BRUSSEL -- De uitzendsector vraagt betrokken te worden bij het werkgelegenheidsbeleid. De federatie van de uitzendkantoren betreurt dat uitzendarbeid niet in aanmerking komt voor deelname aan de startbanen voor jongeren, terwijl het onderhand buiten kijf staat dat uitzendarbeid efficiënt werkgevers en werknemers bij elkaar brengt.

Uitzendarbeid heeft, samen met andere private spelers op de arbeidsmarkt, zijn rol en betekenis al bewezen als instrument om werkgevers en werknemers bijeen te brengen, vindt directeur Herwig Muyldermans van Upedi, de federatie van de uitzendkantoren. Maar de overheid lijkt dat nog niet altijd te erkennen in haar beleid.

Uitzendkrachten worden bijvoorbeeld uitgesloten om deel te nemen aan een startbaan, terwijl uitzendarbeid precies bekend staat als een springplank voor jongeren naar de arbeidsmarkt, aldus Upedi.

Uitzendarbeid moet integendeel nog meer mogelijkheden krijgen, vindt de sector. Daarom is een herziening van de wet op uitzendarbeid noodzakelijk. Nu kan een bedrijf alleen een beroep doen op uitzendkrachten indien een vaste medewerker tijdelijk afwezig is, indien er zich uitzonderlijk werk voordoet of indien er een tijdelijke piek is in het werkvolume. ,,Dat moet worden afgeschaft'', zegt Upedi-voorzitter Jean-Claude Daoust. In veel bedrijven worden uitzendkrachten ook op andere ogenblikken ingezet.

Bovendien kan uitzendarbeid nog altijd niet in onder meer de bouw, de verhuissector en sommige delen van de overheidssector. Ook daar moet zo vlug mogelijk komaf mee worden gemaakt.

Om de loyauteit van uitzendkrachten tegenover het uitzendkantoor te vergroten, nemen heel wat kantoren uitzendkrachten in vaste dienst en sturen ze vervolgens uit naar bedrijven met tijdelijke opdrachten -- iets waar de vakbonden zich overigens tegen verzetten. Ook dat vraagt een juridische regeling. Nu grenst dat immers aan detachering, wat wettelijk in de schemerzone zit.

Sinds maart 1999 heeft de publieke bemiddelingsdienst VDAB geen monopolie meer op arbeidsbemiddeling, maar het blijft nog enkele weken wachten op de uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse minister van Werkgelegenheid, Renaat Landuyt (SP). Upedi is ,,kritisch positief'' over wat het totnogtoe vernam.

Tot de belangrijkste punten behoren de omschrijving van de rol van de VDAB als ,,regisseur'' op de arbeidsmarkt, die duidelijk wordt onderscheiden van haar rol als ,,actor''. ,,We betreuren daarom dat minister Landuyt niet de moed heeft gehad om voluit de gevolgen te trekken uit die beslissing en T-Interim, het VDAB-uitzendkantoor, te privatiseren'', zegt Muyldermans.

Uit het jaarverslag van de federatie blijkt dat de uitzendsector vorig jaar een omzetstijging van 7,7 procent tot 90,2 miljard fr. realiseerde. Het aantal uitzenduren groeide nog met 5,2 procent, matig in vergelijking met de groeicijfers van 1998 (16 procent) en 1997 (21 procent). De groei was uitsluitend te danken aan de prestaties in het tweede semester, in het eerste halfjaar kromp de sector nog als gevolg van de kortstondige groeivertraging van 1998.

In het eerste kwartaal van dit jaar bleven de activiteiten stabiel in vergelijking met het jaareinde van 1999. Tegenover het eerste kwartaal van vorig jaar bedroeg de groei 12,9 procent.

Upedi rekent op een groei tussen 0 en 15 procent voor het hele jaar 2000.