BRUSSEL -- De Raad van State zet heel wat vraagtekens bij het wetsontwerp over de fiscale amnestie. Zo vraagt hij zich af waarom fiscale amnestie alleen kan voor geld of effecten op een buitenlandse rekening en niet voor geld dat gewoon in een kluis ligt.

De ministerraad had zich afgelopen vrijdag opnieuw moeten buigen over het wetsontwerp over de fiscale amnestie dat de week voordien was voorgesteld, maar het verslag van de Raad van State was pas vrijdagmorgen klaar. Onvoldoende tijd dus om de teksten aan te passen. De opmerkingen die de Raad van State heeft, zijn trouwens ook niet van die aard dat ze in een wip in het wetsontwerp geïntegreerd kunnen worden. De Raad van State geeft advies over de juridische correctheid van wetsontwerpen.

De Raad van State vraagt zich af waarom fiscale amnestie alleen kan voor geld of effecten op een buitenlandse rekening en niet voor geld of effecten die gewoon in een kluis liggen, zo heeft De Standaard uit betrouwbare bron vernomen. De discriminatie speelt op een dubbel niveau.

Waarom komen geld of effecten op een buitenlandse rekening wel in aanmerking en niet geld of effecten die op een binnenlandse rekening geparkeerd staan? Bovendien is er de vraag waarom het geld of de effecten sowieso op een rekening moeten staan en niet in een kluis mogen liggen. De Raad van State vraagt zich bovendien af of het principe van fiscale amnestie sowieso voldoende verantwoord is in de toelichting bij de wettekst.

De Raad van State heeft ook vragen bij het abnormaal concurrentieel voordeel dat de Belgische banken hebben tegenover hun buitenlandse collega's. De banken krijgen een sleutelrol in de regeling. Zij moeten het boetetarief inhouden -- net zoals ze nu doen met de roerende voorheffing -- en de fiscale attesten afleveren die de fiscale zondaar kan opdiepen als de fiscus komt aankloppen. De Luxemburgse Vereniging van Banken heeft eerder al bekendgemaakt dat ze daartegen klacht zal indienen bij de Europese Commissie.

Voorts heeft de Raad van State ook een aantal technische opmerkingen. De fiscale amnestieregeling voorziet in twee boetetarieven: een basistarief van negen procent en een verlaagd tarief van zes procent voor wie het geregulariseerd geld belegt in bepaalde producten. De definitie van die producten zal bij koninklijk besluit worden vastgelegd. De regering had daartoe beslist omdat ze er nog niet uit was om welke investering het precies moet gaan. De Raad van State zegt nu dat ook de omschrijving van de investeringen in de wet zelf moet staan.

De Raad vindt ook dat de gewesten eerst hun bevoegdheid over de successierechten aan de federale overheid moeten delegeren vooraleer die kan stellen dat de amnestieregeling ook de spons veegt over ontdoken successierechten. De gewesten en de federale overheid kwamen eerder al wel overeen dat een deel van de opbrengst van de regeling naar hen zal vloeien.

Het is niet duidelijk hoe de regering zal reageren op het advies. Ze kan het wetsontwerp aanpassen of het advies naast zich neerleggen. In dat laatste geval stelt ze zich wel kwetsbaar op voor toekomstige rechtszaken. De socialisten zijn nooit wild geweest van de amnestieregeling en de vraag is hoever ze akkoord kunnen gaan met een uitbreiding van de regeling. Aan de andere kant kan het incorporeren van effecten aan toonder in de regeling beschouwd worden als een eerste stap naar een vermogenskadaster, iets waarvan de liberalen absoluut niet willen weten.

Als de regering het wetsontwerp aanpast om de discriminaties weg te werken, blijft er van het oorspronkelijke uitgangspunt van de amnestieregeling niet veel meer over. De regering wou, naast de fiscale opbrengst, bereiken dat het geregulariseerde geld geïnvesteerd zou worden in de Belgische economie. Daarom werd oorspronkelijk gepland dat het verlaagd boetetarief enkel van toepassing zou zijn op sommen die in de Belgische economie geïnvesteerd worden. Maar dat bleek niet verzoenbaar met het Europese vrij verkeer van kapitaal en daarom werd beslist om ook investeringen in het buitenland te aanvaarden voor het verlaagd tarief.

Als de wetgeving nu aangepast wordt en het geld hoeft niet meer uit het buitenland te komen, is er van repatriëring helemaal geen sprake meer. De regering heeft nochtans altijd als alibi de Europese spaarfiscaliteit vanaf 2005 aangehaald. Van dan af zou sowieso veel buitenlands geld terugvloeien naar ons land.

Dit weekend komt een werkgroep samen om de nodige aanpassingen aan de tekst aan te brengen, zodat de ministerraad hem dinsdag kan goedkeuren.