PARIJS (reuters) -- De Fransman Jean Lemierre mag dan al in de Himalaya zitten om zijn passie als bergbeklimmer bot te vieren, zijn carrièrepad brengt hem hoogstwaarschijnlijk naar Londen. De Europese ministers van Financiën droegen hem deze week voor als voorzitter van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, ook bekend als de Berd of de ,,Oost-Europabank''.

De 49-jarige Lemierre, die aan het hoofd staat van de Franse Schatkist, heeft een merkwaardig talent om uit de internationale schijnwerpers te blijven. Nochtans is hij achter de schermen een invloedrijke figuur. Hij speelt een belangrijke rol op internationale financiële topvergaderingen. Soms is het daar moeilijk uit te maken welk petje hij op heeft, want Lemierre heeft eigenlijk verschillende ,,deeltijdse'' banen. Hij staat niet alleen aan het hoofd van de Franse Schatkist, maar is sinds januari vorig jaar ook een spilfiguur voor de eurozone bij gesprekken binnen de groep van plaatsvervangende ministers van de G7, en bovendien is hij sinds eind 1999 ook voorzitter van de Club van Parijs, de vereniging van schuldeisende landen.

,,Hij ziet er saai uit, maar hij is echt heel efficiënt'', zegt een Franse collega. Lemierre is een product van de elitaire Ecole Nationale d'Administration (Ena). Voordien had hij een diploma economie behaald aan het prestigieuze instituut voor politieke studies in Parijs, evenals een diploma in de rechten. In 1976 begon hij te werken voor het Franse ministerie van Financiën.

De beslissing van de ministers van de Europese Unie om Lemierre voor te dragen als voorzitter van de Berd, betekent haast zeker dat Lemierre de job ook krijgt, want de EU-regeringen zijn met een gezamenlijk belang van 65 procent ook de voornaamste aandeelhouders van de Berd. Formeel moet de benoeming nog goedgekeurd worden door de algemene vergadering van de Berd, die op 21 mei plaatsvindt in Riga.

Lemierre wordt dan de derde Fransman -- na Jacques Attali en Jacques de la Rosière -- die aan het hoofd komt van de bank die in 1991 werd opgericht om de Centraal- en Oost-Europese economieën bij te staan bij hun overgang naar de vrije markt. Onvermijdelijk zal hij daardoor af en toe meer in de schijnwerpers komen te staan dan hem eigenlijk lief is.