Een tiental paartjes stond bij valavond naar de hemel te staren langs de weg tussen Steenokkerzeel en Kortenberg, toen ik daar vorige week, huiswaarts kerend na het werk, passeerde om een file op de E-40 in Sterrebeek te vermijden. Vlak boven hun hoofden vloog een feeëriek verlichte stalen vogel, die met veel gedruis in de verderop gelegen wei neerstreek.

Bijzonder romantisch, dat plekje aan het begin van de landingsbaan van de Zaventemse luchthaven. En, overdag, de meest uitgelezen plaats om het spektakel van de landende vliegtuigen te aanschouwen die van boven Nederokkerzeel komen aangevlogen. Gewoonlijk kun je er dan ook heel wat spotters aantreffen die gewapend met fototoestel of verrekijker het oostelijke luchtruim afspeuren. Behalve als de wind verkeerd staat, het regent of te koud is.

De vliegtuigminnende paartjes en de vliegtuigfanaten kunnen binnenkort misschien in comfortabeler omstandigheden het schouwspel aanschouwen. Er bestaan immers plannen om de oude watertoren op de grens van Steenokkerzeel en Erps-Kwerps, waar het zicht op de vliegtuigen het best is, te restaureren tot een reiscafé met dakterras.

Het initiatief komt precies op tijd, want Sabena maakt het de spotters niet gemakkelijk door voortdurend op kleinere toestellen over te schakelen. In oktober 1999 nam de nationale luchtvaartmaatschappij al afscheid van de Boeing 747-jumbojet, nu moeten ook de twee grote viermotorige Airbussen A-340 de deur uit. Als het zo voortgaat, vliegt Sabena binnenkort alleen nog met de kleinere Avro-jets, om te eindigen met een vloot van Falcons die als een soort belbus worden ingezet.

Sabena-topman Christoph Müller laat zijn hoofd niet op hol brengen door het fusie- en overnamegeweld dat de luchtvaartmaatschappijen naar schaalvergroting drijft. Hij zweert bij ,,small is beautiful''. Een verfrissende visie. Misschien heeft hij wel gelijk. Een nationale luchtvaartmaatschappij, zoals Sabena er nog altijd een is, is best op maat van het land gesneden. Ons koninkrijk is nu eenmaal geen grootmacht.

Er is natuurlijk een grens aan de mogelijke inkrimping van Sabena: het mag uiteraard niet zover komen dat het koningshuis voor zijn buitenlandse verplaatsingen een beroep zou moeten doen op een vliegtuig dat toebehoort aan een vreemde mogendheid. België heeft immers zijn reputatie van soevereine staat hoog te houden.

Müller stelt dat Sabena zich moet concentreren op de eigenlijke luchtvaartactiviteiten -- vliegen dus -- en dat maatschappij best de afdelingen cargo, catering en onderhoud afstoot. Hij ziet dat uiteraard ook als een middel om het geld in het laatje te krijgen dat Sabena met vliegen niet verdient. Alles wat ook maar iets kan opbrengen, staat te koop. Zelfs de naam ,,Sabena''. Welke landgenoot wil in zijn portefeuille tasten voor dit brokje nationaal erfgoed? De voor de hand liggende kandidaat daarvoor is ongetwijfeld de vorst, als hij tenminste nog voldoende kapitaalkrachtig is na het L&H-debacle.

Als Müller echter denkt dat hij de nationale luchtvaartmaatschappij financieel opnieuw gezond kan maken door een nieuw logo op de toestellen te schilderen, vergist hij zich. Die truc is al een keer geprobeerd, vruchteloos. Voor de spotters in Steenokkerzeel breken wel boeiende tijden aan als Sabena onder een andere naam en met andere toestellen gaat vliegen. Het kan een beetje de treurnis compenseren, teweeggebracht door de schrapping van een aantal bestemmingen en het aan de grond houden van de grootste machines.

En, als het een troost kan zijn, de luchthaven is meer dan Sabena. Zaventem lijkt de weg op te gaan van de Belgische eersteklasseclubs in het voetbal: meer buitenlandse dan binnenlandse spelers. Daar komt niet minder volk naar kijken.