Kantelende vrachtwagens en kilometerslange files op de autowegen zijn het signaal dat de zomer nu wel definitief de plaats heeft geruimd voor de herfst. Het wordt tijd om de verwarming in huis weer aan te zetten. En om de kleerkast op te ruimen. De zomerspullen moeten wijken voor de winterse truien.

Dat is meteen ook het geschikte moment om eens een inventaris op te maken van mijn garderobe. Beschik ik nog over genoeg kledingstukken? Zijn ze niet te erg uit de mode? Kan ik er nog mee op straat komen? Waarbij meteen de vraag rijst: heb ik nieuwe dingen nodig?

Mijn eega is van mening dat ik een nieuw kostuum kan gebruiken. Misschien wel. Maar ik ben niet zo'n pakkendrager. Bovendien ga ik niet graag winkelen. Tenminste niet in kledingzaken. Bijna even erg als een bezoek aan de tandarts vind ik dat.

Ik ben de enige niet die er zo over denkt. Dertig procent van de mannen gaat niet graag winkelen, blijkt uit een onderzoek van Bishop Tailors. Klinkt de naam u bekend in de oren? Wel, het is de Brusselse kledingwinkel die eerder dit jaar het nieuws haalde omdat de Vlaamse minister Guy Vanhengel er in krantenadvertenties reclame voor maakte. Vanhengel is inmiddels nog wel minister, maar niet geen Vlaamse meer.

Nogal wat mannen besteden de aankoop van kledij uit. Dertig procent van mijn seksegenoten stuurt daarvoor zijn wederhelft op pad, leert de studie. Ik behoor niet tot die categorie. Want ik behoud graag enige inspraak in hoe ik me kleed. Vooral veertigplussers doen niet meer de moeite om zelf een winkel binnen te stappen. Ze geven blijk van een groot vertrouwen in de smaak van hun eega. Of is het misschien omdat ze hun uiterlijk niet zo belangrijk vinden? Niet meer belangrijk vinden. In tegenstelling tot jongemannen tussen twintig en dertig. Die houden wel van schone schijn en lopen er graag goedgekleed bij.

Vanwaar dat verschil? De verklaring ligt voor de hand. Kledij wordt vaak gebruikt om vrouwen aan te trekken, zegt het onderzoek van Bishop Tailors. Het is een instrument om te verleiden. De kleren maken de man. Jongeren moeten nog op jacht. Veertigplussers hebben de buit binnen, of zijn zelf al gestrikt.

Maar moet je een kostuum dragen om er netjes en proper uit te zien? Het geeft wat cachet, dat geef ik toe. Maar een pak is zelden comfortabel. Ik heb de stellige indruk dat het kostuum stilaan minder populair wordt. Akkoord, Steve Stevaert draagt er meestal een sinds hij partijvoorzitter is. Maar de Vlaamse minister-president Bart Somers -- die toch symbool staat voor de vernieuwing in de politiek -- niet. Het is u wellicht ook al opgevallen dat Bart Somers haast nooit een das draagt. Staat het hem niet? Of past het hem niet? Verkleint het de kloof tussen politiek en burger? Denkt hij daardoor meer stemmen te kunnen oogsten?

Als lid -- prominent weliswaar -- van een brede volkspartij, past Somers zich gewoon aan aan de gewoonten van het volk. Want van de Belgische mannen gaat nog slechts twintig procent in kostuum werken. In het weekend draagt minder dan een op de tien een pak.

Dat verklaart waarom het niet goed gaat met de pakkenverkoop. Er zijn mannen die elke maand een nieuw kostuum kopen. Raar maar waar. Dat is echter een minderheid. Twee derde van de mannen koopt niet eens elk jaar een pak.

,,De wereld van de mannen wordt almaar meer gedomineerd door de vrouwen. De reclame voor herenmode moet zich dus richten op de dames'', besluit Bishop Tailors uit de studie.

Mijn conclusie is anders: een kostuumwinkel openhouden kan geen bloeiende business zijn. Was ik Bishop Tailors, ik zou een strategische herpositionering overwegen. En spullen voor dames gaan verkopen. Dát is wel een interessante markt. Twee keer zo groot als de markt voor herenkleding. En dat komt niet omdat er in ons land dubbel zoveel vrouwen als mannen zijn. Ze kopen gewoon meer. Kleren toch.