De financiële markten lopen (weer eens) achter hun eigen staart aan. Schrik voor een stevige renteverhoging door de Amerikaanse centrale bank bezorgde de beleggers de hele week spasmen. Nu eens gingen de koersen erdoor omhoog, dan weer omlaag. Per saldo is er dus niet zoveel gebeurd.

Toch zit een renteverhoging met een half punt al even in de koersen verrekend. De kans is dus groot dat de rust -- als de Federal Reserve de rente volgende week effectief verhoogt -- meteen terugkeert. En waarvoor is al die herrie van de jongste dagen dan wel goed geweest?

Een renteverhoging zou de verwachtingen bevestigen en de markten het gevoel geven dat ze er weer voor een tijdje ,,van af'' zijn. Een perfecte voedingsbodem voor stijgende aandelen- en dalende obligatiekoersen. Tot de twijfel over het al dan niet opflakkeren van de inflatie opnieuw begint te knagen.

Laat de Fed volgende week alles bij het oude, of verhoogt ze de rente slechts met een kwart punt, dan zal de twijfel allicht blijven hangen. Bereidt de Fed voor de komende weken misschien een (bijkomende) renteverhoging voor?

De positie van de Amerikaanse centrale bank is alleszins niet makkelijk. De economie groeit nog steeds tegen een hels tempo en vertoont daarbij geen zware tekenen van inflatie. Integendeel zelfs: de producentenprijzen wijzen op een lichte ontspanning.

Maar de producentenprijzen hadden wel betrekking op de maand maart, een periode waarin de olieprijzen sterk daalden. Ondertussen is de olieprijs opnieuw beginnen stijgen. Enkele weken geleden kostte een vat richtinggevende Brent olie nog ongeveer 23 dollar. Gisteren werd opnieuw meer dan 28 dollar betaald. Slecht nieuws voor de prijsstabiliteit.

Europa blijft ondertussen het pad bewandelen van een langzaam maar zeker aantrekkende economische groei zonder inflatie. In Duitsland, zo bleek afgelopen week, zijn de prijzen op jaarbasis slechts met 1,5 procent gestegen. Maar de Amerikaanse economie groeit ondertussen twee keer zo snel, en dat zien de eurobeleggers met lede ogen aan.

Op de emissiemarkt zelf sprongen wel enkele leningen in het oog. Zo is er de dollarlening van Helaba. Voor een looptijd van 4 jaar biedt zij een rendement van 7,35 procent. In euro sprong de Fortis-lening in het oog. Weliswaar achtergesteld en een looptijd van 10 jaar, maar een rendement van 6,3 procent. Ook in euro biedt General Motors net geen 5 procent op 3 jaar. Niet onaardig. En wie een gok wil wagen, kan terecht bij de Oost-Europa Bank voor een lening op één jaar in Poolse zloty. Je krijgt een couponrendement van 17,3 procent, het wisselrisico moet je er wel bijnemen.