BRUSSEL -- Linklaters De Bandt verliest naar alle waarschijnlijkheid Christian Willems, één van de twee partners in de groep arbeidsrecht aan het Nederlandse Loyens. Het kantoor wist een meer grootschalige defectie, waarbij ook de Antwerpse partner arbeidsrecht met medewerkers zou overstappen, te vermijden.

De interne spanning rond de toekomst van de praktijk arbeidsrecht van het grootste Belgische advocatenkantoor, Linklaters De Bandt, ebde gisteren weg met de beslissing van partner Luc Vanaverbeke om toch aan boord te blijven. De twee partners arbeidsrecht van Linklaters De Bandt waren de jongste weken in contact met het Nederlandse advocatenkantoor Loyens & Loeff om de Belgische vestiging ,,Loyens'' te versterken.

Twee jaar geleden, tijdens de fusiegesprekken van De Bandt, van Hecke, Lagae & Loesch met het Britse Linklaters één van de ,,magic circle kantoren'' uit het VK, stapten al enkele partners over naar Loyens. Onder meer voormalig managing partner Roel Nieuwdorp en senior partner arbeidsrecht Carl Bevernage stapten over naar de Brusselse vestiging van het Nederlandse kantoor. Loyens rekent erop dat Nieuwdorp en Bevernage hun respectieve praktijken (ondernemingsrecht en arbeidsrecht) structureel uitbouwen.

De jongste weken waren er intensieve contacten tussen Loyens en de partners arbeidsrecht van Linklaters De Bandt: Luc Vanaverbeke en Christian Willems. Vanaverbeke is de in Antwerpen gevestigde partner arbeidsrecht van De Bandt terwijl Willems zijn kantoor in Brussel houdt. Beiden kregen recent de voorstellen van Loyens concreet op papier.

Christian Willems, een perfect drietalige Franstalige Brusselaar, zou naar verwachting bij het team van Carl Bevernage bij Loyens aansluiten. Het is in deze fase niet bekend hoeveel medewerkers hem zullen volgen. Luc Vanaverbeke besloot na lang beraad om bij Linklaters De Bandt te blijven wat betekent dat zijn team intact blijft. Loyens had enkel contact met de twee partners.

De perikelen illustreren het spanningsveld dat eigen is aan de fusie van Belgische advocatenkantoren met Angelsaksische topkantoren. De Britse kantoren zijn vooral op praktijken ondernemingsrecht, fusies en overnames en banking gericht. Kantoren als De Bandt, van Hecke, Lagae & Loesch en vroeger Loeff Claeys Verbeke, bouwden zogenaamde ,,full service kantoren'' uit met ook sterke niet corporate-praktijken zoals arbeidsrecht, intellectuele eigendom en litigation. Het verzoenen van beide modellen blijft delicaat omdat ,,Londen'' de niet corporate-praktijken als eerder bijkomstig ziet.

,,De internationale fusie van ons kantoor heeft zijn nut al bewezen, maar we moeten global met local combineren. We zijn vastbesloten dat te doen. Het is niet omdat andere kantoren willen dat we overstappen naar hen, dat dit een goede beslissing zou zijn. We zouden er onze sterke troeven door verliezen'', zegt Jean-Pierre Blumberg, managing partner van Linklaters De Bandt.

Enkele jaren geleden gaf het opgaan van Loeff Claeys Verbeke in Allen & Overy aanleiding tot grote schokken. Arbeidsrecht (rond advocaten als Claeys en Van Hoogenbempt) stond toen centraal in de afscheuring. Fusieperikelen speelden ook al Liedekerke en Stibbe, andere bekende Belgische kantoren, parten. Elders staat de voormalige PwC-combinatie Bogaert & Vandemeulebroeke onder druk.

Naampartner Geert Bogaert (en en onbekend aantal medewerkers) gaat het kantoor verlaten maar zijn nieuwe thuishaven staat nog niet vast. De kantoren die zich de jongste jaren versterkten, zijn naast Loyens onder meer Baker&McKenzie, Nauta Dutilh, Laga & Philippe, Freshfields en Eubelius.

De kloof met marktleider Linklaters De Bandt blijft vooralsnog groot. Dit belet niet dat er vandaag uiteenlopende meningen zijn over de verdienste van Angelsaksische fusies. Door de laagconjunctuur in de corporate departementen en anderzijds de structuurkosten eigen aan de internationale Britse kantoren, lijkt de balans op vlak van rentabiliteit op korte termijn negatief.