvat (Bajong).

Balta, dat in Turkije al een spinnerij heeft, sluit niet uit dat het ook karpetten gaat produceren in Turkije. ,,Het is geen dringende zaak, we zijn super-geautomatiseerd, maar uitsluiten doen we het niet'', zegt Balcaen.

Balta heeft in de vloerbedekking een strategie van een totaalaanbod voor kamerbreed tapijt, karpetten, vinyl en laminaat. Dit jaar wordt veel verwacht van de divisie harde vloerbedekking, waar het met de groep Vanden Avenne (Spano) samenwerkt. ,,We investeren in Vielsalm, waar Balterio al een mdf-fabriek heeft, in een laminaatfabriek. Daardoor zullen we voor het eerst op één site een volledig geïntegreerde productie hebben.''

In een tweede fase moet er een tweede mdf-lijn worden toegevoegd, wat een investering van bijna 150 miljoen euro zou impliceren. Opvallend is dat Balterio een eigen kliksysteem heeft ontwikkeld, Click Xpress, waar het eerder op een licentie uit de groep Berry (Luc De Clerck) leek te rekenen. ,,2003 wordt het jaar van de waarheid voor onze laminaat-investeringen'', zegt Filip Balcaen.

De laminaatmarkt in Europa wordt aan de onderkant van de markt zwaar beconcurreerd vanuit Oostenrijk, waar groepen als Kaindl (Kronospan, Kronotex) en Egger een volumestrategie hanteren. Het gaat om divisies van grote geïntegreerde houtgroepen.

Pergo, ooit een vooraanstaande groep, is door een diepgaande herstructurering gegaan, terwijl het Duitse Witex eind vorig jaar 100 van zijn 440 medewerkers liet afvloeien. Pergo en Witex hebben eerder gezegd dat ze hun activiteiten willen samenvoegen.

De Belgische kracht bij uitstek in de laminaatmarkt, Quick-Step, een onderdeel van de groep Unilin, ontwikkelt zich via een combinatie van merkenpolitiek en productvernieuwing. Quick-Step is erin geslaagd om Pergo van zijn voetstuk te stoten en is met voorsprong het grootste laminaatmerk in West-Europa.

Afgelopen jaar groeide Quick-Step nog met zo'n 20 procent, geeft Bernard Thiers aan. Hij is één van de vijf topmannen van de groep Unilin (620 miljoen euro omzet, 1.850 mensen) die samen met Frans De Cock Quick-Step leidt. Quick-Step heeft in Noord-Frankrijk één van de modernste mdf-fabrieken van Europa met twee productielijnen.

Quick-Step bereidt actief een nieuwe expansiefase voor. Dit jaar beslist de groep of ze zal investeren in een mdf-fabriek in de VS. De groep kocht zich een entreeticket via de overname van de activa van een lokale producent in North-Carolina. Thiers schat dat de Amerikaanse laminaatmarkt een achterstand heeft van 5 jaar op de Europese, wat Unilin alle kansen geeft om het Europees succes te herhalen.

,,Voorlopig is het een importmarkt, maar we zijn mee met de mensen die de markt bepalen. Ons Uniclic-systeem heeft er een goede naamsbekendheid'', zegt Thiers. Duitsland, waar een uitgesproken prijzensfeer heerst, blijft nog een zwakke plek voor Unilin.

Met Berry blijven de verhoudingen bewogen. Berry, dat veroordeeld werd wegens inbreuk op de patenten van Unilin, kreeg op Domotex de politie over de vloer die stalen kwam in beslag nemen en overtredingen vaststellen.

In de markt van kamerbreed tapijt kon Associated Weavers een omzetstijging van 8 % voorleggen en werd de groep opnieuw winstgevend, ondanks de druk op de karpettendivisie Prado. Volgens topman Henri Vandierdonck plukt de groep de vruchten van een herstructurering. Ook de betere promotie van het merk Balsan buiten Frankrijk hielp de omzet omhoog.

De grootste wijziging trad op bij de groep Domo van Jan De Clerck, die naast een tapijtpoot ook een belangrijke chemiecomponent heeft, via de productie van caprolactan voor nylongarens. De groep voerde enkele belangrijke organisatorische wijzigingen door en bestaat nu uit zes business units. ,,Vroeger was alles samengevoegd, maar dat bleek tot verlies aan focus te leiden'', zegt Jan De Clerck die aangeeft dat enkele medewerkers ook te veel op de lauweren waren gaan rusten.

De Duitse tapijtpoot van Domo (Besmer) had het moeilijk door de zware druk op de Duitse markt. Domo Rugs trok zich terug uit de markt van karpetten door de samenwerking met VM Carpets stop te zetten. VM Carpets, dat al in belangrijke mate voor de karpettengroep Roger Vanden Berghe werkte, werd door die laatste overgenomen.

Vanden Berghe is na Balta de nummer twee in de karpettenmarkt en kende afgelopen jaar een forse vooruitgang van zo'n 25 %. Bert Vanden Berghe deelt het pessimisme van zijn collega's over de Turkse concurrentie niet.

,,We moeten zelf emigreren. Wij verkopen tamelijk veel buiten West-Europa omdat we ons in die markten diep ingegraven hebben. Als het moet, zullen we daar ter plekke produceren'', zegt Vanden Berghe. ,,We zijn al altijd durvers geweest.'' Op die manier zouden ook de hoge tolmuren in de Maghreb doorbroken kunnen worden.

Volgens Vanden Berghe is het zaak om voor elke markt een aangepast product te hebben, zonder dezelfde producten op de markt te brengen als de lokale concurrentie. De groep mikt op hoogwaardige karpetten, ondersteund door een moderne weverij en afwerking.

,,Met een universele aanpak kom je er niet'', zegt Vanden Berghe die aangeeft dat zijn groep op de West-Europese thuismarkt nog belangrijke expansieruimte ziet. ,,We hebben vroeger te weinig aandacht gehad voor West-Europa.''

Ondanks individuele successen blijft de hamvraag hoe lang de markt van het kamerbreed (getuft) tapijt nog onder druk zal staan. Pierre Lano, van de gelijknamige groep, zegt voorzichtig optimistisch te zijn.

,,In de Verenigde Staten werd met succes een imagocampagne gevoerd. Dat heeft vele vooroordelen doorgeprikt. In het vierde kwartaal steeg de tapijtmarkt er met 9 %, wat suggereert dat ook in Europa stilaan een einde moet komen aan de daling. Als de markt herstelt, zullen de Belgen het best geplaatst zijn om daar voordeel uit te halen.''

Zelfs als er een einde zou komen aan de structurele daling staat voorlopig de zwakke conjunctuur een herstel in 2003 in de weg. Groepen die hun huishouden het best in orde hebben, zullen dus tot nader order de toon blijven zetten.