Een agressief georganiseerd verkoopopbod door een partij die er weinig ervaring mee heeft, een Angelsaksische investeerder die het lokaal terrein niet kent en een stichter wie het bedrijf boven het hoofd was gegroeid, maar die toch vasthield aan zijn topfunctie ondanks de verkoop van 80 procent van zijn aandelen. Deze cocktail bij het Limburgse lakbedrijf Alro Holdings moest vroeg of laat een bittere nasmaak krijgen.

De onbekendheid van de Britten met het terrein bleek al uit het feit dat ze er niet in slaagden een Belg, laat staan een Limburger, te vinden voor de functie van voorzitter van de raad van bestuur. Toen het tot een kortsluiting kwam met stichter Luc Thijs, bleek er ook geen nieuwe manager voorhanden.

Ten slotte werd het Ivo Marechal die na de Plascobel-affaire onvermijdelijk omstreden lijkt. Tegen Marechal pleit alvast dat hij in zijn nieuwe functie bij Alro zijn ondernemingsraad niet royaal heeft bedeeld met informatie. Een mentaliteit waarover ook de koper van Plascobel klaagt. Tegenover de buitenwacht, twee economische publicaties, hing Marechal een selectief beeld op, wat ongetwijfeld moest helpen om investeerders te lokken voor de nieuwe kapitaalverhoging.

Drie miljard frank neertellen voor een bedrijf dat eerder de helft waard is, moest tot ongelukken leiden. Hoe meer je betaalt, hoe meer schulden ingebracht worden om het vereiste rendement op het eigen kapitaal te halen. Wellicht zal het nog een tijdje duren vooraleer we Barclays als investeerder terugzien in België.