Danny Kahneman, Amerikaan én Israëliër, heeft zich samen met zijn vriend en collega Amos Tversky gewijd aan de logica van het irrationele. Gisteren kreeg hij de Nobelprijs voor de Economie uitgereikt. ,,De economie heeft nooit oog gehad voor gevoelens of geluk.''

Stel, uw beleggingsadviseur belt u op met het volgende voorstel: er is een belegging waarop u, met een kans van negentig procent, 10.000 euro kunt verdienen. Een tweede belegging biedt een zeker rendement van 8.500 euro. Welke belegging kiest u? Een dag later belt uw advocaat. Er is een schadeclaim tegen u ingediend van 10.000 euro. De tegenpartij wil wel met u schikken, voor 8.500 euro. Als de kans op winst voor de rechtbank negentig procent is, gaat u dan procederen?

Psycholoog Daniel Kahneman, winnaar van de Nobelprijs voor Economie, heeft dergelijke hypothetische situaties voorgelegd aan proefpersonen. Hij ontdekte dat de meeste mensen in het eerste geval kiezen voor de veilige belegging, en in het tweede geval voor het riskant procederen -- een paradox. Risicomijdend gedrag treedt op bij positieve vooruitzichten. Bij negatieve vooruitzichten gebeurt het omgekeerde.

Stel nu dat uw beleggingsadviseur met een nog wilder voorstel komt: een belegging met 50/50 kans op 15.000 euro winst en 10.000 euro verlies. De klassieke economie voorspelt dat rationele beleggers, die uit zijn op nutsmaximalisatie, zo'n gok zouden moeten accepteren. Dat de meeste mensen de gok niet willen wagen -- enquêtes wijzen uit dat velen de gok pas interessant vinden bij een winst die een factor 2 tot 2,5 hoger ligt dan het verlies -- heeft te maken met loss aversion , ofwel verliesmijdend gedrag. Verlies doet meer pijn dan winst goed doet.

Ander voorbeeld. Stel dat u 's avonds op weg bent naar het theater, en merkt dat u uw kaartje voor de voorstelling, á 20 euro, op de keukentafel heeft laten liggen. Er is geen tijd meer om terug te gaan en het kaartje is alleen die avond geldig. Koopt u een nieuw kaartje bij de kassa? Stel nu dat u nog geen kaartje heeft, maar bij aankomst bij het theater merkt dat u per abuis de taxichauffeur 20 euro te veel heeft betaald. Koopt u nog steeds een kaartje voor de voorstelling?

Kahneman ontdekte dat de meeste mensen in het eerste geval geen nieuw kaartje zouden kopen en in het tweede geval wel, hoewel de extra kosten identiek zijn. Dat verschijnsel valt te verklaren uit mental accounting , waarbij het verlies van het kaartje wel, en het verlies van de 20 euro niet wordt 'afgeschreven' tegen de theatervoorstelling.

,,Mensen zijn niet dom'', zegt professor Kahneman, in zijn werkkamer op de schilderachtige campus van Princeton University, waar hij -- na lang aandringen, bij hoge uitzondering en met grote tegenzin -- een interview geeft. ,,Mensen zijn zeker niet dom'', zegt hij nog eens. ,,Slimme mensen, uit alle lagen van de bevolking, maken zulke fouten. Waar het om gaat, is dat het werkelijke gedrag van mensen niet strookt met de strenge definitie van rationaliteit die wordt verondersteld door de economie.'' Maar, voegt hij er onmiddellijk aan toe, ,,het is evident dat economen niet zonder die aanname kunnen: anders werken hun theorieën en voorspellingen niet meer''.

Danny Kahneman (68), staatsburger van zowel de Verenigde Staten als van zijn geboorteland Israël, kreeg de Nobelprijs voor de Economie ,,voor de integratie van inzichten uit psychologisch onderzoek en de economische wetenschap, met name op het terrein van de menselijke oordeel- en besluitvorming''.

