BRUSSEL -- ,,Irrationeel en buiten elke proportie'': Jonathan Sumption, de Britse topadvocaat die de Belgische brouwer Interbrew vertegenwoordigt in de zaak-Bass, schuwde gisteren de grote woorden niet voor de Britse High Court . Met die procedure wil Interbrew de beslissing van de Britse minister van Industrie -- de brouwer werd begin januari verplicht de Bass-brouwerij terug te verkopen -- ongedaan maken. De zaak wordt van dichtbij gevolgd. Er staat namelijk heel wat meer op het spel dan een mislukte Belgische overname.

Beide partijen waren tot de tanden bewapend. Interbrew was present met een team van 15 specialisten. Maar ook de tegenpartij had gemobiliseerd: naar verluidt lieten de Britse anti-trustautoriteit en de minister van Industrie, Stephen Byers, zich vertegenwoordigen door liefst 30 mensen.

,,Dat illustreert dat er veel op het spel staat, niet alleen voor Interbrew'', zeggen personen die het proces van nabij volgen. Als Interbrew aan het kortste eind trekt, schrijft het een nieuwe paragraaf in de geschiedenis van het Europese concurrentierecht. Wat op zijn beurt aanleiding kan geven tot een herziening van het systeem. Als Alan Moses, de rechter die de zaak behandelt, de concurrentie-autoriteit terugfluit, is dat een rariteit.

Voor Interbrew is het dan weer een operatie schadebeperking: het bedrijf begroot de financiële impact van zijn mislukte overname op 49 miljard frank, of bijna een derde van de prijs die het voor Bass neertelde.

Het pad dat de brouwer gekozen heeft, is typisch Brits en kan in België alleen vergeleken worden met een beroep bij het Hof van Cassatie. Het gaat niet om de grond van de zaak, maar om de gehanteerde procedure. Tegen de beslissing van de High Court is nog een beroep mogelijk bij het Europees Hof van Justitie. Als dat er komt -- en dat lijkt volgens specialisten bijzonder waarschijnlijk -- kan de zaak lang aanslepen.


Principes
De argumentatie van het Interbrew-kamp was opgetrokken rond twee eenvoudige principes. De beslissing van de minister is ongeldig want enkele belangrijke (Europese) rechtsregels zijn niet gerespecteerd, in de eerste plaats het principe van de proportionaliteit. Interbrew wordt verplicht om drie vierde van zijn Britse activa van de hand te doen, een draconische maatregel in vergelijking met de potentiële schade die de brouwer aan het spel van de vrije concurrentie had kunnen toebrengen als de fusie groen licht had gekregen.

Bovendien ging de Britse regering te ver in haar oordeel, argumenteerde de brouwer. Ze schond daarmee het Europese principe dat er in dergelijke zaken alleen strikt noodzakelijke maatregelen bevolen mogen worden.

Door zich toe te spitsen op het als milder omschreven Europese concurrentierecht, hoopt de brouwer uit het strakke Britse juridische vaarwater te blijven.

Maar net dat maakt de zaak zo uniek. De meeste betwistingen uit de recente rechtsgeschiedenis bleven binnen de Britse juridische afspanning.

De pleidooien lopen nog tot en met vrijdag. Vandaag krijgt de verdediging, in casu de Britse regering en de competition commission , het woord. Vrijdag kan Interbrew alsnog reageren. Het verdict komt er relatief snel aan, eind mei of begin juni.