© bdw
Bruno Tuybens kent als geen ander de wereld van het snelle geld: hij was jarenlang actief in de derivatenhandel bij de beursvennootschap KBC Securities. Anderen zullen hem dan weer kennen als voormalig voorzitter van de Belgische afdeling van Amnesty International, de ngo die zich inzet om het lot van politieke gevangenen in de hele wereld te verbeteren. Kortom, Tuybens is bij uitstek geschikt om twee groepen te verzoenen die elkaar al te vaak als opponenten beschouwen: de ,,gewetenloze geldwolven'' aan de ene kant, de ,,naïeve wereldverbeteraars'' aan de andere.

Bij KBC Asset Management, de vermogensbeheerder van de KBC-groep, werkte hij de voorbije maanden intensief aan een stroomlijning van de activiteiten rond ethisch of ,,duurzaam'' beleggen en ondernemen. De bank verwacht immers een explosieve groei van deze markt.

Eind juni van dit jaar telde de Belgische Vereniging van de Instellingen voor Collectieve Belegging (BVICB) 32 ethische beleggingsfondsen die in ons land te koop werden aangeboden. Dat is ruim een verdrievoudiging tegenover begin 1999. In termen van beheerd vermogen was de sprong nog iets groter: van amper 300 miljoen euro begin 1999 naar 1,14 miljard euro 4,5 jaar later. Dat geeft een gemiddelde jaarlijkse groei van zowat 50 % over de laatste vijf jaar.

Geen wonder dat de sector de jongste jaren steeds meer aandacht kreeg van vermogensbeheerders en bankiers die hun werkterrein willen uitbreiden naar lucratieve niches. Temeer omdat duurzame beleggingsfondsen (nog) geen last hebben van concurrentie door buitenlandse fondsbeheerders: bijna alle duurzame fondsen in ons land gaan uit van een Belgische bank (of een Luxemburgse dochter van een Belgische bank).

,,Laat hier geen misverstand over bestaan: ook wij doen dit om er iets aan te kunnen verdienen'', zegt Bruno Tuybens, die sinds een klein jaar aan het hoofd staat van de afdeling ,,Duurzaam en Maatschappelijk Verantwoord Investeren'' bij KBC Asset Management.

KBC probeert zich niet alleen te profileren als een bedrijf dat duurzaam ondernemen hoog in het vaandel voert, maar ook als een bank die een grote expertise in huis heeft rond duurzaam beleggen. Die expertise wordt gebruikt in de ,,ethische'' beleggingsfondsen voor particuliere en institutionele beleggers, maar ook in het individuele portefeuillebeheer dat meer uit ,,maatwerk'' bestaat. Een vakbond die zijn geld bijvoorbeeld alleen wil beleggen in ondernemingen met een uitmuntend sociaal beleid, kan daarvoor terecht bij KBC.

De bank van hier probeert daarmee eigenlijk een dubbel monopolie te doorbreken op de markt voor duurzame beleggingen. Ten eerste is er de dominantie van Dexia Asset Management, de vermogensbeheerder die ontstond uit de fusie van Dexia en de Bacob/Artesia-groep. Bacob, met zijn roots in de christelijke arbeidersbeweging, was destijds de grote gangmaker van ethische beleggingsfondsen in ons land. Vandaag heeft Dexia nog altijd zo'n driekwart van de markt in handen. ,,Ons doel is om tegen eind 2005 een deelname na te streven dat vergelijkbaar is met het KBC-marktaandeel in de totale fondsenmarkt: boven de dertig procent'', zegt Tuybens

Het andere monopolie dat KBC aanpakt, is dat van Ethibel, de vzw die een lange traditie heeft in het ,,screenen'' van bedrijven op hun ethische gehalte. Ethibel, dat ontstond in kringen van Vlaamse ngo's, profiteerde mee van de groei van de Bacob-fondsen, waarvoor het als adviseur optrad. Wat dan weer de kritiek oplevert dat Ethibel toch niet zo onafhankelijk is als het zelf doet uitschijnen.