Kahneman is zelf de eerste om op deze loftuiting uit Zweden het een en ander af te dingen. Allereerst moet hij de prijs, die gisteren in Stockholm werd uitgereikt, delen met de 75-jarige econoom Vernon Smith van George Mason University, die hem krijgt voor de experimenten die hij uitvoerde in een laboratorium om te onderzoeken hoe economische transacties tot stand komen. Daarnaast moet Kahneman, in gedachten althans, de prijs delen met Amos Tversky, zijn beste vriend en collega uit Israël met wie hij zijn belangrijkste onderzoek deed in de jaren zeventig, toen Tversky aan Stanford doceerde en Kahneman aan de Universiteit van British Columbia. Tversky overleed in 1996 aan kanker. Hij had toen ook al diverse wetenschappelijke prijzen op zijn naam staan -- en een onderscheiding voor dapper gedrag toen hij in 1956 een jonge Israëlische soldaat redde die van paniek verstijfde na het ontsteken van een bom.

En hoewel Kahneman al een paar jaar reden had om te verwachten dat hij de Nobelprijs voor de economie zou krijgen, vermoedt hij dat niet alle economen er blij mee zullen zijn. ,,Ik ben geen econoom'', verontschuldigt Kahneman zich voortdurend tijdens het interview als hem om een mening wordt gevraagd over een economisch probleem. Hij kan er niets aan doen: een Nobelprijs voor de psychologie bestaat niet.

Een baanbrekend artikel van Kahneman en Tversky, waarin zij voor het eerst hun afwijkende ideeën over besluitvorming in risicovolle situaties presenteerden onder de noemer 'Prospect Theory', verscheen in het tijdschrift Econometrica in 1979. Het is een elegante theorie, die bovendien de meeste bevindingen in een logisch kader plaatst. ,,Als we 'Prospect Theory' ergens anders hadden gepubliceerd, was het waarschijnlijk niet opgepikt door economen'', zegt Kahneman. En dan had Kahneman de prijs nooit gewonnen, zei hij toen hij het nieuws hoorde. Maar dat de psychologen enkele artikelen in Science op hun naam hebben staan, zal ook wel hebben meegespeeld voor het Nobelcomité.

De in de sociale psychologie zeer invloedrijke Prospect Theory, die het ,,irrationele'' gedrag van mensen in uiteenlopende keuzesituaties verklaart met behulp van diverse strategieën (zoals het coderen, combineren, scheiden en uitsluiten van bepaalde informatie over vooruitzichten), wordt algemeen gezien als de basis voor behavioral economics . Dat is inmiddels een populair vakgebied, waarvoor op bijna alle grote universiteiten een faculteit is ingericht. Richard Thaler, aan de Universiteit van Chicago, heeft totnogtoe het meeste werk verzet. Behavioral economics kan worden ingezet om consumentengedrag te verklaren, het effect van loonmaatregelen te onderzoeken en fiscaal beleid te toetsen.

Maar het werk van Kahneman en Tversky is relevant voor allerlei situaties waarbij mensen kansen moeten schatten of beslissingen nemen, niet alleen in de economie, maar bijvoorbeeld ook in de gezondheidszorg. Zo blijkt bijvoorbeeld dat drie op de vijf vrouwen regelmatig hun eigen borsten onderzoeken als ze in een folder gelezen hebben dat ze anders op latere leeftijd moeilijk veranderingen in het weefsel zullen kunnen voelen (nadruk op mogelijk verlies), terwijl dat slechts twee op de vijf is als ze hebben gelezen dat regelmatig onderzoek hen goed op eventuele veranderingen voorbereidt (nadruk op mogelijke winst). Op dezelfde manier blijkt het uit te maken of behandelmethoden voor een bepaalde ziekte worden gepresenteerd in termen van het aantal mensen dat zal overleven versus het aantal mensen dat zal overlijden. Interessant is dat dit evengoed geldt voor leken als voor deskundigen zoals artsen en statistici.

Kahneman en Tversky hebben in totaal tussen de tien en twintig (onder)soorten systematische vertekeningen beschreven, voornamelijk fouten die mensen maken bij het schatten van kansen en aantallen. De gedachte dat mensen op allerlei manieren irrationeel zijn, was overigens ook toen Kahneman en Tversky in de jaren zeventig hun eerste artikelen publiceerden al niet nieuw -- zelfs niet voor de economie, hoezeer die wetenschap ook gedomineerd is door het idee van de mens als puur rationeel handelende ,,homo economicus''. De belangrijke verdienste van Kahneman en Tversky was niet dat zij aantoonden dat mensen zich irrationeel kunnen gedragen, maar dat het daarbij vaak om een logische irrationaliteit gaat -- dat menselijk gedrag dat op het eerste gezicht bizar lijkt, te verklaren en zelfs tot op zekere hoogte te voorspellen is.

