BRUSSEL -- Een op de drie producten heeft een prijskaartje dat zowel in euro als Belgische frank geldt. Daarvan is acht procent fout omgerekend. Zo blijkt uit een steekproef van de consumentenorganisatie Test Aankoop.

Test Aankoop heeft in juli 1.299 producten onderzocht. Amper één derde had een dubbele prijsaanduiding. Daarvan is acht procent fout omgerekend. Dat is wel geen bewuste strategie, want de helft van de fouten zijn in het voordeel van de consument.

De banksector, de openbare vervoersmaatschappijen, de post en de elektriciteitsmaatschappijen krijgen een pluim van de consumentenorganisatie. Ze hanteren een dubbele prijsaanduiding voor alle producten en rekenen correct om.

In de grote supermarkten is 92 procent van de producten dubbel geprijsd, in de kleine superettes maar 79 procent. Ook hier wordt juist gerekend. Veel cafés geven de prijs van een pintje ook in de twee munteenheden, maar de omrekening loopt in 28 procent van de gevallen fout. Helemaal achteraan hinkt de vrijetijdssector. Bioscopen, platenwinkels, zwembaden en voetbalclubs liggen nog niet wakker van de euro. Ook de prijzen voor een taxi of een parkeerplaats luiden bijna nog allemaal in Belgische frank.

Handelaars zijn wettelijk niet verplicht om op hun prijskaartjes de Belgische frank en de euro te vermelden. Test Aankoop betreurt dat de consument daardoor onvoldoende wordt voorbereid op de euro. Daarom is Test Aankoop gestart met een reeks van vijf steekproeven. Het volgende onderzoek vindt plaats in september. De Inspectie van Economische zaken voert gelijkaardige steekproeven uit, maar maakt de resultaten daarvan niet bekend.