Marc Van Craen
©blg

POZNAN -- Marc Van Craen heeft er zijn allereerste missie als directeur-generaal van Export Vlaanderen opzitten. Nog voor de zomer wil de ex-topdiplomaat een zo volledig mogelijke toer doen van de Vlaamse uitvoerdienst. Daarna maakt hij zijn plannen bekend en start hij de onderhandelingen voor een beheerscontract. De voornaamste krijtlijnen zijn al uitgetekend.

Van CRAEN maakte naam als woordvoerder van koning Boudewijn. Na acht jaar werd hij ambassadeur in Burundi en later in Indonesië. Daar haalde staatssecretaris Reginald Moreels (CVP) hem weg om als crisismanager het Abos, de federale dienst voor ontwikkelingssamenwerking, te hervormen. De ervaren diplomaat had dus al voor hetere vuren gestaan toen hij zijn federale taken vorige maand inruilde voor een Vlaamse opdracht.

-- Wat is het doel van Export Vlaanderen?

Onze opdracht is de Vlaamse exporteurs, en vooral de kmo's, te dienen en te helpen de stap naar de (verre) export te zetten. We hebben zowat drieduizend bedrijven als partner, maar er is nog een enorm potentieel. Dat willen we aanboren. Daarvoor willen we al onze troeven inzetten. Daarom willen we bijvoorbeeld de samenwerking tussen onze Vlaamse economische vertegenwoordigers en de ambassadeurs beter uitbouwen. Die nauwe samenwerking -- elk op zijn terrein -- is een gelukkige evolutie want uiteindelijk zijn het de bedrijven die daarvan profiteren.

-- Hebt u nog andere plannen of al eigen accenten voor Export Vlaanderen?

Het regeerakkoord heeft ons tien aandachtspunten gegeven. We moeten dringend de onduidelijkheden en onzekerheden wegwerken over het personeelsstatuut om een professioneel bestaan binnen Export Vlaanderen mogelijk te maken. Ook voor de mensen die (destijds) zijn overgekomen van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel (BDBH) moeten we definitieve regelingen treffen.

Ten tweede wil ik de organisatie van Export Vlaanderen bekijken. Er zijn al studies gemaakt, maar totnogtoe is daar geen gevolg aan gegeven. Ook het buitenlands netwerk verdient aandacht. Welke vergoeding en welk statuut moeten onze economische vertegenwoordigers krijgen? Bovendien willen we hun standplaatsen herbekijken. Sommige zijn dertig jaar oud en werden gekozen vanuit geografische invalshoek. We moeten naar meer specialisatie, we gaan in ieder geval meer sectorgericht werken. We zoeken ook partners in export. Bijvoorbeeld de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen (GOM), kamers van koophandel of het NCMV. Met deze organisaties kunnen we onder andere samenwerken voor opleidingen.

-- Voor wanneer zijn de hervormingen?

In het regeerakkoord staat dat er voor het einde van de legislatuur een beheerscontract tussen Export Vlaanderen en de overheid moet komen. Voor onze kernactiviteit en bepaalde taken moeten er extra personeel en middelen komen. Aan de hervormingen hangt dus een prijskaartje. Daarover zullen we na de zomer onderhandelen.

Veel mensen weten niet dat wij ook eigen inkomsten hebben. Bedrijven betalen om mee te gaan op missie. Wij gaan onderzoeken of we voortaan ook met bijdragen en tarieven kunnen werken bij vragen om een adres of bij een marktonderzoek. Het staat vast dat die tarifering in het kader van het beheerscontract wordt uitgewerkt. Bedrijven zien daar geen graten in als ze kwaliteitsdiensten krijgen.

-- Wat wordt de taak van het federaal agentschap voor buitenlandse handel dat de BDBH moet vervangen?

In de besprekingen over de BDBH hebben wij wel enkele wensen, maar dit is voorlopig eerst en vooral een zuiver politiek vraag. Het akkoord over het federaal agentschap is goed. Er komen nu homogene bevoegdheidspakketten. De bedrijven zijn daar gelukkig mee. Er komt een raad met de drie gewesten die het federale programma bepaalt. Vroeger kon de BDBH zelf kiezen wat hij deed. Nu beslissen wij wat het agentschap doet. De exacte definitie en het mandaat van dat agentschap moeten nog duidelijk worden. De BDBH heeft enkele diensten, zoals de geschillendienst en bepaalde achtergrondinformatietaken, die misschien beter federaal blijven.

-- Ziet u nog een rol voor prins Filip aan het hoofd van economische missies?

Voor een aantal landen is het belangrijk dat de prins meegaat. Als dat helpt en hij deuren opent, zou het dom zijn hem niet mee te nemen. In een aantal landen hebben we de prins echter niet nodig. Daar speelt gezag minder mee. Wij kunnen in ieder geval kiezen wanneer we de prins mee uitnodigen.

-- Binnenkort vindt een eerste gezamenlijke missie plaats van de gewesten en de BDBH naar Hongarije. Hoe zal die verlopen?

De gewesten leiden de missie, al kwam de trip er nog op initiatief van de BDBH. Wij volgen een eigen programma. Zo organiseren we, samen met de Waalse en Brusselse collega's, een douaneseminarie. De prins komt gewoon langs voor een babbel met de president. 's Avonds is er een diner, georganiseerd door Buitenlandse Zaken, en de volgende ochtend een debat. Dan vertrekt hij weer. Onder welke vlag de prins daar zal zitten, weet ik niet. Waarschijnlijk zal de zaal die voormiddag vol hangen met alle mogelijke vlaggen.