LEUVEN -- De Europese muntunie heeft volgens Jan Smets, directeur van de Nationale Bank en commissaris-generaal voor de euro, een dynamiek naar een efficiënter beleid op gang gebracht en een kader voor stabiliteit geschapen. Vroeg of laat moet haar groeiende interne kracht op de wisselkoers van de euro afstralen.

De enorme vooruitgang kan volgens hem niet worden ontkend. ,,Ik deel de ontnuchtering over de euro niet,'' zei hij in een uiteenzetting in Leuven.

De economie van het eurogebied wordt door die interne dynamiek zeer sterk ondersteund. Ze kent nu haar krachtigste groei sinds het einde van de jaren tachtig, wat weliswaar mee aan de daling van de wisselkoers van de euro te danken is. De werkloosheid neemt gestadig af. Het vertrouwen van de consumenten bevindt zich op een recordniveau, en ook dat van de producenten is in de afgelopen twaalf maanden sterk toegenomen.

De onderliggende inflatie, zonder energieprijzen, bedraagt amper 1 procent. De reële korte-termijnrente ligt anderhalf procent lager dan begin 1998 en bevindt zich anderhalf procent onder het Amerikaanse peil. De euro-discipline is ook meer en meer in het gedrag van de sociale partners ingebouwd: de reële loonkostenstijging per werknemer ligt onder de productiviteitsstijging.

Minder positief is dat het structurele overheidstekort stijgt. In slechts vier van de elf lidstaten zijn de overheidsfinanciën in evenwicht of vertonen ze een overschot. De overige landen, waaronder België, hebben nog geen marge opgebouwd om een verslechtering van de toestand op te vangen.

Tevens beklemtoonde Smets dat Europa mensen die zich niet of niet langer op de arbeidsmarkt aanbieden, moet trachten te mobiliseren. In België is 57 procent van de bevolking op arbeidsleeftijd aan het werk en is 6 procent werkzoekend; zelfs als alle werkzoekenden een baan zouden hebben, zou men nog ver afstaan van de doelstelling van de top van Lissabon, 70 procent van de bevolking op arbeidsleeftijd aan het werk te hebben.