Kahneman mag dan zweren bij psychologie, het belet hem niet op de ochtend voor het interview op mitrailleursnelheid een gastcollege te geven aan economiestudenten, waarin hij opnieuw op puntige wijze de stoelpoten onder het klassieke economische model uitzaagt. ,,Wat ik u ga vertellen vandaag zal bijzonder weinig bijdragen tot een verbetering van uw rationaliteit'', zo begint hij. En: ,,Als mensen risico's nemen komt dat meestal omdat ze illusies hebben over hun kansen. (..) Irreëel optimisme wordt soms ook wel moed genoemd.'' Later in het college raakt hij nog beter op dreef: ,,Beleggers denken niet alleen dat ze betere kansen hebben dan andere beleggers, ze denken ook dat ze het beter weten.'' Nog ééntje: ,,Als je een heleboel mensen bij elkaar zet die een overdreven kijk hebben op hun eigen capaciteiten, dan ontstaat iets wat, volgens mij althans, verdacht veel lijkt op een aandelenmarkt.''

Kahneman haalt het ene na het andere psychologische onderzoek aan waaruit blijkt dat mensen te veel op hun eigen oordeelsvermogen vertrouwen, tegen beter weten in; dat ze hun eigen vaardigheden overschatten; dat ze vrijwel alles doen om verliezen te voorkomen; en dat ze verzuimen beslissingen in een bredere context te plaatsen. En alsof dat nog niet genoeg is, leren ze niet van hun fouten. Dit gedrag heeft niet zozeer te maken met gebrek aan inzicht, maar met illusies. Zoals een visuele illusie haar werking blijft houden, zelfs als degene die haar waarneemt weet wat er mis mee is.

,,Beslissingen worden ingegeven door twee strijdige vooroordelen'', doceert Kahneman. ,,Enerzijds hebben mensen te veel zelfvertrouwen, anderzijds zijn ze bang om risico te nemen. Maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat die twee vooroordelen elkaar opheffen en dat de uitkomst rationeel is.''

Kahneman en Tversky's eureka, als je het zo mag noemen, was de ontdekking van Bernouilli's fout. Daniel Bernouilli was de Franse grondlegger van het utilisme, ofwel de economie van het nut. Hij was in 1738 de eerste die inzag dat mogelijkheden met verschillende kansen en uitkomsten, gewogen kunnen worden naar hun waarde en zo nutsfuncties opleveren.

Hij schetste de situatie van een handelaar die kruiden wil verschepen van Amsterdam naar Sint-Petersburg. Hij weet hoe groot de kans is dat onderweg het schip verloren gaat. Hij weet hoeveel het kost om zich tegen dit verlies te verzekeren. Wat moet hij doen? De fout die Bernouilli volgens Kahneman en Tversky maakte, was dat hij nut relateerde aan vermogen, in plaats van verandering in vermogen -- ofwel winst en verlies. ,,Van belang is niet wat je hebt, maar hoeveel je er voor- of achteruit op gaat'', zo vat Kahneman de correctie samen.

Neem mevrouw A en mevrouw B, die beiden het kwartaalrapport van hun beleggingsportefeuille ontvangen van de bank. De waarde van mevrouw A's portefeuille was 1 miljoen euro en is nu 1,1 miljoen euro. De waarde van mevrouw B's portefeuille was 4 miljoen euro en is nu 3 miljoen euro. Wie is er gelukkiger?

,,Bernouilli zou zeggen: mevrouw B, want die heeft immers nog altijd drie miljoen euro tot haar beschikking'', aldus Kahneman. ,,Maar het is duidelijk dat mevrouw A meer reden heeft tot tevredenheid, want die heeft de waarde van haar portefeuille zien toenemen.''

