BRUSSEL -- Het bedrag aan uitstaande internationale bankkredieten aan ontwikkelings- en groeilanden is vorig jaar verder afgenomen in de nasleep van de crisissen in Azië en Latijns-Amerika van 1997 en 1998. Dat blijkt uit een overzicht van de internationale bankleningen door de Bank voor Internationale Betalingen (BIS).

Uit het halfjaarlijkse BIS-verslag blijkt dat het totale volume aan internationale bancaire kredieten eind 1999 ongeveer even groot was als zes maanden eerder. Maar daarachter schuilt een verschuiving van geldstromen. Een vermindering van de kredieten aan de groeilanden werd gecompenseerd door een toename van de uitstaande leningen aan ontwikkelde landen.

De terugval was het grootst in Azië, met 16 miljard dollar of 700 miljard frank tot 271 miljard dollar (11.920 miljard frank). Sinds halfweg 1997, het begin van de Azië-crisis, gaat het al om een terugval met 30 procent. Zuid-Korea, Thailand en Indonesië zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van de daling.

Maar de cijfers zijn niet zozeer een uiting van ,,vluchtend'' westers kapitaal. De BIS stipt immers aan dat bankleningen aan Azië in toenemende mate vervangen worden door directe investeringen en door portefeuillebeleggingen.

Bovendien nam de noodzaak aan buitenlands geld af door het snelle herstel van de betalingsoverschotten in de Aziatische economieën. Opvallend is dat de Japanse banken zich blijven terugtrekken uit hun Aziatische ,,achtertuin'': ze verstrekken nu minder dan een kwart van alle kredieten, tegenover 48 procent elf jaar geleden.

Voor het eerst in zeven jaar is de ,,blootstelling'' van het bankwezen aan Azië kleiner dan die aan Latijns-Amerika, waar er een terugval was van de kredieten van 283,5 tot 275,2 miljard dollar (12.110 miljard frank). Alleen Argentinië slaagde erin meer kredieten aan te trekken na de Braziliaanse real-crisis van eind 1998. In heel Latijns-Amerika werden kortetermijnkredieten vervangen door leningen met langere looptijden.

De kredieten aan Oost-Europa stabiliseerden in de tweede helft van 1999 op 111,1 miljard dollar (4.890 miljard frank), na een zware terugval in de eerste jaarhelft als gevolg van de roebelcrisis van 1998.

Rusland wordt nog altijd gemeden als de pest: de uitstaande bedragen namen er met 48 miljard dollar (2.112 miljard frank) af tot het laagste peil sinds zes jaar. Hongarije en Polen genieten wel het vertrouwen van de westerse banken, die er in toenemende mate leningen met langere looptijden toestaan.

De BIS noteert ook een inhoudelijke verschuiving in de kredietverlening aan emerging markets : interbancaire transacties ruimen steeds meer plaats voor rechtstreekse leningen aan bedrijven uit de particuliere sector.

Die trend is zeer zichtbaar in Azië, waar ze een duidelijk gevolg is van de crisis in de lokale banksector.

Uit de statistieken per land blijkt dat Belgische schuldenaars bij buitenlandse banken voor 200 miljard dollar of 8.800 miljard frank in het krijt staan. Het gaat voor bijna driekwart om kortetermijnkredieten (met looptijden tot één jaar). Interbancaire leningen zijn goed voor 62 procent van het bedrag, de publieke en particuliere sector nemen elk zo'n 19 procent voor hun rekening.

Omgekeerd hebben Belgische banken voor 288,6 miljard dollar (12.700 miljard frank) vorderingen op het buitenland, waarvan het leeuwendeel op de buurlanden.

De Belgische banken hebben in Azië nog voor 3,74 miljard dollar (164 miljard frank) uitstaan, met als koplopers China (784 miljoen dollar) en Zuid-Korea (629). De leningen aan Oost-Europa belopen 3,4 miljard dollar (150 miljard frank), waarvan het grootste deel aan Tsjechië, Hongarije en Polen. De Belgische claims op Latijns-Amerika ten slotte bedragen 22,27 miljard dollar (100 miljard frank), met Mexico en Brazilië als belangrijkste schuldenaren.