Volgens Bruno Tuybens was het gebrek aan transparantie bij Ethibel een van de redenen om, sinds begin 2002, zelf aan duurzaamheidsonderzoek te doen. Hij huldigt de filosofie dat iedereen (gratis) moet kunnen zien waarom er in bepaalde bedrijven wel en in andere niet wordt belegd. Op de website van KBC Asset Management zijn alle documenten hierover vrij raadpleegbaar. Je vindt er bijvoorbeeld recente verslagen die de ,,externe adviesraad'' maakte over de Nederlandse supermarktgroep Ahold, of het standpunt van die raad over het gebruik van gentechnologie. De adviesraad bestaat uit acht Nederlandse en Vlaamse academici en wordt voorgezeten door Jaak Stokx (eredirecteur van KBC en voorzitter van de vzw Hefboom).

Maar KBC wil zich ook inhoudelijk onderscheiden van Ethibel. ,,Zij hadden initieel een zwart-wit-benadering, waarbij bepaalde sectoren a priori uit het beleggingsuniversum werden uitgesloten, zoals de tabaksindustrie en de energiesector. Het gevolg was wel dat je automatisch met een portefeuille van kleine en middelgrote aandelen zat, wat beleggingstechnisch niet interessant is.''

,,Wij zijn uitgegaan van een best in class -benadering, waarbij je uit alle sectoren de ,,beste leerlingen'' selecteert. Dat laat ook toe om beleggingstechnisch nauwer aan te sluiten bij een benchmark (referentie-index, red.) .'' Concreet selecteert KBC zijn aandelen uit de MSCI-beursindexen, die alleen grote en liquide aandelen bevatten.

Maar verloochen je met zo'n filosofie niet de basiswaarden waaruit het ethisch beleggen ontstaan is? Kan het wel dat je geld belegt bij wapenfabrikanten of oliebaronnen, ook al hebben ze dan een of andere ethische gedragscode ondertekend?

Bruno Tuybens rekent zich hier tot het realistische kamp. Je kan een bedrijf als Shell beter proberen te bekeren dan het links te laten liggen, is zijn stelling. ,,Een volledig zorgzame Shell-groep heeft een veel grotere impact op het milieu dan het effect van 100 windmolens. Dat betekent nog niet dat je de kwaliteitscriteria moet uitkleden. Integendeel, we moeten streng blijven en dat zijn we ook. Maar met een brede aanpak kan je wel veel meer interesse wekken op de financiële markt. En loutere wapenfabrikanten worden niet gescreend.''

De benadering hangt samen met de evolutie die het ethisch beleggen heeft doorgemaakt. De ethische beleggingen van het eerste uur -- de ,,eerste generatie'' in het jargon -- draaiden vooral rond idealisme en niet rond een gezond rendement. Het was een zwart-wit-benadering waarbij vooral de vraag gesteld werd waarin je niet mocht beleggen. Bij Ethibel vertaalde zich dit bijvoorbeeld in een register van ,,verboden'' sectoren en bedrijven.

De klemtoon verschoof later naar beleggingen van de tweede generatie, die op zoek gingen naar aandelen met een bepaalde ethische meerwaarde. Zo richtte KBC in 1992 het Eco Fund op, dat zich ging toeleggen op milieuvriendelijke bedrijven. Later kwamen er bijvoorbeeld ook fondsen die uitsluitend beleggen in bedrijven die werk maken van jobcreatie of werknemersparticipatie.

Bijna 90 % van de huidige beleggingsfondsen is van de ,,derde generatie'', die het predikaat ,,ethisch'' liever vervangen ziet door ,,duurzaam''. Het zijn fondsen die uitsluitend beleggen in bedrijven die in hun geheel een meerwaarde bieden op sociaal, ecologisch en ethisch gebied. Dergelijke fondsen kiezen dus voor een positieve aanpak in plaats van de aanvankelijke negatieve benadering.