MANILLA (reuters, eigen berichtgeving) -- De Filipijn Reomel Ramones, die ervan verdacht wordt het ,,I Love You''-virus te hebben verspreid, is weer op vrije voeten. Hij werd maandag gearresteerd, maar moest worden vrijgelaten bij gebrek aan bewijzen. Het wordt allicht moeilijker de daders te vervolgen dan het was ze te vinden op het Internet.

De beschuldiging tegen de 27-jarige Filipijn, schending van de Filipijnse Access Devices Regulation, blijft gehandhaafd. Die wet verbiedt het oneigenlijk gebruik van gegevens van onder meer kredietkaarten. Op 19 mei moet hij zich verantwoorden voor de rechtbank. Ramones riskeert maximaal tien jaar celstraf.

Ramones werd maandag door het Nationale Onderzoeksbureau gearresteerd na een huiszoeking in zijn flat in de hoofdstad. Hij deelt de flat met zijn vriendin, Irene de Guzman, die eveneens verdacht wordt betrokken te zijn bij de ontwikkeling van het vernietigende computervirus. Het ,,I Love You''-virus verspreidde zich vanuit Azië over de hele wereld en tastte miljoenen computerbestanden aan.

Irene de Guzman blijft voorlopig onvindbaar. Fysiek, want op het Internet waren de daders redelijk snel getraceerd. Volgens experts is bijna elke gebruiker van het Internet op te sporen.

Het speurwerk van de Filipijnse en internationale politiediensten werd vergemakkelijkt door de vermelding van een e-mailadres in de programmeerregels van het computervirus, schrijft NRC Handelsblad . Verderop in het virus staat een commando met een e-mailadres waar het virus persoonlijke informatie (zoals wachtwoorden) van geïnfecteerde gebruikers naartoe moet sturen. Die twee e-mailadressen leidden naar twee internetaanbieders, mail.com en super.net.

Achter beide adressen gaat een anonieme gebruiker schuil. Toch is de gebruiker van zo'n anoniem internetabonnement op te sporen. Wie verbinding met het Internet zoekt, bijvoorbeeld om elektronische post te verzenden, heeft daarvoor een aanbieder nodig die de internettoegang verschaft. Dat kan overigens best een andere internetaanbieder zijn dan degene die de e-mailfaciliteiten levert (zoals in dit geval mail.com en super.net).

De internetaanbieder kan zien vanaf welk telefoonnummer er is gebeld. Via de telefoonmaatschappij is dat nummer te herleiden tot een adres, tenzij de studente een mobiel prepaid-toestel heeft gebruikt of bijvoorbeeld een draagbare computer in een telefooncel heeft aangekoppeld. In die gevallen is wel nog steeds de locatie op te sporen, van waaruit is gebeld. Van daaruit kan de politie verdere opsporingen doen.

Archief De Standaard Online :