BRUSSEL -- Het energieconcern Enron slaagde er niet alleen in de beleggers en de toezichthouders lange tijd een rad voor ogen te draaien. Ook de media lieten zich verblinden -- en knepen soms wel een oogje toe, zo wordt inmiddels almaar duidelijker.

Ten tijde van het Lernout&Hauspie-debacle was kritiek op de pers niet uit de lucht. Hoe kwam het dat de journalisten en de analisten, die het bedrijf toch zegden te volgen, de problemen niet hadden zien aankomen, en dat een Amerikaanse krant -- The Wall Street Journal -- het schandaal aan het licht moest brengen? Het debacle van Enron bewijst dat niet alleen Belgische journalisten moeite hebben om de echte gang van zaken in te schatten bij bedrijven, zeker wanneer die met opzet ingewikkelde structuren opzetten om de buitenwereld te misleiden.

Enron deed er alles aan om zijn imago hoog te houden. Het bedrijf bedeelde niet alleen insiders in Washington gul, maar ook opiniemakers en ,,experts'' deelden in het manna. Enron investeerde zwaar in zijn publieke imago, onder meer door er uitgebreide afdelingen voor public en investor relations op na te houden.

Dat verklaart onder andere hoe het komt dat de media signalen misten dat er een en ander misliep, tot het te laat was en de onderneming ineenstortte in het grootste faillissement uit de Amerikaanse geschiedenis.

Enkele voorbeelden. De New York Times noemde Enron een ,,model voor de nieuwe Amerikaanse arbeidsplaats'', ook al voerde de krant zelf een onderzoek naar de bijdrage van het bedrijf aan politieke partijen. Op een van zijn websites vermeldt Enron nog steeds hoe het in een overzicht van het magazine Fortune zes jaar lang bekroond werd tot ,,Amerika's meest innoverende onderneming''. In Fortunes rangschikking van de honderd beste ondernemingen om voor te werken in het jaar 2000, stond Enron op de tweeëntwintigste plaats.

Ook analisten weigerden de realiteit onder ogen te zien. Eind oktober nog, nadat Enron al een verlies van honderden miljoenen dollars had bekendgemaakt en de onderneming 1,2 miljard dollar in waarde was verloren, hielden 13 van 16 analisten het beleggerspubliek nog steeds een koopadvies voor.

Op 2 december vorig jaar vroeg Enron het faillissement aan. Tegen die tijd had de pers zich tegen het bedrijf gekeerd. Maar waarom gebeurde dat niet eerder?

John Olson, een beleggingsanalist uit Houston -- waar Enron zijn thuisbasis had -- is een van de weinigen die zich altijd sceptisch opstelde tegenover het bedrijf. ,,Enron kon het systeem op een geweldige manier bespelen. Ze bespeelden de media, hun accountants en misschien zelfs hun advocaten'', vertelde hij aan de correspondent van BBC News Online in Washington.

Maar het ging ook verder dan gewoon ,,bespelen''. Het bedrijf betaalde bijvoorbeeld een aantal invloedrijke commentatoren 50.000 dollar per jaar om deel uit te maken van wat CEO Kenneth Lay zijn ,,raad van adviseurs'' noemde. In die raad zat onder anderen de economist Paul Krugman, ook een gereputeerde columnist van de New York Times.

De waarschuwende signalen waren er wel degelijk, zegt Olson. Zelf ving hij naar eigen zeggen bijvoorbeeld heel wat geruchten op in Houston. ,,Dit is een kleine stad. Iedereen kent iedereen en er liepen op straat veel te veel mensen hun hoofd te schudden, zeggende dat dit een gevaarlijk bedrijf was, dat het geen correcte cijfers rapporteerde.'' De meeste journalisten negeerden die signalen. Of, aldus nog Olson, ze hadden niet de tijd of de expertise om de ingewikkelde structuur te ontrafelen waarop het bedrijf gebouwd was.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig