BRUSSEL -- Een beurskapitalisatie van 100 miljoen euro en een free float van 50 % zijn volgens financiële analisten absolute minimumcriteria om als klein bedrijf opgemerkt te worden door grotere beleggers. Dat blijkt uit een bevraging door Anthonissen & Associates (A&A). Het communicatiebureau raadt de Belgische small caps -- niet verwonderlijk -- aan om meer en beter te communiceren.

Een team onder leiding van A&A-medewerker Werner Keris onderzocht de voorbije 2,5 maanden hoe de ondernemingen op de Brusselse beurs aankijken tegen Euronext, de fusiebeurs met Amsterdam en Parijs.

De resultaten bevestigen veel indrukken die al langer leven. Om te beginnen, dat heel wat beursgenoteerde vennootschappen lak hebben aan pottenkijkers. Van de 147 gecontacteerde bedrijven deden er 35 niet mee aan de enquête, waaronder sommige die dit expliciet weigerden.

Over de Euronext-fusie zijn zeker niet alle ondernemers enthousiast. Ruim de helft had tegenover de fusiebeurs geen of slechts kleine verwachtingen, en ruim 15 % bestempelde Euronext zelfs als een bedreiging (omdat hun aandeel op een grote beurs nog minder exposure zou krijgen dan al het geval was). Bij de 15 ondervraagde Bel-20-bedrijven was het enthousiasme merkelijk groter en beschouwde men Euronext als een kans om internationaal meer bekendheid te verwerven.

A&A vroeg de bedrijven ook waarom er volgens hen geen interesse bestaat voor Belgische aandelen, en wat ze denken daaraan te doen. De meesten verwijzen naar hun te kleine omvang en liquiditeit, en/of naar het algemene beursklimaat. Ook de debacles van L&H en Real Software worden met de vinger gewezen. Slechts 10 % wijt de desinteresse aan een slecht communicatiebeleid.

Ruim een derde van de bedrijven hoopt op beterschap door de opname in één van de Euronext-indexen, maar heel wat ondervraagden leggen zich ook gewoon bij de toestand neer. Zo zegt meer dan 40 % dat het aantrekken van buitenlandse beleggers voor hen geen doel vormt. Slechts een kleine minderheid zegt de communicatie en de website te zullen verbeteren.

Wat vooral opvalt, is dat niemand bereid lijkt om iets te doen aan wat nochtans als een belangrijke oorzaak voor de malaise wordt aangevoeld: de lage free float (het percentage van het kapitaal dat actief verhandeld wordt), waardoor aandelen moeilijk verhandelbaar en voor grotere beleggers niet interessant zijn. Keris schat dat zeker driekwart van de bedrijven een float heeft van minder dan 50 %.

Dat cijfer wordt door financiële analisten -- die in een tweede luik van de studie ondervraagd werden -- een minimumdrempel genoemd. Eén Londense analist noemde de Belgische bedrijven ,,incestueus'', in een verwijzing naar de waterdichte controle van -- vaak familiale -- referentie-aandeelhouders. ,,Veel beursintroducties in ons land waren de jongste jaren een oplossing voor eigenaars om hun opvolgingsprobleem op te lossen. Maar men moet ook de gevolgen van een introductie durven inzien'', zegt Peter Anthonissen van A&A.