BRUSSEL -- Het Belgische compromis werkt niet meer om het jarenoude politieke getouwtrek rond de ,,Vlaamse cao's'' te beslechten. De Waalse gewestregering en de federale regering vragen aan het Arbitragehof de vernietiging van een Vlaams decreet dat de Vlaamse regering toelaat om cao's tussen vakbonden en werkgevers algemeen bindend te verklaren. De Vlaams minister van werkgelegenheid, Renaat Landuyt, ziet geen heil meer in het maken van een politiek compromis.

Deze opstelling van Minister Landuyt heeft heel veel te maken met een vroegere uitspraak van de Raad van State.

In april 2002 zei de Raad van State in een advies over een ontwerp-decreet van Landuyt ondubbelzinnig dat de federale overheid niet bevoegd is om cao-afspraken te bekrachtigen (wettelijk afdwingbaar te maken) als die over regionale dossiers handelen. Enkel de Vlaamse overheid kan dit, luidt het. Tegelijk mag de Vlaamse overheid de spelregels van het sociaal overleg niet aantasten.

Het advies van de Raad van State was toen een geweldige opsteker voor Landuyt, maar verhoogde het politieke verweer bij zijn tegenstanders.

Na maandenlang, geheim overleg bereikten de federale en regionale ministers van Arbeid en Werkgelegenheid een paars compromis: bij de wettelijke bekrachtiging van een cao ,,kon'' er naast de klassieke federale handtekening ook een regionale handtekening komen. Het gaat om een variant op de procedure waarop internationale verdragen in België worden goedgekeurd: een meervoudige bekrachtiging door federale en regionale overheden. Maar bij internationale verdragen is die meervoudige handtekening verplicht, bij de bindend verklaring van cao's niet.

De sociale partners toonden zich tevreden met hun gevrijwaarde onderhandelingsvrijheid en met het behoud van de federale handtekening. De federale vice-premier voor de PS, Laurette Onkelinx, en de Waalse minister-president Van Cauwenberghe waren opgezet met de afblokking van puur regionale (lees: Vlaamse) cao's. Landuyt was opgetogen over ,,het einde van puur federale cao's''.

Op 20 november 2002 keurde het Vlaams Parlement een decreet goed van Landuyt, waardoor de Vlaamse overheid gemachtigd wordt om cao-afspraken bindend te verklaren als die over dossiers gaan die tot de Vlaamse bevoegdheid vallen, zoals bijvoorbeeld arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding. In het parlement verklaart de SP.A-minister dat ,,dankzij het decreet de handtekening van federaal minister Onkelinx onder cao's met regionale inhoud geen juridische waarde meer heeft''.

Van Cau reageert ontstemd over de interpretatie van Landuyt en het Vlaams Parlement en kondigt aan met de Waalse regering naar het Arbitragehof te stappen om de vernietiging van het decreet te vragen.

Op aangeven van de minister van Arbeid, Onkelinx, doet de federale regering hetzelfde. In naam van de ministerraad dient ook premier Verhofstadt een verzoekschrift tot vernietiging in bij het Arbitragehof. De Vlaamse ministers in de federale regering ,,nemen acte'' van die beslissing.

Het Arbitragehof heeft beide verzoekschriften op de rol geplaatst en tot eenzelfde zaak samengevoegd. Kopieën van de verzoekschriften (resp. 12 en 30 bladzijden dik) werden afgelopen week aan de Vlaamse regering overgemaakt. Die heeft nu 45 dagen de tijd voor een antwoord op de argumenten van de tegenstanders van het Vlaamse cao-decreet.

Die argumenten zijn bekend: autonomie van de sociale partners, het federale karakter van het arbeidsrecht en de sociale zekerheid. Pikant detail: het verzoekschrift van de Waalse gewestregering werd ingediend door mr. Marc Uyttendaele, topadovcaat en echtgenoot van Laurette Onkelinx.

Renaat Landuyt reageert kalm maar vastberaden op de start van de rechtszaak bij het Arbitragehof. ,,Onze argumenten zijn bekend en werden reeds eerder door de Raad van State uitgebreid overgenomen. Ik heb er alle vertrouwen in dat het Arbitragehof hetzelfde zal doen. De federale wetgeving op het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten, uit 1968, kan de bevoegdheidsverdeling tussen de overheden in dit land niet omzeilen. Cao's afsluiten is een zaak van de sociale partners. Ze bekrachtigen hangt af van de overheid die bevoegd is over de inhoud van die overeenkomst. Het lijkt me logisch dat de recente nationale cao over outplacement een zaak van arbeidsbemiddeling is, en dus door mij had moeten worden getekend.''