Een ander, aanverwant verschijnsel is het disposition effect . Als belegger A een aandeel heeft dat in waarde is gedaald van 80 naar 60, en belegger B hetzelfde aandeel heeft zien stijgen van 40 naar 60, en beide beleggers weten dat het aandeel op 60 is overgewaardeerd, zal B sneller overgaan tot verkopen dan A. Sell your winners and hang on to your losers , heet dit. Het is een effect dat, in de woorden van Kahneman, ,,tamelijk kostbaar'' kan zijn.

De verklaring legt hij bij de behoefte om zo snel mogelijk winsten te incasseren en de eerder geconstateerde behoefte om koste wat kost verliezen te voorkomen. Zolang het slechte aandeel nog niet is verkocht, is het verlies nog niet geleden. ,,De enige maand dat Amerikaanse beleggers wel massaal hun slechte aandelen van de hand doen, is december, want dan worden ze herinnerd aan het feit dat koersverliezen aftrekbaar zijn van de belasting. Maar dat zijn ze natuurlijk het hele jaar door'', zegt de professor, met een lichte twinkeling in de ogen.

Terry Odean, een van Kahnemans studenten aan de Universiteit van Californië in Berkeley, heeft een voor individuele beleggers ontnuchterend onderzoek gedaan. Hij had de beschikking over de transactieverslagen van achtduizend beleggers. Bij elke belegger die een ,,idee'' had, met andere woorden, die aandeel A verkocht om vervolgens aandeel B te kopen, ging hij na hoe beide aandelen het een jaar later deden. Wat bleek? Gemiddeld presteerde aandeel B 3,4 procent slechter dan aandeel A, transactiekosten niet meegerekend. Kahneman, droogjes: ,,Hieruit kun je afleiden dat het niet goed is om een idee te hebben.'' Odean zag ook dat vrouwen over het algemeen minder slecht presteerden dan mannen, wat zou liggen aan hun minder ,,agressieve'' stijl van beleggen.

De recente trend van beleggen op het Internet, waar een zee van informatie beschikbaar is, en een portefeuille met een muisklik kan worden gewijzigd, heeft voor veel beleggers een averechts effect gehad. Juist omdat beleggers zo snel zo veel te weten komen over bedrijfsresultaten, kwartaalcijfers, en over koersbewegingen, hebben ze voortdurend het gevoel te moeten handelen, om verliezen te voorkomen en potentiële winsten te behalen. Institutionele beleggers, die volgens Kahneman minder impulsief handelen, hebben hier waarschijnlijk van geprofiteerd. ,,Er zijn aanwijzingen dat institutionele beleggers meer beleggen op dagen dat er weinig handelsvolume is, en individuele beleggers juist aan de slag gaan als er veel handelsvolume is'', zegt Kahneman. ,,Individuele beleggers zijn gevoeliger voor ruis. Maar er zijn ook daytraders die weten wat ze doen en veel geld verdienen.''

Rijst de vraag waar Kahneman zelf in belegt. ,,Mijn beleggingen zijn zeer conservatief. Ik stop bijna alles in indexfondsen.'' Het beleggingsadvies dat hij op grond van zijn kennis van de psychologie van de belegger kan geven, past op een wandtegeltje: ,,Wees sceptisch, doe weinig en heb geduld.''

Zijn huidige onderzoek in zijn hoedanigheid als hoogleraar in Health and Well Being aan Princeton lijkt een nieuwe aanval te zijn op de dogma's van de economie. ,,We zijn aan het proberen om de emotionele kwaliteit van het leven te meten'', zegt Kahneman. ,,Niet door mensen te vragen of ze gelukkig zijn, maar door uit te vinden hoe het is om iemands leven te leven.'' Dit gebeurt bijvoorbeeld door elke ervaring in een dag af te zetten tegen een goed/slecht-continuüm, op het moment dat de ervaring plaatsvindt. Dit nieuwe gebied, waar bijvoorbeeld ook de Nederlandse psycholoog Nico Frijda in actief is, wordt hedonische psychologie genoemd.

,,De economie heeft nooit oog gehad voor gevoelens of geluk'', zegt Kahneman. ,,De psychologie ook nauwelijks. Maar het lijdt geen twijfel dat gevoelens en geluk van belang zijn bij het verklaren van gedrag.''

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in